Kale achterdeur voor rijke beleggers

Polynorm, toeleverancier van de auto-industrie, valt in buitenlandse handen. Het bod is overrompelend, maar de vermogende `oude economie'-beleggers hebben een schrale beloning.

Weer verdwijnt een kleinere onderneming van de Amsterdamse effectenbeurs. En weer is het een buitenlands bedrijf dat een overrompelend bod uitbrengt.

Vanochtend kondigde het Oostenrijkse Voest-Alpine de overname aan van Polynorm, toeleverancier van de auto-industrie. Voest-Alpine biedt 70 euro per aandeel. In totaal bedraagt het bod 127 miljoen euro, 41 procent meer dan de beurs Polynorm afgelopen vrijdag nog waard vond.

Polynorm komt door de overname in het rijtje van Nederlandse ondernemingen die dit jaar zijn opgekocht door buitenlandse concurrenten. Zakenbank Kempen & Co ging naar de Belgische bank Dexia. Installatiebedrijf GTI naar het Belgische Tractebel. Snoepfabrikant Van Melle naar de Italiaanse concurrent Perfetti. Buiten de beursarena kwam sleepbedrijf Wijsmuller in Deense handen. Het Rotterdamse containeroverslagbedrijf ECT krijgt Hongkong-conglomeraat Hutchison Whampoa als grootaandeelhouder.

In de financiële wereld waren sommigen toch wel verrast door het bod op Polynorm. Het bedrijf in Bunschoten deed de laatste twee jaar precies de dingen die veeleisende aandeelhouders zo graag zien, zoals het afstoten van nevenactiviteiten (bouw, installatie). ,,Maar op een of andere manier kwamen de resultaten net even lager uit dan je had verwacht'', zegt een vermogensbeheerder, die de markt van kleinere Nederlandse ondernemingen goed kent.

De beurskoers bewoog de afgelopen tweeëneenhalf jaar lange tijd tussen 60 en 70 euro, maar de afgelopen maanden ging het rap bergafwaarts. Beleggers verwachten extra druk op de winstgevendheid van Polynorm doordat de auto-industrie zijn eigen afzet- en kostenproblemen deels afwentelt op de toeleveranciers. Een winstwaarschuwing volgde. En na 11 september zat de klad in de kleine fondsen op de beurs.

Polynorm is een van die fondsen waarmee vermogende beleggers in de oude economie graag een gokje wagen: stabiele kasstroom, rijp voor extra groei door specialisatie en overnames in zijn kernactiviteiten en altijd dat buitenkansje van een overname door een kapitaalkrachtige partij.

De afgelopen jaren hebben beleggers als A. Strating (via Gestion Deelnemingen), ex-Centraal Plan Bureau-directeur P. de Ridder (via Luplan), de beleggingsmaatschappijen van de families Driessen en De Pont (via Janivo) en het beleggingsfonds Delta Deelnemingen zich ingekocht met belangen van vijf procent of meer van het aandelenkapitaal. Verschillende van hen maakten eerder dit mooie tot fantastische rendementen oplopende tot 70 procent toen GTI werd gekocht door Tractebel.

Dit keer valt het een beetje tegen. Op het eerste gezicht heeft het bod van Voest-Alpine een aantrekkelijke overnamepremie: 41 procent meer dan de slotkoers van afgelopen vrijdag, 30 procent meer dan het gemiddelde van de afgelopen zes maanden. Maar voor de `oude economie' getrouwen liggen de percentages een stuk lager. Ten opzichte van hun geschatte aankoopprijzen spelen de families De Pont en Driessen net quitte, De Ridder en Delta Deelnemingen zitten misschien op 10 procent winst, Strating op meer.

Deze relatief lage opbrengsten zijn precies het risico van de oude-economie-beleggers, zegt eerder genoemde vermogensbeheerder. ,,Je kunt jezelf wel drie keer in de rondte rekenen hoe goedkoop deze bedrijven op de beurs zijn, maar als de koers begint te dalen en niemand een bod doet, heb je niets. Die achterdeur van een bod heb je echt nodig.''