Ibsens vrouwen haten elkaar vanwege mannen

Alles is ijzig in het leven van voormalig bankdirecteur John Gabriel Borkman. Een aanklacht wegens fraude, noodzakelijk om zijn titanische plannen te verwezenlijken, bracht hem in de gevangenis. Na terugkeer zet hij dit leven van `gekooide wolf' voort in de desolaat gelegen villa. Hij woont op de eerste etage, zijn in verbittering verstikte vrouw beneden. Zijn klossende voetstappen maken haar gek.

In eerdere uitvoeringen van Ibsens voorlaatste toneelstuk John Gabriel Borkman (1896) toonde het decor steevast twee verdiepingen. Mirjam Koen, die het toneelstuk regissert bij Toneelgroep Amsterdam, creëert samen met haar vaste decorontwerper Gerrit Timmer een ander beeld: het van elkaar vervreemde echtpaar bewoont een gezamenlijke huiskamer. Hoewel hun werelden elkaar raken, zijn er tussen hen onzichtbare scheidingsmuren opgetrokken. Deze stilering is treffend en heeft iets angstaanjagends. Twee vijanden in dezelfde leefruimte.

Hoe moet op het toneel bittere koude verbeeld worden? Marlies Heuer als de bankiersvrouw is een tragische tiranne, voortdurend rillend in haar warm gebreide kleren. Ze lijkt zo weggelopen uit een van de schilderijen van Ibsens landgenoot Edvard Munch. Ze heeft diezelfde onbenoembaar lege blik in haar ogen, waarin elke verwachting is gedoofd. Het spookachtige, kille Noorse licht van Munchs werk is in het lichtontwerp van Paul van Laak prachtig geïmiteerd. Timmers ontwierp een huiskamer, waarin het meubilair op wonderlijke wijze, dankzij gefiguurzaagde openingen, in elkaar haakt. Het is een wat luimige verwijzing naar de levens van deze mensen die juist niet met elkaar verstrengeld zijn.

Ibsens toneelstuk is niet vrij van pathos. Fred Goessens als een zwaar aangezette, heftig acterende Borkman blijft tegen beter weten geloven in zijn roeping: de mensheid redden dankzij industriële projecten. Hoe harder hij echter roept, des te minder geloofwaardig is hij. Uiteindelijk sterft hij de vriesdood, onder een verschrikkelijke last aan schulden, zowel financiële als mentale.

Borkman is een sinistere dans van drie vrouwen rondom twee mannen. Marlies Heuer en Lineke Rijxman als de zusters bevechten elkaar de gunsten van zowel de bankier als zijn levenslustige, spilzieke zoon Erhart (Benjamin de Wit). Marlies Heuer heeft de moeilijke opgave aan haar rol warmte en emotie te geven, zo genadeloos wringt Ibsen haar in het harnas van liefdeloosheid. Met kleine gebaren van vertwijfeling, het tegen zich aan duwen van een klein kussen en een stem die af en toe wegschiet weet ze dimensie te geven. Lineke Rijxman toont niet zozeer de vage melancholie van haar rol, eerder vecht ze voor het geluk van haar leven. Als tegenwicht voor alle tragiek dient het schitterende optreden van Kees Hulst als klerk met dichterlijke aspiraties. Wat schlemielig maar meteen innemend, groezelig gekleed en met vies haar, maakt hij zijn entree. Aan het slot, als iedereen weg is of zowat dood gaat, geeft hij een lichte toets aan al het sentiment.

Ibsen is een smeder van een hechte intrige. Voor het eerst ervoer ik ook zijn bombast, dat vooral veroorzaakt wordt door het te geëxalteerde spel dat de regie de spelers oplegt. Meer transparantie, zeker in de rollen van Borkman en zijn zoon, hadden de voorstelling gevaarlijker gemaakt. De tragiek van de vrouwen wordt te zwaar voorbereid, uitgemeten, overladen. Het slotbeeld is hoopgevend en wrang: de beide zusters spelen quatre-mains. Nu de echtgenoot dood is en de zoon met zijn geliefde op de vlucht is geslagen, is elke onderlinge rivaliteit overbodig. De vrouwen haatten elkaar alleen wegens de mannen. Een harde gedachte.

Voorstelling: John Gabriel Borkman van Henrik Ibsen door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Mirjam Koen. Gezien: 18/10 Watertoren Studio, Amsterdam. Te zien t/m 27/10 aldaar. Tournee t/m 22/12. Inl. 020-5237800, www.toneelgroepamsterdam.nl.