In de jungle

Een wandelaar loopt op een donkere avond door een verlaten buitenwijk van een stad. Opeens ziet hij in het licht van een lantaarn een man op handen en voeten rondkruipen. Contactlens verloren, denkt de wandelaar. `Wat zoekt u?', vraagt hij behulpzaam. `Mijn huissleutel', bromt de geknielde gedaante. `En waar bent u die verloren?' De man wijst op een donkere plek in de nabijheid. `Waarom zoekt u daar dan niet?', oppert de wandelaar. `Omdat ik daar niets zie', mokt de zoeker.

Deze zeer oude parabel verduidelijkt de menselijke neiging zich te beperken tot zaken die hij kan overzien, het volgen van platgetreden paden, de weg van de minste weerstand enzovoort. Je ziet die neiging op veel gebieden. Neem het toezicht op de financiële markten, met de bescherming van consumenten als een van de doelstellingen.

De financiële wereld is in tien, vijftien jaar tijd uitgedijt tot een dichtbevolkte, welvarende stad met de Effectenbeurs als hel verlicht, verleidelijk centrum, en banken, verzekeraars en pensioenfondsen als belangrijke subcentra. Daaromheen liggen allerlei wijken en buurten.

De chique delen met de dure villa's van notarissen, advocaten, accountants, private bankers en belastingadviseurs, waar het licht nooit uitgaat en de schoorsteen altijd rookt. De wijken van de effectenbemiddelaars, handelaren en beleggingsanalisten, zo vol lawaai en sterke verhalen. Verder een wirwar van duizenden huisjes aan de buitenrand, waar de beleggingsfondsen werken. Een Albert Heijn. Jazeker, want daar kan je sparen. Je vindt er wijken met vogels van diverse pluimage: vermogensbeheerders, financiële adviseurs, hypotheekbemiddelaars, assurantietussenpersonen, remisiers en productverkopers in hun opbelcentra. Enfin: een financiële metropool vol good en bad guys, waar miljarden guldens per dag omgaan.

Hoe kunnen burgemeester en wethouders, politie, justitie en rechters daar de orde handhaven en argeloze financiële consumenten beschermen tegen oplichters, zakkenvullers en straatrovers? Strengere wetten? Hogere straffen? Meer blauw op straat? Vliegende brigades? Betere verlichting? Dat is hèt probleem voor de bestuurders en uitvoerders van alle geldsteden: je loopt achter de feiten aan, want de bad guys zijn juist good guys bij het vinden van sluiproutes en donkere achteraf weggetjes. En de good looking guys -goed of slecht- weten de consument als geen ander te bespelen.

De vier belangrijke centra -beurs, banken, verzekeraars, pensioenfondsen- staan inmiddels onder permanent toezicht, net als de beleggingsfondsen. Maar B & W zitten niet stil. Deze week meldden De Nederlandsche Bank, de Stichting Effectenverkeer (STE) en de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) aan minister Zalm (Financiën), op diens verzoek, dat ze de zaken anders willen aanpakken.

Er komt een scheiding tussen het toezicht op financiële bedrijven (hun soliditeit), en het gedrag van marktpartijen. Je hebt dan voldoende aan twee toezichthouders: een met onder meer accountants en actuarissen die bedrijven in de gaten houden, de ander met undercovers, rechercheurs, politieagenten en stadswachten die letten op de bad guys. Dat is nogal een omwenteling.

Het is daarom de vraag of het ooit zover zal komen, in welke vorm en wanneer. En of deze benadering zich niet beperkt tot de verlichte delen van de stad. Bedenkelijke transacties spelen zich immers vaak af in de slecht verlichte delen van de stad, waar adviseurs met de korte termijn eigen verdiensten als enig kompas (na ons de zondvloed) hun waren slijten. In die buurten worden mensen makkelijk van hun geld afgeholpen. Kunnen meer toezicht en strengere wetten dergelijke berovingen voorkomen? Bijvoorbeeld door meer blauw op straat? Nee, want je kan niet overal financiële agenten laten patrouilleren. Je weet van tevoren immers niet waar de slachtoffers vallen. En je kan, nee je moet, mensen niet overal tegen willen beschermen. Dat is een belangrijke overweging.

Daarom moet het wettelijke toezicht zich maar beperken tot het zoeken en toezien in het licht. Is daarmee de kous af? Nee. Het geschetste toezicht van bovenaf is niet compleet zonder een degelijke controle van onderaf. Die moet uitgaan van de consument zelf. Die moet zijn verantwoordelijkheid willen en durven dragen en ter zake worden opgevoed.

Teveel mensen zijn onwetend en laten zich leiden door hebzucht, angst en gemakzucht. Reageren op prikkels van buitenaf: advertenties, folders, verkoopverhaaltjes, telefoontjes enzovoort. Redeneren zelden vanuit hun financiële behoeftes en risico's, maar staren zich blind op de voordelen van een aanbieding en wil niet denken aan nadelen en risico's. Geloven bijna altijd wat een adviseur vertelt, ook al is dat niet meer of minder dan een ordinaire verkoper. Dat moet veranderen.

De moraal: de financiële wereld is een jungle waar roof de wet is. Wie maakt de consument roofproof?

Adriaan Hiele (hiele@nrc.nl) beantwoordt vragen van lezers op www.nrc.nl/geld)