Joegoslavische generaal meldt zich bij VN-hof

De gepensioneerde Joegoslavische generaal Pavle Strugar heeft zich gisteren vrijwillig gemeld bij het Haagse VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden.

Strugar (68) is de tweede Joegoslavische staatsburger die, beschuldigd van oorlogsmisdaden, in de Scheveningse strafgevangenis terechtkomt, na ex-president Miloševic. Hij ging gisteren in de Montenegrijnse hoofdstad Podgorica – waar hij tot vorige week in een ziekenhuis verbleef in verband met een nierziekte – aan boord van een vliegtuig dat hem naar Nederland bracht. Voor zijn vertrek verklaarde hij in Den Haag te willen bewijzen dat hij onschuldig is. ,,Ik ben geen misdadiger. In een carrière van 42 jaar heb ik altijd mijn waardigheid jegens de mensen en jegens Joegoslavië hoog gehouden, en zo heb ik me ook tijdens de oorlog gedragen'', aldus Strugar.

Strugar maakt deel uit van een groepje van vier Joegoslavische officieren die door het VN-tribunaal in staat van beschuldiging zijn gesteld wegens de artilleriebeschietingen op de Kroatische stad Dubrovnik in de herfst van 1991. Bij die beschietingen werden 43 burgers gedood en 563 gebouwen verwoest of zwaar beschadigd.

Een tweede beklaagde, vice-admiraal Miodrag Jokic, is – volgens bronnen in Belgrado – eveneens bereid naar Den Haag te gaan. Een derde, Vladimir Kovacevic, zit in Montenegro in voorlopige hechtenis in verband met een criminele zaak die niet met de oorlog in Kroatië te maken heeft. Van de vierde, Milan Zec, is de verblijfplaats onbekend.

Een onzer redacteuren voegt hieraan toe: Het VN-tribunaal heeft de Montenegrijnse regering eerder deze maand gehekeld wegens de duidelijke onwil beklaagden uit te leveren. Die kritiek sloeg met name op de Montenegrijnse nalatigheid in de zaak-Dubrovnik. Twee van de beklaagden woonden in Montenegro, maar de regering in Podgorica gaf voor hun verblijfplaats niet te kennen.

Waarnemers wijten die terughoudendheid aan het feit dat mensen als Strugar gevaarlijk kunnen zijn voor de machthebbers in Podgorica. Dubrovnik werd eind 1991 door Montenegrijnse eenheden van het Joegoslavische leger belegerd en Strugar kent de commandolijnen uit die tijd en weet welke politieke leiders opdracht gaven tot de aanval.

Het tribunaal heeft aangekondigd het onderzoek in de Dubrovnik-zaak uit te breiden tot vijftien politieke leiders. Onder hen zijn twee Montenegrijnen, Momir Bulatovic en Branko Kostic, beiden ex-premier van Joegoslavië.

De huidige Montenegrijnse president Milo Djukanovic heeft echter – volgens waarnemers – reden te vrezen ook in staat van beschuldiging te worden gesteld: hij was in 1991, ten tijde van de oorlog in Kroatië, premier van Montenegro en een bondgenoot van de Joegoslavische president Miloševic. Pas na zijn verkiezing tot president van Montenegro in 1997 keerde hij zich tegen Miloševic. Djukanovic bood vorig jaar de Kroaten namens Montenegro in het openbaar zijn excuus aan voor de aanval op Dubrovnik.