De generaal aller generaals

Aller ogen zijn op hem gericht. De camera's draaien onophoudelijk, de microfoons dansen onvermijdelijk voor zijn neus, de verslaggevers hangen gebiologeerd aan zijn lippen. De voetbaltrainer heeft macht. Alles wat hij doet en zegt is van belang. Hij is de generaal aller generaals geworden, de opperbevelhebber in een samenleving waarin voetbal de toon zet met zijn krijgskunde en retoriek.

Hij straalt van zelfoverschatting wanneer hij en zijn team hebben gewonnen. Hij blaakt van onkreukbaarheid wanneer hij en zijn team hebben verloren. Niets en niemand kunnen hem breken, want wie zichzelf tot voetbaltrainer heeft benoemd dient niet te buigen of af te dalen naar het niveau van de mens. Macht zal hij krijgen en zo lang mogelijk behouden, totdat de stem des volks hem stenigt, vertrapt en verbant naar een oord waar grootheidswaan nog wel loont.

Een voetbaltrainer heeft voetbal gestudeerd. Niet op een hogeschool, maar op een cursus waartoe doorgaans alleen mannen worden toegelaten die in hun jonge jaren goed konden voetballen. Daar leren ze hoe ze voetballers voetballen kunnen leren, door middel van herhalingsoefeningen en spelvormen. Daar leren ze strategieën om het vijandelijke team te verslaan. Ook aan pedagogiek en psychologie wordt menig lesuur besteed, maar populair schijnen deze vakken niet te zijn. Het gaat de trainer in spe tenslotte om voetbal.

Onvermijdelijk zijn de lessen mediatraining. Want wie voetbaltrainer wil worden, dient zich niet alleen te wapenen tegen het geweld van de media maar ook de media te bespelen. Zoals: loop nooit weg voor een camera, een microfoon en een blocnote, geef nooit fouten toe, prijs altijd je spelers, doe alsof je onvermurwbaar bent en altijd in de overwinning gelooft en vooral in jezelf. Er is er maar één die verstand van voetbal heeft: de voetbaltrainer. Want hij heeft er voor geleerd, de anderen dient men te beschouwen als de armen van geest.

Het moet gezegd: er schuilt weleens een kern van waarheid in het betoog van een voetbaltrainer. Dan heeft hij het over `vallende ballen', `knijpende backs', `sluitende middenvelders' en `open kansen'. Codes en vaktaal die slechts worden gebezigd door ingewijden, als om zich te wapenen tegen de vijandige buitenwereld. Wanneer een speler uit zijn team zich heeft vergaloppeerd, of nota bene een elleboogstoot of een doodschop heeft uitgedeeld, herinnert hij zich de mediatraining: de voetbaltrainer heeft een selectief geheugen en de scheidsrechter heeft de schuld van alles.

Wie status wil, wordt voetbaltrainer. Hij komt op de radio, hij komt op de televisie en wordt dus beroemd en mogelijk rijk. Hij kan de waarheid verdraaien en onbegrijpelijke taal bezigen alles wat hij zegt komt in de krant. Inderdaad, hij is onmisbaar. Zonder trainer zou het elftal voetballen als soldaten oorlog voeren zonder generaal. Zonder trainer zouden de meeste elftallen geen leider hebben. Zonder voetbaltrainer zouden de media geen aanspreekpunt én geen slachtoffer hebben.

Wie ijdel is, zou voetbaltrainer kunnen worden. Aan aandacht zal het hem dan nooit ontbreken. Weinig functies zijn zo egostrelend als voetbaltrainer. Hij staat op een voetstuk, verheven boven de voetballers en hun bewonderaars. Pas wanneer hij week in week uit hardnekkig heeft ontkend dat zijn team door zijn fouten heeft verloren, valt hij van zijn voetstuk. Na weken van zelfverloochening en hyperventilatie is hij bereid afstand van zijn status te doen. Dan treedt hij voor de camera's, de microfoons en de blocnotes en zegt hij manmoedig dat het vak van voetbaltrainer schromelijk wordt overschat en misschien wel pathetisch dat er meer is in dit leven.