Ophoepelen

Op een van de drukste pleinen van Rome staat een agent het verkeer te regelen. Terwijl honderden automobilisten de bevelen van zijn arm opvolgen, kiest een knalrood Fiatje een andere richting. De agent fluit het autootje zo hard en zo schel terug, dat het van schrik dwars op de weg komt te staan en het hele verkeer vastzet. De politieman trekt de klep van zijn pet over zijn ogen en stapt met geheven kin op het ingeklemde wagentje af.

Uit het open dakje komen de handen van de bestuurder tevoorschijn. De vingers grijpen zich aan het dak vast als wil de man zich ophijsen, maar ze verdwijnen weer om direct daarop plaats te maken voor zijn hoofd. Ook dat trekt zich snel terug. Ten slotte verschijnt de autobezitter alsof hij opnieuw geboren wordt: eerst zijn hoofd, dan een opgetrokken schouder, de andere schouder en ten slotte de armen gekruist voor de borst.

Hij glimt van het zweet, grijpt zich in het haar als wil hij het uittrekken en begint met luide stem te jammeren over la mamma die in het ospedale op hem wacht terwijl tutta Roma vastzit. Draaiend om zijn as wijst hij alle uitvalswegen aan. De blik van de agent lijkt de woorden van de bestuurder – nog voor ze uitgesproken zijn – in diens mond te willen bevriezen. Onaangedaan trekt hij zijn bonboekje: Naam? Adres?

Nu la mamma niet werkt, zet de Fiatbezitter zijn echtgenote in. Handenwringend vertelt hij dat ook zij ziek is. Het mag niet baten: Papieren? Rijbewijs?

De automobilist gebaart al minder heftig en spreekt zachter. Aangeslagen begint hij een reeks bambini op zijn vingers af te tellen. Nu is het de beurt van de politieman om te gaan zweten en het op een schreeuwen te zetten. Hij beklaagt zich over de automobilisten die vandaag de dag precies doen waar ze zin in hebben, over het ontbreken van discipline en vooral over de kleine auto's die overal tussendoor...

Als hij moet ademhalen vraagt de bestuurder benauwd: Ma, che posso fare? Wat kan ik doen? Heb toch medelijden, agent. Zo'n arme donder als ik die acht magen moet vullen, che posso fare, eh?

In totale overgave slaat hij zijn ogen neer en laat het hoofd hangen. De politieman draait de bon tussen zijn vingers. Dan duwt hij zijn pet achterover, roept: Ah, en scheurt met een weids gebaar het papier doormidden.

Ma vattene, roept hij. Wegwezen.

Het verkeer komt weer op gang.