NESTBESCHERMING VAN DE KWARTELKONING WERKT UITSTEKEND

Lange tijd zag het er naar uit dat hij uit ons land zou verdwijnen, maar volgens Vogelbescherming Nederland maakt de kwartelkoning (Crex crex) nu een opmerkelijke comeback. Langs de grote rivieren, in rietlanden en moerasjes wordt zijn schorre krrèk-krrèk (alsof je je nagel over een kammetje haalt) uitbundig gehoord. Afgelopen zomer werden 200 broedpaartjes geteld in Oost-Groningen, Zuidoost-Friesland, Drenthe en langs de grote rivieren.

De kwartelkoning meet 25 tot 28 centimeter, heeft roodbruine vleugels, een grijsgestreepte borst en een opvallende grijze wenkbrauwstreep. Daarmee lijkt hij sprekend op een grote kwartel, maar familie is hij niet. Kwartels zijn hoenders, terwijl de kwartelkoning thuishoort bij de rallen, een familie van waadvogels met kleine koppetjes, korte vleugels en lange poten, zoals de meerkoet en het waterhoen. De kwartelkoning is veel schuwer, hij wordt vaker gehoord dan gezien. Zijn karakteristieke geknars (volgens sommigen roept hij zijn eigen naam in het Latijn) hoort tot de merkwaardigste geluiden uit het dierenrijk. Op mooie juninachten wordt het onafgebroken volgehouden op volle kracht, van zonsondergang tot zonsopgang. Hoe de vogel dat klaarspeelt is een raadsel.

De kwartelkoning is de `griet' uit het bekende kinderrijmpje waarin alle vogels in mei een ei leggen, behalve de koekoek en de griet. Het is een zomervogel, die in tropisch Afrika overwintert. Pas in juni of juli begint hij te broeden, in hoge kruidenrijke graslanden en verrassend genoeg steeds vaker ook op akkers. Op de Britse eilanden deed hij dat kennelijk al langer, getuige zijn Engelse naam Corncrake (`graanral').

Om zijn jongen groot te brengen heeft deze laatbroeder rust nodig tot augustus. In het begin van deze eeuw was de kwartelkoning nog algemeen, maar door de moderne, intensieve landbouwmethoden worden nesten, eieren en kuikens nu vrijwel altijd stukgemaaid. Eind jaren zestig werden in Nederland nog zo'n 850 roepende mannetjes geturfd. Tien jaar later waren er nog maar een stuk of vijftig broedparen over. Ook elders in West-Europa is de kwartelkoning sterk achteruitgegaan.

Twee jaar geleden startte een vogelwerkgroep uit Zwolle een reddingscampagne. Vrijwilligers trokken er 's nachts op uit om de zeer schuwe, bij hun nest roepende mannetjes op te sporen. Als ze een nest vonden, pleegden ze overleg en vaak bleek de terreineigenaar dan bereid om het perceel pas laat te maaien. Deze resultaten waren zo veelbelovend dat Vogelbescherming Nederland en SOVON Vogelonderzoek nu een landelijk project hebben opgezet. Van de 114 vastgestelde roepplaatsen kon de afgelopen zomer zeker negentig procent worden gered. Alleen in de grootschalige akkerbouw in het Groningse Oldambt bleek het vaak onmogelijk om het maaien of oogsten uit te stellen.

Mogelijk profiteert de kwartelkoning behalve van de extra nestbescherming ook van de huidige trends tot natuurontwikkeling. Gebieden die tot in het voorjaar een hoge waterstand hebben, worden pas laat in het seizoen door Schotse Hooglanders of andere grote grazers afgegraasd en dat is precies wat de kwartelkoning nodig heeft. Hij eet vooral wormen, slakken, insecten en andere kleine beestjes, soms aangevuld met plantenzaden. Hij houdt van weinig intensief beheerde, ruige, kruidenrijke hooilanden en vochtig grasland. Ook uiterwaarden, die 's winters onder water staan waardoor de grasgroei pas laat in het voorjaar op gang komt, zijn geschikt voor deze zomergast.