`Onderwijs verandert marginaal'

Alweer lijkt een onderwijshervorming te zijn mislukt, gelet op het negatieve advies deze week van de Onderwijsraad over de basisvorming. Waarom wordt het toch steeds weer geprobeerd?

De basisvorming, het studiehuis, de regionale onderwijscentra, het weer-samen-naar-schoolproject, de basischool en het vmbo. Geen enkele onderwijsvernieuwing van de afgelopen jaren is probleemloos ingevoerd. Deze week adviseerde de Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van de minister op het gebied van onderwijs, om de basisvorming drastisch aan te passen.

Waarom gaat het steeds mis? Volgens Wim Meijnen, onderwijssocioloog en lid van de Onderwijsraad, heeft de overheid weinig macht om scholen een vernieuwing op te leggen. Door de vrijheid van onderwijs, vastgelegd in artikel 23 van de grondwet, kan de overheid zich niet bemoeien met de manier waarop les wordt gegeven. Meijnen: ,,Er worden interessante plannen gemaakt, en terecht, maar vervolgens moet de uitwerking worden overgelaten aan de scholen zelf. De overheid kan alleen maar hopen dat het gaat zoals bedoeld.''

Zijn er geen mogelijkheden om dat te stimuleren?

,,Door voorlichting te geven en leraren cursussen aan te bieden, kan de overheid proberen scholen en leraren enthousiast te maken.''

De overheid kan toch ook lesmethode's voorschrijven?

,,Dat kan niet. De leermiddelen kan elke school zelf kiezen. De uitgevers van schoolboeken opereren op een vrije markt. Daardoor zijn er verschillende onderwijsmethoden. Dat kan ook anders. In veel staten in de VS schrijft de overheid voor welke boeken er in de klas gebruikt moeten worden. Dan heb je veel steviger grip op de inhoud van de lessen. In Nederland kan de overheid hooguit een stempel drukken door te helpen bij de ontwikkeling van lesmethoden. ''

Beleidsmakers staan dus met lege handen?

,,Ze zouden het doel van de vernieuwing zo moeten formuleren dat dat alleen kan worden gehaald als de school de bijbehorende methode volgt. Idealiter zouden de eindexamens havo en vwo zo moeten worden ingericht, dat leerlingen alleen slagen als ze volgens de studiehuismethode les hebben gehad. Zolang dat niet het geval is en scholen dus niet op hun manier van lesgeven worden afgerekend, zullen er altijd leraren zijn die alles bij het oude laten. Het mooiste voorbeeld stamt uit de jaren zeventig. Toen werd besloten om drie niveaus in te voeren in het lager beroepsonderwijs: niveau A, B en C. Veel scholen deden het vervolgens zo: een leerling met een 6 had niveau A, een leerling met een 7 niveau B en een leerling met een 8 niveau C. De vernieuwing wás doorgevoerd, maar feitelijk was er niets veranderd.''

Bestaat er een succesformule om een vernieuwing wél te laten slagen?

,,De geesten moeten er rijp voor zijn. Als een onderwijsvernieuwing nauwelijks door de Tweede Kamer komt, kun je er donder op zeggen dat de praktijk heel lastig zal zijn.''

Zoals bij de basisvorming dus?

,,De basisvorming was een zeer moeizaam bereikt compromis. Er was uitentreuren over gediscussieerd en de politiek was verdeeld. Diegenen die niet mee willen doen, voelen zich daardoor gesteund.''

Als het draagvlak ontbreekt kan de overheid het dus wel schudden?

,,Tenzij ze er heel veel geld voor over heeft. Als een bedrijf een product op de markt wil zetten, wordt daar flink in geïnvesteerd. Anders lukt het niet. De overheid heeft altijd erg weinig geld over gehad voor onderwijsvernieuwing.''

Hebben beleidsmakers wel voldoende oog voor de behoefte van scholen?

,,De onderwijsvernieuwers lopen vaak voor de troepen uit. De Onderwijsraad adviseert bijvoorbeeld om scheikunde, natuurkunde, biologie en techniek in de basisvorming samen te voegen tot het vak science. Nu wordt enthousiast op dat idee gereageerd. Vóór de invoering van de basisvorming was de integratie van vakken ook al aan de orde. Toen was het plan om vijf leergebieden te maken door vakken samen te voegen. Dat is toen afgeschoten. Blijkbaar was de tijd er toen nog niet rijp voor.''

Wordt er gewoon niet te veel vernieuwd in het onderwijs?

,,Die klacht hoor je vaak. Maar er zijn maar weinig sectoren zo stabiel als het onderwijs. Natuurlijk zijn er veranderingen, maar uiteindelijk zijn die marginaal. Ouders zijn vaak verbaasd als hun kind op de basisschool ongeveer hetzelfde leert en doet als zij vroeger. Maar ouders vinden al jaren min of meer hetzelfde belangrijk voor jonge kinderen: De juf moet lief zijn, de school in sociaal en emotioneel opzicht een veilige haven. En ze moeten zo veel leren, dat ze naar een goede middelbare school kunnen. Als dat het geval is, is er weinig behoefte aan verandering.''

Waar komt dan de behoefte tot nieuwe hervormingen vandaan?

,,Er zullen altijd beleidsmakers blijven die lacunes in het onderwijs blijven zien. Zolang die een meerderheid in het parlement weten te krijgen, zullen er vernieuwingen worden doorgevoerd. Je kunt nooit objectief de resultaten hiervan meten, omdat er zoveel andere, maatschappelijke factoren op het succes of falen van invloed zijn. Het definitieve gelijk of ongelijk bestaat daarmee niet.''