SPELEN IN EEN STAL VERMINDERT DE KANS OP ASTMA EN HOOIKOORTS

Kinderen die op een boerderij opgroeien, al voor hun eerste verjaardag in contact met het vee komen en rauwe koemelk te drinken krijgen, hebben op de basisschool minder last van astma, hooikoorts en overgevoeligheidsverschijnselen dan leeftijdgenootjes die ergens anders groot worden. Dat blijkt uit een onderzoek onder plattelandskinderen uit Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland (The Lancet, 6 oktober).

Het onderzoek was opgezet om na te gaan of kinderen die op zeer jonge leeftijd aan allerlei micro-organismen worden blootgesteld daardoor een beter ontwikkeld immuunsysteem krijgen. Eén van de weinige plaatsen waar zo'n blootstelling op vrij natuurlijke wijze plaatsvindt is een boerderij, vooral als daar dieren worden gehouden. Boerderijkinderen zouden dan ook minder vaak allergische aandoeningen moeten hebben dan kinderen die ergens anders rondkropen.

In de westerse wereld lijden steeds meer kinderen aan één of meer allergieën. Mogelijk hangt dit samen met de toegenomen hygiëne. Kinderen worden daardoor veel minder dan vroeger blootgesteld aan alle mogelijke bacterie- en virusinfecties. Het afweersysteem mist daardoor juist in zijn ontwikkelingsfase essentiële prikkels. Het gaat zich gedragen als een hoogbegaafd kind dat op school te weinig intellectuele uitdaging vindt. Het gaat klieren en stopt veel energie in ongerichte activiteit. Allergie, overtrokken reacties op prikkels die op zichzelf niet erg bedreigend zijn voor het lichaam, zou daar een uiting van zijn. Deze redenering staat bekend als de `hygiëne hypothese'. Er zijn nogal wat aanwijzingen voor, maar nog geen bewijzen.

De hygiëne hypothese (en ook dit onderzoek) heeft vooral betrekking op de ontwikkeling van jonge kinderen, omdat dan, vooral in het eerste levensjaar, de toon gezet wordt voor het toekomstige functioneren van het immuunsysteem. Ruim 2600 ouders met kinderen op de basisschool, die allen op het Oostenrijks/Duits/Zwitserse platteland woonden, vulden een vragenlijst in over de gezondheid van de kinderen en de omgeving waarin ze waren opgegroeid. Ruim de helft van de ouders stond ook toe dat in huis stofmonsters werden verzameld en dat van de kinderen bloed werd afgenomen. Het bloed werd onderzocht op het voorkomen van specifieke met allergie samenhangende antistoffen. Na verwerking van alle gegevens bleek dat kinderen die al voor hun eerste verjaardag mee mochten om in de stal naar de dieren te kijken en rauwe melk te drinken kregen, veel minder last hadden van astma, hooikoorts en overgevoeligheid dan kinderen die pas in stallen kwamen toen ze tussen één en vijf jaar oud waren. Deze aandoeningen kwamen het minst voor bij kinderen die hun hele leven al in stallen speelden of rauwe melk kregen.