Witte Veder

Beschavingsdeskundige Stijn Vreven zeurt.

Afgelopen zondag weigerden de Willem II-spelers Abdellaoui en Landzaat de verdediger van FC Utrecht voor de wedstrijd een hand te geven. Feyenoorder Leonardo was hen vorig seizoen al een keer voorgegaan in het ostentatieve protest. De beul van Nieuw Galgenwaard voelt zich beledigd. In de Volkskrant zegt hij: ,,Geen hand geven is een daad waar iemand dagen over heeft nagedacht. In mijn ogen maak je dan geen onderscheid tussen het spel en het gewone sociale leven. Ik ben bloedfanatiek, maar er is nog nooit een speler na een tackle van mij van het veld gedragen.''

De getergde rechtsback gaat nog een stapje verder: ,,Van Abdellaoui kan ik het nog accepteren, maar van Landzaat vind ik het laf. We zijn elkaar in een wedstrijd nog nooit tegengekomen, maar kennelijk vindt hij het nodig om op deze manier te provoceren. In mijn ogen ben je dan een meeloper.''

Oorlogstaal om een niet gegeven handje.

Ik begrijp dat een Polaroid-indiaan gevoelig is voor sociale contacten. Maar alsjeblieft niet voor een wedstrijd. Wacht met je sociale impulsen tot later op de avond, in de kantine. Het geven van een hand is FIFA-sentiment. Het is de leugen van Nike die geen gewone leverancier van schoeisel wil zijn, maar bezorger van spiritualiteit. Ethisch ondernemen heet dat tegenwoordig, alsof de hongerlijdende ballennaaiers in Indonesië daar een spat beter van zouden worden.

Waarom zouden voetballers die elkaar anderhalf uur willen opvreten vooraf met de handen staan te schudden? Is een hoofs knikje vóór het bloedbad niet genoeg? Ik ben geen voorstander van het retorisch kannibalisme van Mike Tyson. De oerwoudgeluiden waarmee Edgar Davids zich voor en na de hymne oplaadt, klinken mij al als zo'n kakofonische terreur in de oren dat ik denk: dan nog liever André Rieu. En dat monster van virtuositeit mag geen klank uitstorten over mijn graf, laat staan over mijn liefde voor het voetbal.

Vreven is een beul, dat kan hij niet ontkennen. Dat is ook zijn opdracht. Vroeger werd een centrumspits binnen twintig minuten kapotgespeeld door de stoppers. Het maakte niet uit hoe. Theo Laseroms en Rinus Israel hadden maar één bevel: fileer de handel die voor je voeten loopt. Zij dachten er niet aan om de tegenstander voor, tijdens of uren na de wedstrijd een hand te geven. En ook de volgende dag niet. Vijanden koester je. Tegenwoordig zijn de verdedigingslinies in het voetbal ver-human-interest. Handje geven, wangetje strelen, liefkozend haartjepluk, je ziet na een tackle niets anders meer op de velden. De beuk erin betekent nu: averechtse krullen in het haar, soms een klein schaafwondje. Of zoals de koran zegt: slaan mag, maar alleen met de tandenborstel en uit de losse pols, niet uit de schouder.

Stijn Vreven is nog van voor de islam. Hij schopt en schoffelt, kraakt en breekt alles wat in zijn buurt komt. Een viervoeter in de zone, zeg maar. Het siert hem dat hij het oude verdedigingsvak zo letterlijk neemt. Maar blijf dan ook in de krant jezelf, zeur niet over de teruggetrokken hand van Landzaat. Geef die jongen op een onbewaakt moment in de wedstrijd de dodelijke kus van de maffia. Later komt alles goed, met die belofte zijn indianen generaties lang opgegroeid. Blijf indiaan in de belofte.

Of laat je hoofd kaal scheren.

Het laatste is wel zo efficiënt. In de wedstrijd FC Utrecht-Parma werd Vreven door een paar geschoren Italianen helemaal zoek gespeeld. Bal of man, de beul kwam er niet aan te pas. Opeens bleek hoe rudimentair en ontoereikend het anticiperend vermogen van de beschavingsdeskundige is. Nog steeds droomt Stijn Vreven van een grootse carrière in de Premier League. Het is hem van harte gegund. Maar na de wedstrijd tegen Parma zou hij kunnen weten dat Nieuw Galgenwaard zowat de hoogste tempel is die hij kan betreden. Ik begrijp dat je daar, als indiaan zijnde, dromend aan het kampvuur niet meteen achter komt, maar juist de `provocatie' van Landzaat zou kunnen helpen in de zelfkennis. Dank u, Landzaat.

En zijn er niet altijd nog de meisjes van Utrecht die de rechtsback willen mailen en strelen tot hij een vijfsterrenhoofd heeft? Witte Veder heeft het niet mogen meemaken.