Sleutel

Naar aanleiding van wat ik vorige week schreef, werd mij de vraag gesteld of betere opleidingen zouden resulteren in betere leraren. Anders gezegd, ligt hier niet de sleutel voor de alom nagestreefde verbetering van de kwaliteit van het onderwijs? Om die vraag te beantwoorden is het nodig terug te gaan naar wat in het verleden is gebeurd.

Politici, onderwijskundigen, medewerkers van pedagogische centra, lerarenopleiders, zij allen meenden dat het onderwijs anders moest worden ingericht dan traditioneel het geval was. Over dat andere waren de meningen net zo zeer verdeeld als onder de huidige antiglobalisten. Tegen globalisering, maar allemaal wel om verschillende, soms heel particuliere redenen. Slechts één motief sprong eruit: de bestaande leraren waren te veel gericht op hun vak, te weinig pedagoog of didacticus. In de woorden van de indertijdse minister van onderwijs Van Kemenade: `Een leraar is in de eerste plaats leraar, in de tweede plaats leraar en pas in de derde plaats leraar in een bepaald vak.'

Uit de opvatting dat het vak niet zo belangrijk is, werden nieuwe leraren voor het voortgezet onderwijs opgeleid. Van de vier studiejaren was er een ingeruimd voor de onderwijskundige vorming. In de resterende drie jaar moest de student met vooropleiding havo leraar worden in bijvoorbeeld Frans en geschiedenis. Zo is het een tijd lang toegegaan aan de Nederlandse lerarenopleidingen, en daarmee is het onderwijs vanaf midden jaren zeventig zo'n vijftien jaar lang opgezadeld met vakmatig zwak opgeleide leraren. Daar kwam nog bij dat, toen de belangstelling voor de lerarenopleidingen terugliep, de eisen werden verlaagd. Als je niets meer kon, kon je altijd nog wel de lerarenopleiding.

Natuurlijk zijn er leraren die ondanks een beperkte, weinig eisende opleiding zichzelf in de loop der jaren uitstekend hebben ontwikkeld. Opleiding zegt niet alles, maar wel iets. Hiermee kom ik bij wat ik zie als het hardnekkigste taboe uit het onderwijs: de beoordeling van leraren. Het is gewoon dat wordt beoordeeld of een leerling aan het eind van bijvoorbeeld 4 atheneum genoeg weet van economie, maar of de leraar economie voldoende deskundigheid bezit om dat vak goed te doceren, daar gaan we altijd maar voetstoots van uit, terwijl we allemaal weten dat dit vaak niet het geval is. Daar komt nog bij dat de leraar die beperkt is in zijn vak ook didactisch maar weinig kanten op kan. Een leraar met een beperkte opleiding resulteert dus in een beperkte leraar en dat is natuurlijk niet bevorderlijk voor de alom nagestreefde kwaliteit van het onderwijs.

De controle op de vakinhoudelijke deskundigheid zal overigens van buitenaf moeten komen: scholen hebben er namelijk vaak financieel belang bij dat bepaalde leraren een vak geven ook als die leraren zichzelf daar in wezen niet competent toe achten. Dit is een van de gevolgen van de financiële verzelfstandiging van scholen en zoals ieder proces van liberalisering brengt het de eis mee van onafhankelijke, externe controle.

Is een verbetering van de opleiding dan de sleutel tot de verbetering van het onderwijs waar we allen naar op zoek zijn? Nee, onder de huidige omstandigheden niet. De komende jaren gaan veel oudere, wat hun vak betreft uitstekend opgeleide leraren met pensioen. Hoe goed we de komende leraren ook opleiden, het kan het probleem van de vertrekkende know how niet oplossen. Er studeren namelijk lang niet genoeg jonge mensen af om de massale uitstroom te vervangen.

prick@nrc.nl