Hulpverlener tussen voetballers

Met een onbekende trainer presteert FC Den Bosch boven verwachting in de eredivisie. Desondanks groeit de kritiek op het verdedigende spelconcept van Wiljan Vloet. Zijn didactische vaardigheden werden gevormd in de hulpverlening. ,,Ik leerde ontspoorde jongeren weer kind te zijn.''

Als de trend door Ajax wordt gezet, hoeft het naar de eredivisie gepromoveerde FC Den Bosch zich niet te schamen voor de verdedigende speelwijze, waarmee de club reeds elf punten bij elkaar sprokkelde. In Brabant kunnen ze nog nauwelijks geloven dat Den Bosch evenveel punten heeft als PSV, maar een beter doelsaldo. Toch begint de sympathie voor het defensieve concept van de nieuwe trainer Wiljan Vloet te verdwijnen. Na een duffe 0-0 bij NAC werden de spelers van Den Bosch vorige week door de supporters van de thuisclub gehekeld als voetbalvervuilers, die het publiek van de tribunes verjagen.

,,Sinds wanneer moet Den Bosch het publiek in Breda vermaken?'', stelt de 39-jarige Vloet, droogjes. ,,Mijn eerste prioriteit is niet het publiek, maar FC Den Bosch. Onze supporters zijn trots, ze lopen weer met petjes van de club door de stad. Na het duel met NAC kregen we voor het eerst negatieve reacties op onze speelwijze. Mij werd verweten dat Den Bosch zijn collectieve verantwoordelijkheid voor het Nederlandse voetbal negeert. Een prachtige term, maar wat koop ik daarvoor zolang de inkomsten in het betaalde voetbal niet eerlijk over alle clubs worden verdeeld? Ik wil best meewerken aan een show bij NAC als beide clubs over een budget van twintig miljoen gulden kunnen beschikken, dan vind ik het een eerlijke strijd. Maar zolang Den Bosch moet werken met het kleinste budget in de eredivisie mag je van ons toch niet verwachten dat wij overal garant staan voor amusement?''

Nadat in februari bekend werd dat Vloet dit seizoen trainer zou worden van FC Den Bosch heeft hij intensief veel wedstrijden in de eredivisie bekeken waarin iets op het spel stond. ,,Het bleek dat met een solide achterhoede het hoogste rendement werd gehaald'', zegt hij. ,,Mede op basis van die analyses heb ik gekozen voor een verdedigend concept in de wetenschap dat Den Bosch de bal minder vaak zou hebben dan de tegenstander. Rinus Michels noemde initiatief nemen ooit het belangrijkste kenmerk van het Nederlandse voetbal. Zelfs de grote ploegen kunnen dat niet langer negentig minuten opbrengen en wij kiezen onze momenten. Als Den Bosch leuk en aanvallend zou spelen, degraderen we net als RBC meteen weer naar de eerste divisie. En wij moeten dit seizoen juist overleven om op termijn een stabiele club in de eredivisie te worden.''

Vloet zegt boven de kritiek op het spel van zijn elftal te staan. ,,Mijn spelers moeten juist meer krediet verdienen voor hun prestaties. Je moet toch over bepaalde kwaliteiten beschikken om zo te kunnen voetballen als Den Bosch'', meent hij. ,,Onze strategie vereist van alle spelers veel discipline, want ook een creatieve aanvaller als Mourad wordt wekelijks geacht zichzelf weg te cijferen in dienst van de ploeg. En waar gaat het nu om in het Nederlandse voetbal? De behaalde prijzen blijven in herinnering en niet alleen de wijze waarop werd gevoetbald.''

Het moet een vreemd idee zijn voor Vloet dat hij nu trainer is van een club die hij als manager heeft helpen saneren. In die rol heeft de Brabantse coach vorig jaar zelfs acht spelers moeten ontslaan, onder wie monument Harry van der Laan. ,,Dat was in emotioneel opzicht heel moeilijk en toch heb ik als crisismanager geen moment geaarzeld om het te doen'', zegt Vloet. ,,In principe wijs ik elke vorm van sanering af, ook deze jongens hadden het recht hun contract uit te dienen. Maar ik had eenvoudig geen keuze, FC Den Bosch stond aan de rand van een faillissement.''

,,Vooral ten opzichte van aanvaller Harry van der Laan vond ik de sanering mensonterend. Hij is immers een begrip geweest in Nederland. Harry had een groots afscheid verdiend in Den Bosch, zijn gedwongen vertrek verdiende niet de schoonheidsprijs. Helaas kon het niet anders. Nu moet een groot bedrijf in 's Hertogenbosch saneren en de verhalen zijn hetzelfde. Werknemers vragen zich af of ze ontslagen worden of niet. Bij ons in de kleedkamer heerste dezelfde sfeer. Mijn voorganger Jan Poortvliet verdient een groot compliment dat hij onder die omstandigheden kampioen is geworden in de eerste divisie.''

Desondanks moest ook Poortvliet vertrekken, omdat Vloet als trainer het beste bleek te passen in het uitgerekend door hem opgestelde beleidsplan voor Den Bosch. ,,Ik heb slechts de voor Den Bosch ideale structuur aangegeven, zonder mezelf aan te prijzen'', zegt Vloet. ,,Daarom kan ik ook iedereen recht in de ogen kijken. Ik heb juist lang moeten nadenken of ik bij deze club wel als trainer wilde beginnen. Ik merk nu ook dat het bestuur soms moeite heeft met mijn andere rol. Als trainer stel ik me anders op dan in mijn vroegere rol van manager, dat botst wel eens.''

Maar wie is Wiljan Vloet? Als beperkte spits van de amateurs van Steenwijk ontdekte Vloet op zijn 22ste jaar dat hij zijn plafond had bereikt. Door de colleges op het CIOS van docenten als Foppe de Haan, Hans Westerhof en Henk Gemser raakte Vloet gefascineerd door de bewegende mens. ,,Zo gloedvol als Gemser over topsport kon praten, dat is me altijd bijgebleven'', zegt Vloet. ,,Met De Haan had ik een bijzondere band, omdat hij ook mijn trainer bij Steenwijk was. Ik heb nog een artikel uit een regionale krant, waarin Foppe mij een olifant in een porseleinkast noemt. Hij vond me veel te wild en dat klopte wel. Het was voor mij dan ook bijzonder dat ik uitgerekend tegen het Heerenveen van Foppe de Haan mijn debuut maakte als hoofdtrainer in het betaalde voetbal. Die functie is altijd mijn droom geweest.''

Maar voelde Vloet geen natuurlijke achterstand, toen hij als coach van FC Den Bosch onder anderen de hand schudde van Sparta-trainer Frank Rijkaard? ,,Ik heb vorig jaar de cursus coach betaald voetbal gevolgd met een topspeler als Ruud Krol, terwijl hij vroeger in mijn verzameling voetbalplaatjes zat. Ik ervoer het gemis van een grote carrière als voetballer niet als een handicap. Ik merkte mijn achterstand wel op andere gebieden. Medecursisten als Danny Blind toonden een enorme kennis van het internationale voetbal. Blind en Krol konden de opstelling van FC Porto zo op papier zetten, ik niet. Bovendien ondervond ik natuurlijk dat ik als trainer geen enkele reputatie bezit.''

,,Commercieel ben ik natuurlijk niet aantrekkelijk. Dat heb ik het bestuur van Den Bosch ook voorgehouden. Spelers komen sneller naar Sparta dan naar Den Bosch, omdat ze graag onder Rijkaard willen werken. Bovendien willen potentiële sponsors zich graag met Sparta associëren nu Rijkaard daar trainer is. Die achterstand kan ik slechts wegwerken door te bewijzen dat ik ook een vakman ben. Op mijn visitekaartje moet straks staan dat Wiljan Vloet spelers beter kan maken. Bovendien laat ik me in de technische staf omringen door de oud-spelers Jan van Grinsven en Wim van der Horst, die samen bijna duizend wedstrijden in het Nederlandse betaald voetbal hebben gespeeld. Zij kennen de stadions en de sfeer in de kleedkamer als geen ander. Zij compenseren wat ik van nature niet heb. En door vooroordelen over mijn achtergrond laat ik me niet beïnvloeden.''

De zendingsdrang heeft de katholiek opgevoede Vloet meegekregen van zijn vader, die de gemeenschap nog altijd als raadslid dient. Zijn didactische kwaliteiten werden gevormd in de hulpverlening. Bij de afdeling Bijzonder Jeugdwerk in Brabant was Vloet veertien jaar werkzaam als sportleraar en unitleider. ,,Het is een slopende baan geweest, waarbij ik diverse collega's hun idealen heb zien verliezen'', zegt hij. ,,Maar ik haalde enorm veel voldoening uit de wetenschap dat ik ontspoorde jongeren tussen de veertien en achttien jaar terug kon brengen in de maatschappij. Als sportleraar stelde ik steevast het spelende kind centraal, want veel van die kinderen waren gemangeld in een kille samenleving voor volwassenen. Stuk voor stuk waren ze in aanraking geweest met justitie of psychisch uit de rails gelopen. Voor veel van die jongens was het Bijzonder Jeugdwerk de laatste kans op rehabilitatie.''

Vloet hanteerde de sport om het gedrag van die kinderen te beïnvloeden. ,,Ik ontwierp situaties waarbij jongeren zichzelf tegenkwamen, zoals het verplicht vijf keer scoren uit een jumpschot bij het basketbal. Ze mochten pas gaan douchen als ze vijf keer raak hadden geschoten. Op een gegeven moment sloegen de frustraties toe en kon ik precies zien hoe die jongens hun gevoelens hanteerden. Vluchtten ze voor de situatie of waren ze bereid de strijd aan te gaan? Sommige jongens weigerden te schieten en misten voor straf een warme maaltijd. In de eerste drie maanden van dat proces was ik de meest gehate leraar. Tot ik ze tot reflexie wist te dwingen en ze stap voor stap kon helpen hun gedrag te reguleren. Na verloop van tijd kon ik alles met die jongens doen. In de zomer ging ik met ze kanovaren en speelden we honk- en voetbaltoernooien.''

Telkens hield Vloet de jongeren een spiegel voor en stimuleerde hij ze om het spelende kind in zichzelf te herkennen. ,,Ik ben met die jongens uit het internaat ook met vakantie in Frankrijk geweest. Aanvankelijk moest ik met ze knokken om bepaalde huisregels na te leven tot ze elkaar gingen corrigeren. Later vertelde één van hen dat hij voor het eerst van zijn leven zichzelf kon zijn en niet voortdurend werd behandeld als een potentiële crimineel. Die jongens bloeiden zienderogen op, ze durfden weer kind te zijn. Je moet eens weten hoeveel van die gastjes van veertien jaar stoer door Amsterdam banjeren, omdat ze geen kind meer mogen zijn. Ze worden in dat milieu niet aangemoedigd hun negatieve gedrag bij te stellen. Ik kon ze helpen de mens te worden, die ze graag wilden zijn en niet de machofiguur op wie ze zo nodig moesten lijken.''

Vloet merkte in de hulpverlening dat mensen een bepaalde rust ontleenden aan het valse beeld dat ze van zichzelf schetsten. ,,De rotjongen in de klas durfde zich niet meer normaal te gedragen, omdat hij apart werd gevonden als hij wel aardig deed. Dan kwam hij in een onveilige situatie terecht en ging zich snel weer vervelend gedragen. In dergelijke groepsprocessen zie ik geen verschil tussen kinderen en profvoetballers. Je moet ze kaders geven, grenzen opstellen waarbinnen ze optimaal én in alle vrijheid kunnen functioneren. Zo kweek je vanzelf harmonie in de groep. Den Bosch heeft spelers uit diverse culturen en met een verschillend geloof. Maar tijdens de rouwdag na de terreuraanslagen in de Verenigde Staten namen ze op eigen initiatief drie minuten stilte in acht. Het was doodstil in de kleedkamer en dat beeld heeft me enorm ontroerd.''