Commandoraids: psychologische oorlogvoering

De militaire oogst van de raids in Afghanistan lijkt vooralsnog mager. Maar het optreden van de commando's is ook en vooral een signaal naar zowel de Talibaan als het thuisfront: het is de Amerikanen menens.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, noemde de commandoraids die Amerikaanse speciale troepen in de nacht van vrijdag op zaterdag uitvoerden een ,,groot succes.'' Ook de hoogste militair van de Verenigde Staten, luchtmachtgeneraal Richard Myers, zei dat de raids ,,hun doelen hadden bereikt''. Er waren inlichtingen ingewonnen en een wapenvoorraad zou zijn vernietigd. De tweevoudige missie lijkt echter eerder winst te hebben opgeleverd aan het front van de psychologische oorlogvoering dan dat de strijdkrachten van de Talibaan materiële schade is toegebracht.

In de nacht van vrijdag op zaterdag vlogen Amerikaanse MC-130 Combat Talon transportvliegtuigen met meer dan honderd Ranger-stoottroepen naar een verlaten vliegveld bijna honderd kilometer ten zuidwesten van het Talibaan-bolwerk Kandahar. Tegelijkertijd vlogen eenheden van de elite-eenheid Delta Force naar een commando-centrum van de Talibaan dichter in de buurt van de stad.

Op een videofilm die door het Pentagon is vrijgegeven is te zien hoe de Rangers op geringe hoogte met parachutes afsprongen boven een verlaten luchthaven. Een paar RPG-raketwerpers en een zwaar machinegeweer verschenen in beeld.

Myers vertelde dat de Delta Force in het overvallen hoofdkwartier niet had verwacht Talibaan-leiders tegen te komen en dat dat ook niet was gebeurd. In plaats daarvan was ,,inlichtingenmateriaal'' meegenomen. Waarschijnlijk gaat het om documenten; de Talibaan beschikken niet over hightech wapensystemen.

De militaire oogst van deze actie is, met andere woorden, karig te noemen. Je stuurt geen honderd Rangers op pad om een paar losse wapens te vernietigen. Mogelijk was de actie op het vliegveld een afleidingsmanoeuvre voor de overval op het commandocentrum. Maar dan nog lijkt het kidnappen van een stapel dokumenten alleen van waarde als daar minimaal de schuilplaats van Osama bin Laden uit valt af te leiden.

Een hoge Britse militair merkte na de acties op dat ook Britse mariniers wellicht aan dergelijke grondacties zouden meedoen om ,,hetzij een specifiek doel op de grond aan te vallen, of om de Talibaan te waarschuwen dat het ons menens is''. De operaties van de Rangers en de Delta Force lijken op dat laatste vlak wel een overwinning te hebben geboekt. Zowel op het thuisfront, als in de propagandastrijd tegen de Talibaan.

Allereerst signaleert het inzetten van grondtroepen op zijn minst een grotere militaire wilskracht dan de NAVO tijdens het offensief tegen Joegoslavië vertoonde, toen een grondoffensief politiek onhaalbaar leek. De Talibaan hoeven dus niet op terughoudendheid te rekenen.

Zo'n actie geeft het thuisfront het idee dat `we' terugvechten. Dat gevoel werd nog versterkt door het bericht dat de Rangers op de luchthaven foto's hadden achtergelaten van brandweerlieden die in New York de Amerikaanse vlag hesen boven de puinhopen van het WTC. En dat morele oppeppen geldt evenzeer voor de militairen. Ook al was het maar om bescheiden `een teen in het water houden', de overvallen zullen toch gelden als een geslaagde vuurdoop. ,,We kunnen in Afghanistan nu doen wat we willen'', aldus Myers.

Maar misschien kwam de belangrijkste overwinning op de Talibaan nog wel onverwacht. De Talibaan verkondigen sinds de commandoaanvallen publiekelijk dat de Amerikanen chemische en biologische wapens inzetten. De Rangers lijken daarmee in elk geval de geloofwaardigheid van de Talibaan aan flarden te hebben geschoten.