Lachmons onzekere erfenis

De dood van Jaggernath Lachmon heeft invloed op het hele Surinaamse politieke landschap.

,,We moeten nu flink zijn'', zei Ronald Venetiaan gisteren, nadat hij het nieuws had gehoord van het overlijden van de hindoestaanse leider en parlementsvoorzitter Jaggernath Lachmon. De gevolgen van diens dood vragen van het Surinaamse staatshoofd stevige stuurmanskunst. Het verlies van de VHP-voorman zal de toch al weinig stabiele verhoudingen binnen de regerende Nieuw Front-coalitie niet bevorderen.

De president, zelf van de creoolse NPS, heeft al maanden te maken met problemen. Eerst overleed Fred Derby, invloedrijk leider van de kleinste regeringspartner SPA. Vervolgens waren er strubbelingen rond de Javaanse Pertjajah Luhur. Maar meest ingrijpend is het wegvallen van Lachmon die een verdeelde hindoestaanse politieke gemeenschap achterlaat, zonder duidelijke leider.

Achter de schermen van de VHP is onhelder wat de koers zal zijn. De afgelopen jaren kreeg de partij te maken met openlijke onvrede. Bij de formatie van het kabinet-Venetiaan werd dat nog duidelijk. Toen wierp Nannan Panday, leider van de grootste hindoestaanse religieuze beweging Sanathan Dharm, zich achter Lachmons rug openlijk op als presidentskandidaat. De actie leed schipbreuk maar illustreerde de problemen binnen de VHP. Die waren in 1997 al naar buiten gekomen toen partijleden zich afsplitsten in wat oorspronkelijk de `vernieuwingsbeweging' BVD werd genoemd. Lachmon zou jongeren te weinig kans geven, partijstructuren zouden ondemocratisch zijn, voor modernisering was geen plek. Toen het puntje bij paaltje kwam bleek de BVD een vehikel van de hindoestaanse zakenelite die aanpapte met Bouterse's NDP en later het bewind van Wijdenbosch. Maar er waren meer afsplitsingen van hindoestaanse partijtjes, zoals HPP en Naya Kadam. Het tekende de onrust binnen en buiten de VHP.

Is dat een gezond teken van datgene waar Lachmon zich voor inzette: de emancipatie van de hindoestanen? Of is het een risico voor de verbroederingspolitiek, waarvan hij in 1961, nog vóór de onafhankelijkheid, in de Surinaamse Staten zei dat hij dat ,,tot mijn laatste ademtocht zal prediken''? Toch lijkt juist dit een trieste paradox van Lachmon. De man die er van overtuigd was dat etnisch groepsbelang het Surinaamse volk alleen maar ellende zou brengen, laat een eigen verdeelde beweging achter waar de macht van de sterkste èn etnische profilering op de loer ligt.

Met name binnen de NPS wordt gevreesd voor penetratie van de rijke zakenlui in de VHP, voor hernieuwde contacten met de groep-Bouterse en/of Wijdenbosch en zelfs voor verwijdering van de VHP uit het Nieuw Front. Dat laatste zou tegendraads zijn aan wat Lachmon voorstond. In diezelfde Statenvergadering uit 1961 zei hij over de Surinamers: ,,Wij kunnen een andere mentaliteit misschien op bepaalde punten hebben, maar er is één ding dat ons bindt en dat is de grond waarop onze wieg gestaan heeft: die grond bindt ons allen.'' Dat is zijn erfenis. Of zoals Ram Sardjoe, VHP-secretaris, het zegt: ,,Je moet niet vragen: wat is de VHP zonder Lachmon? Je moet vragen: wat is Suriname zonder Lachmon? Hierin ligt zijn grootheid: zijn bereidheid in te leveren voor de samenleving.'' Dat laatste zal niemand ontkennen. Maar of de erfenis van de nestor van de Surinaamse politiek op de manier zal voortleven zoals hij het in praktijk bracht, is niet gegarandeerd.