Soedan in tweestrijd over houding VS

De oorlog tegen het terrorisme gaf Soedan de kans zich te ontdoen van zijn paria-status. Maar de ideologen laten die kans graag voorbij gaan.

Het Soedanese bewind verkeert in tweestrijd over zijn houding ten aanzien van Amerika.

De islamitisch-fundamentalistische regering van president Beshir drukte vorige maand iedere steunbetuiging voor de terroristische aanslagen in New York en Washington de kop in. Vervolgens heette het tientallen Amerikaanse geheime agenten welkom en gaf hun informatie over gewelddadige moslimgroepen die actief in Soedan zijn. Amerika, dat Soedan tot voor kort als schurkenstaat bestempelde, sloeg daarop een vriendelijker toon aan tegen Khartoum en kwam terug op een gift van enkele miljoenen dollar voor het gewapende Soedanese verzet. Even leek het dat Soedan en Amerika, door omstandigheden gedwongen, bondgenoten waren geworden.

Na de bommenregen op Afghanistan lijkt de liefde al weer bekoeld. Soedan veroordeelde de aanval op Afghanistan en dinsdag mochten enkele duizenden bewoners van de hoofdstad Khartoum plots weer wél demonstreren tegen Amerika. Van zijn kant kritiseerde Amerika vorige week drie bombardementen door Soedanese regeringsvliegtuigen op een voedseldistributie voor ontheemden in het zuiden van het land.

De moslim-fundamentalisten van Soedan legden een lange weg af om aan de macht te komen. Na vele jaren van moeizame en geheime voorbereidingen in de strijdkrachten pleegden ze in 1989 een staatsgreep. Eenmaal in de regering breidden de activisten van het Nationale Islamitische Front (NIF) onder leiding van de ideoloog Hassan al-Turabi gestaag verder aan een netwerk van islamitische belangen in alle sectoren van de samenleving. Het NIF creëerde parallelle structuren voor alle strategisch gevoelige staatsorganen. Het zette eigen veiligheidsdiensten, militaire eenheden en politie op. Het infiltreerde bestuursorganen op de universiteit, scholen en in de media en organiseerde duizenden buurtcomités die waken over de burgers. Bovendien richtte het islamitische banken en bedrijven op om de economie te controleren. De fundamentalisten van het NIF kregen zo de Soedanezen in hun greep.

In 1991 verwelkomde het bewind Osama bin Laden, samen met andere radicale organisaties. De boerderijen en plantages van Bin Laden in Soedan dienden als dekmantel voor trainingskampen. Volgens buitenlandse veiligheidsdiensten wist het NIF hiervan en steunde het deze activiteiten.

Intussen maakte Turabi zijn land tot centrum van het sunni moslim-fundamentalisme in de wereld. Op talrijke conferenties, workshops en in publicaties pleitte hij openlijk voor een heilige oorlog om de islam over geheel Afrika te verspreiden. In een gesprek met deze krant in 1996 zei Turabi: ,,Ja, we proberen ons model te verspreiden, maar niet door geweld. CNN valt mijn slaapkamer binnen. Is dat een invasie?'' Twee jaar later verkondigde hij in een ander gesprek: ,,Alle Nederlanders zouden in Soedan moeten komen wonen. Wij geven hier vorm aan een nieuw model van de menselijke geschiedenis.''

Het ideologische fundamentalisme van Turabi en de terroristische aanslagen die in Soedan werden voorbereid, zoals de moordaanslag in Ethiopië vijf jaar geleden op de Egyptische president Mubarak, brachten het land in een steeds groter isolement. De machtige noorderbuur Egypte stelde zich vijandig op en Amerika noemde Soedan ,,een broeinest van terroristen''. Na de bomaanslagen op de Amerikaanse ambassades in 1998 in Kenia en Tanzania vuurde Amerika als straf een raket af op een doel in Khartoum.

Om zich uit dit internationale isolement te bevrijden, zette de NIF Turabi in 1999 op een zijspoor, waarna onmiddellijk de relaties met Egypte verbeterden. Al Turabi's naaste medewerkers zitten echter nog steeds op hoge posten in de regering. De nieuwe sterke man, Ali Osman, is een discipel van Turabi. Militanten die enkele jaren geleden in samenwerking met Bin Laden leiding gaven aan terroristische trainingskampen, vervullen hoge functies in de Soedanese veiligheidsdiensten. En ook de heilige oorlog, zowel die tegen de niet-islamitische Zuid-Soedanezen als vóór de verspreiding van de fundamentalistische islam in geheel Afrika, staat nog steeds hoog in het vaandel van de Soedanese heersers.

De oorlog tegen het terrorisme gaf Soedan de gelegenheid zich te ontdoen van zijn paria-status. De pragmatici in het regime, zoals de minister van Buitenlandse Zaken Mustafa Osman Ismael, grepen de kans aan om in een goed blaadje bij Washington te komen. Na het vertrek van Bin Laden in 1996 naar Afghanistan en de marginalisering van Turabi drie jaar later werd het financiële en commerciële netwerk van Al Qaeda en het NIF voor een groot deel ontmanteld. Maar onbekend is of er nog connecties tussen het NIF en Bin Laden bestaan. De pragmatici binnen het NIF willen daarom met Amerika samenwerken, in de hoop gespaard te blijven voor de woede van Washington, zoals in 1998. De ideologen daarentegen maken zich meer zorgen over hun positie in de wereld van het moslim-fundamentalisme. Zij willen voorkomen dat de verhouding met het, door iedereen in het NIF verafschuwde Amerika te innig wordt.