PROTOZON WAS IN HET PRILLE BEGIN HETER EN HELDERDER

Toen de zon nog geen miljoen jaar oud was, was hij helderder en heter dan de tot nu toe gebruikte modellen van het ontstaan van sterren voorspellen. Dat beweren Günther Wuchterl en Ralf Klesen, twee Duitse astronomen die ook verbonden zijn geweest aan de Sterrewacht Leiden (Astrophysical Journal Letters, 20 okt.). De astronomen hebben op een nieuwe manier het proces van het ontstaan van sterren berekend, rekening houdend met de processen die zich in de naaste omgeving afspelen. Sterren ontstaan namelijk niet in afzondering, maar in (grote) groepen en in een turbulente omgeving.

Sterren ontstaan in interstellaire wolken moleculair waterstofgas met een diameter van zo'n 100 lichtjaar. Als de dichtheid ergens in zo'n wolk door de een of andere oorzaak zoals samendrukking door de schokgolf van een ster die in de omgeving explodeert toeneemt, krijgt de aantrekkingskracht van het gas de overhand over de buitenwaarts gerichte gasdruk en begint de wolk samen te trekken. Op vele plaatsen ontstaan dan verdichtingen, die door verdere aantrekking (accretie) van gas aangroeien tot protosterren. Wuchterl en Klesen hebben nu ook de invloed van de omgeving van zulke protosterren op het ontstaansproces bestudeerd.

De eigenschappen van deze sterren-in-wording blijken tijdens de eerste miljoen jaar aanzienlijk af te wijken van die van sterren die de `klassieke' computermodellen in afzondering laten ontstaan. Dit komt doordat de samentrekkende fragmenten c.q. protosterren ook de invloed ondervinden van de turbulenties en accreties om hen heen: zij worden door al die bewegingen extra verhit.

De nieuwe berekeningen laten zien dat een ster met een massa van die van de zon gedurende de eerste miljoen jaar van zijn bestaan ongeveer tweemaal zo helder en 500 graden heter is dan tot nu toe werd aangenomen. Gedurende zijn tweede miljoen jaar is zijn oppervlak net zo heet als dat van een tweemaal zo zware ster die volgens de `klassieke' modellen wordt berekend. Dit impliceert dat het verband tussen massa, helderheid en leeftijd van zulke protosterren moet worden herzien. Ook onze zon moet in het prille begin heter en helderder zijn geweest. De grote vraag is nu of deze ontdekking ook consequenties heeft voor de theorieën over het ontstaan van de eerste `vaste' objecten rond de protozon: de voorlopers van de huidige planeten.