Het slechte voorbeeld

Met een klein, vastberaden groepje de Verenigde Staten een verschrikkelijke slag toebrengen. Ramzi Yousef, in 1993 de eerste bommen- legger van het World Trade Center in New York, opende de ogen van anderen. Een reconstructie. `Ik ben een terrorist en daar ben ik trots op.'

Hij zit vast in de Supermax-gevangenis in Florence (Colorado), het best beveiligde huis van bewaring ter wereld. Een slungelige man met grote oren, grote neus en donkere, borende ogen. Hoe denkt hij in zijn cel over de gruwelijke gebeurtenissen van 11 september? Ramzi Ahmed Yousef was tenslotte als eerste op het idee gekomen om de twee WTC-torens omver te blazen – en het was hem ook bijna gelukt, met een ondergrondse bomaanslag in 1993.

FBI-agent William Gavin uit New York had de leiding tijdens een groot deel van het onderzoek naar die eerste aanslag op de twee torens. Hij weet beter dan wie ook wat er in de hoofden van de terroristen omgaat. Zo herinnert hij zich een helikoptervlucht met Ramzi Yousef nadat deze was gegrepen. Toen zij langs het WTC vlogen kon Gavin de verleiding niet weerstaan om Yousefs blinddoek een ogenblik weg te nemen, om hem in te prenten dat zijn opzet was mislukt. De bommenlegger antwoordde kalmpjes dat hij maar één fout had gemaakt: hij had te weinig explosieven gebruikt.

Op 26 februari 1993 om 12.18 uur bracht Yousef eigenhandig in een parkeergarage onder het gigantische complex een bom van meer dan 500 kilo tot ontploffing, die hij zelf had ontworpen en gemaakt. Zijn plan was, zo zei hij later bij zijn ondervraging, om het ene gebouw van 110 verdiepingen tegen het andere aan te laten vallen. Hij hoopte op het onvoorstelbare aantal van 250.000 doden. Uiteindelijk kwamen slechts zes mensen om het leven, onder wie een zwangere vrouw. De meeste van hen hadden zitten lunchen aan de andere kant van een dikke muur waarnaast het voertuig stond. Toch waren er meer dan duizend gewonden, van wie een honderdtal ernstig.

Het was de zwaarste ontploffing die de New Yorkse brandweer in de 128 jaar van haar bestaan te verwerken had gekregen. Ze beschadigde zeven verdiepingen van het World Trade Center, waarvan zes ondergronds, sloeg een krater van bijna 60 meter lang en zette de parkeergarage onder bijna 7,5 miljoen liter rioolwater. Een naburig station raakte beschadigd, treinen kwamen tot stilstand en het verkeer liep vast. Televisiestations die hun zenders op het dak hadden, gingen op zwart, en het direct boven de bom gelegen hotel Vista stortte bijna in. Maar na een maand, toen de funderingen waren hersteld, kwamen de gebouwen weer tot leven en hernam het bestaan in de stad zijn gewone loop.

Nu, in de nasleep van de veel verwoestender aanslag van 11 september, lijkt die eerste bomaanslag niet meer dan een historische voetnoot. Er zijn geen directe connecties tussen de daders van de twee aanslagen aan het licht gekomen. Toch was Yousefs daad hét voorbeeld van het verleden als voorspel: hij toonde aan wat de torens niet zou verwoesten. Ook bleek er uit dat het voor een klein, vastberaden groepje haalbaar was om de Verenigde Staten een verschrikkelijke slag toe te brengen.

Grootspraak

Terwijl rechercheurs ploeteren om de samenzwering achter de ramp van afgelopen september te doorgronden, is de voorloper in vele opzichten nog een raadsel. Ondanks intensief, wereldwijd onderzoek dat zes verdachten achter de tralies heeft gebracht, zijn er nog veel losse eindjes over. Zoals de vraag of Ramzi Yousef het plan alleen heeft bedacht of met hulp van anderen. Yousef, een koppige doorzetter met een neiging tot grootspraak, zwijgt over eventuele opdrachtgevers. Het is niet verwonderlijk dat onder meer is gespeculeerd over Saddam Hussein en Osama bin Laden.

Daar komt bij dat Ramzi Yousef zelf ,,een heel schimmige figuur blijft'', zegt Neil Herman, een voormalige hoge FBI-medewerker die het onderzoek naar de bomaanslag uitvoerde. ,,Het is ons niet gelukt zijn identiteit ondubbelzinnig vast te stellen.'' Evenmin hebben de autoriteiten kunnen ophelderen waar Yousef het grootste deel van zijn leven heeft doorgebracht, wie zijn familie was of waarvan hij de vele reizen – dikwijls per eerste klas – heeft betaald die hij tot zijn aanhouding over de gehele wereld heeft gemaakt.

De man die uiteindelijk werd veroordeeld hanteerde meer dan een dozijn schuilnamen. Hij was de Verenigde Staten in 1992 binnengekomen op een Iraaks paspoort met de naam Ramzi Yousef. Hij had geen visum en vroeg meteen politiek asiel aan. Op grond van die formaliteit werd hij tijdelijk toegelaten. Op oudejaarsdag ging hij naar het Pakistaanse consulaat. Die dag zou het personeel wel wat anders aan zijn hoofd hebben. Met behulp van een fotokopie van oude paspoortgegevens had hij een nieuw paspoort gekregen, op naam van Abdul Basit. Basit blijkt in 1968 in Koeweit te zijn geboren als kind van een Pakistaanse vader en een Palestijnse moeder.

Om diverse redenen concludeerden de onderzoekers dat Basit waarschijnlijk de ware identiteit van de terrorist is. Maar met 100 procent zekerheid is dat nooit vastgesteld. Als Basit was hij eind jaren tachtig van Koeweit naar Groot-Brittannië gegaan, waar hij Engelse les had genomen in Oxford en een diploma elektrotechniek had behaald aan een instituut in Wales. Tijdens zijn verblijf in Groot-Brittannië zou hij op eigen houtje de grondbeginselen van het maken van bommen hebben geleerd, waarna hij naar door Bin Laden gefinancierde opstandelingenkampen in Afghanistan is gegaan. Volgens een Irak-deskundige die belangrijke kritiek op de zaak heeft uitgeoefend, klopt dit scenario niet. Zij betoogt dat de papieren die Yousef met Basit identificeren, bij heel iemand anders horen.

Wie hij ook is, een typische jihadstrijder is de man zeker niet. In de jaren dat hij op de vlucht was, leek Yousefs levenswijze nauwelijks op die van een religieuze fanaticus. Hij ging veel naar cafés, striptenten en karaokeclubs, zat steeds achter de vrouwen aan, ook getrouwde vrouwen, en ging er met heel wat naar bed. Yousef lijkt niet uit religieuze, maar louter uit politieke motieven te hebben gehandeld.

Zeker is in elk geval dat de man die wij kennen als Ramzi Yousef naar de Verenigde Staten kwam met het uitdrukkelijke voornemen zoveel mogelijk mensen te doden. Na aankomst op 1 september 1992 had hij meteen een ontmoeting met Mahmud Abouhalima, een oude vriend van hem, die in Afghanistan tegen de Russen gevochten had (en die was gearresteerd in verband met de moord op de fanatieke rabbijn Meir Kahane, maar was vrijgesproken). Abouhalima werkte inmiddels als chauffeur van sjeik Omar Abdel-Rahman, een blinde, radicale geestelijke in Jersey City (New Jersey), aan de overkant van de Hudson. In Jersey City verbleef een grote, multinationale islamitische gemeenschap, die vele nieuw aangekomenen omvatte, onder wie enkele radicale fundamentalisten. Yousef bracht een ploegje samenzweerders bij elkaar die meteen een opslagruimte huurden, de ingrediënten voor een bom aanschaften en aan de slag gingen om het dodelijke chemische brouwsel te mengen en te testen. Yousef was geen zelfmoordbommengooier; hij had een uitgebreide ontsnappingsstrategie voorbereid door middel van telefoongesprekken met personen in het buitenland die hij op zijn vlucht zou bezoeken, en door de aanschaf van het Pakistaanse reservepaspoort.

Bestelwagen

In de vroege ochtend van 26 februari vertrok een gehuurde gele bestelwagen in kalm tempo van een vervallen flat in Jersey City. Aan het stuur zat Mohammad A. Salameh, een onopvallende jongeman met een dun baardje. Begeleid door twee andere auto's reed hij naar Manhattan. Bij een hotel in Manhattan pikten de samenzweerders Eyad Ismoil op, een vriend van Yousef, die voor het laatste stukje het stuur van de bestelwagen overnam. Tegen de middag arriveerde de groep bij het World Trade Center. Daar reden zij de ondergrondse garage binnen en parkeerden het busje naast een muur die essentiële dragende elementen bevatte van WTC 1, de noordtoren.

In de bestelwagen ontstak Yousef vier lonten van zes meter lang. De brandduur was berekend op twaalf minuten. Hij had even een angstig moment toen een andere bestelwagen hem de weg versperde. Maar de chauffeur kwam snel weer opdagen, en Yousef was allang weg toen de bom – die hij voor optimaal effect had aangevuld met flessen waterstof – afging. Het scheelde maar weinig of de verwoestende ontploffing had een gat geslagen in de funderingsmuren die verhinderen dat zeewater de ondergrondse verdiepingen binnendringt. In dat geval waren de gebouwen mogelijk voorgoed onbruikbaar geworden.

Na de aanslag begonnen de FBI-mensen die op de zaak waren gezet – onder de codenaam TRADEBOM – theorieën over mogelijke daders af te wegen, variërend van Colombiaanse drugskartels tot Servische terroristen. Door een combinatie van geluk en wijsheid vonden de onderzoekers in de enorme puinhoop al snel een stuk van het chassis van het busje. Een serienummer leidde meteen naar een verhuurbedrijf in New Jersey. De samenzweerders, die hadden bedacht dat een niet teruggebrachte huurauto de aandacht zou trekken, hadden de vorige dag doorgegeven dat de auto gestolen was. Toen Salameh naar het verhuurbedrijf ging om zijn borgsom van 400 dollar op te halen, stond een peloton agenten klaar om hem in te rekenen.

Salameh, een Jordaniër van Palestijnse afkomst, had een identiteitsbewijs bij zich. Dat wees de rechercheurs de weg naar een bankrekening en naar de flat waar hij met Yousef had gewoond en de bom had gemaakt. Vooral op grond van gegevens over telefoongesprekken die vanuit de flat waren gevoerd, kon snel een lijst verdachten worden aangelegd. Een volgend spoor kwam beschikbaar toen de achterdochtige beheerders van de opslagruimte de gehuurde berging openden en daar sporen van bommenfabricage aantroffen. Na Salameh werden snel drie andere mannen aangehouden: Nidal Ayyad (ook een Jordaniër), een oude vriend van Salameh, die was opgegroeid in Koeweit en die een goede baan had als chemicus. De Palestijn Ahmad Ajaj, een voormalig pizzakoerier die toen hij met hetzelfde vliegtuig als Yousef in het land aankwam wegens een ondeugdelijk paspoort was aangehouden. Maar van hem kon worden aangetoond dat hij in telefoongesprekken in code vanuit de gevangenis adviezen had verstrekt voor de constructie van de bom. De derde was Afghanistan-veteraan Mahmud Abouhalima. Een reus van een man met rossig haar, die Yousef kende uit trainingskampen bij de grens met Pakistan. Abouhalima, die Yousef had geholpen met de voorbereidingen voor de bom, werd in zijn geboorteland Egypte aangehouden en uitgeleverd.

Yousef was gevlogen, maar dit viertal kwam binnen zeven maanden na de aanslag voor de rechter. De openbare aanklagers kwamen met een overdonderend pakket indirecte bewijzen (de processtukken besloegen bijna 10.000 pagina's). Bij het vonnis in mei 1994 veroordeelde de rechter hen allen tot 240 jaar hechtenis en stuurde hen naar een zwaar beveiligde gevangenis in Pennsylvania.

Blinde sjeik

In die tijd leerde de FBI hoe gevaarlijk het is om informanten met wilde verhalen al te snel de deur te wijzen. Al enige tijd voor de aanslag op het WTC had Emad Salem, een voormalige officier uit het Egyptische leger die voor de FBI werkte, zich zorgen gemaakt over praatjes die hij opving in een geïmproviseerde moskee boven een speelgoedwinkel in Jersey City. De moskee werd geleid door de blinde geestelijke sjeik Omar Abdel-Rahman, die uit Egypte was gevlucht nadat hij was beschuldigd van plannen om de president af te zetten. Hoewel hij op een lijst van terroristen stond, had Abdel-Rahman de Verenigde Staten weten binnen te komen. Zijn aanhang zweepte hij in de VS voortdurend op met aansporingen om `de vijanden van God' te doden.

Salem meldde aan de FBI dat hij gesprekken had opgevangen over bommen en moordaanslagen. Maar de FBI meende dat hij overdreef om zijn salaris van 500 dollar per week waar te maken en verdacht hem ervan dat hij voor de Egyptische inlichtingendienst werkte, waarna Salem werd ontslagen. Maar na de aanslag in de parkeergarage kregen de rechercheurs de gelegenheid om de computer van Nidal Ayyad te onderzoeken, een van de verdachten, die met nog enkele samenzweerders dezelfde moskee bezocht. In de computer zat een brief namens een onbekende terroristische groep, die waarschuwde dat zij 150 zelfmoordbommenleggers paraat had om ,,onze missies tegen militaire en civiele doelen binnen en buiten de Verenigde Staten uit te voeren''. IJlings namen de geschokte FBI-mensen Salem weer in dienst. Hij zette een valstrik op. Die leidde tot de veroordeling van de sjeik en tien van zijn volgelingen voor het voorbereiden van nóg een reusachtige terroristische operatie, die bomaanslagen op belangrijke tunnels en bruggen en het gebouw van de Verenigde Naties zou hebben omvat.

Daar was Ramzi Yousef allemaal niet bij. Hij had aan de overkant van de Hudson even naar zijn goeddeels mislukte aanslag staan kijken en was toen naar het vliegveld gereden. Daar vloog hij per eerste klas naar Karachi in Pakistan. Ondanks Yousefs voorzorgsmaatregelen kwam zijn rol als brein achter de operatie al vrij snel aan het licht. Mede dankzij een stel vingerafdrukken op een chemicaliënfles in de berging en immigratiepapieren die nog in de flat lagen.

Terwijl er in de hele wereld naar hem werd gezocht, smeedde hij plannen voor een nieuw, spectaculair, wereldwijd schrikbewind. In 1994 bracht hij nogal wat tijd door op de Filippijnen, waar hij onder meer het ambitieuze plan koesterde om president Clinton en paus Johannes Paulus II tijdens hun bezoek aan dat land te vermoorden. Een plan dat hij op een haartje na ten uitvoer wist te leggen, behelsde gelijktijdige bomaanslagen op elf Amerikaanse lijnvliegtuigen tijdens vluchten van Azië naar de VS. Dat plan viel pas twee weken voor de uitvoering in duigen, toen Yousef per ongeluk brand veroorzaakte in een flat in Manila waar hij samen met zijn vriend en handlanger Abdul Hakim Murad een chemisch brouwsel stond te bereiden. Toen Murad op verzoek van Yousef naar de flat terugging om zijn laptop te halen, werd hij gearresteerd. Yousef liet zijn vriend in de steek en vluchtte het land uit.

Vervolg op pagina Z2 (30)

Het slechte voorbeeld

Vervolg van pagina Z1 (29)

Dankzij Yousefs laptop kwam de recherche erachter hoe omvangrijk het complot was. Als het was gelukt, hadden er vierduizend doden kunnen vallen en was het luchtvaartwezen een verlammende slag toegebracht. Yousef had trouwens al enige proeven gedaan, waarbij een Japanner aan boord van een vliegtuig van Philippine Airlines om het leven was gekomen. (Murad, piloot van beroep, werd voor zijn rol in dit plan veroordeeld. Hij was ook – bij wijze van angstwekkende voorloper van de gebeurtenissen van 11 september 2001 – van plan geweest ofwel een vliegtuig vol chemische wapens te laten neerstorten op het hoofdkwartier van de CIA, ofwel eroverheen te vliegen en de hele omgeving met gifgas te besproeien.)

James Bond

Yousef was ook dichter bij huis actief. Een van zijn eerste doelen was Benazir Bhutto, die enkele maanden later premier van Pakistan zou worden. Dat project mislukte toen er een politieauto langskwam, juist toen Yousef samen met een handlanger een bom in het riool nabij Bhutto's woning in Karachi plaatste. Toen Yousef probeerde de bom weg te halen, bracht hij hem ten dele tot ontploffing. Een spervuur van stukjes metaal trof zijn linkeroog en hij verloor het bewustzijn.

,,Hij ging zeer methodisch te werk'', zegt Herman, de voormalige topspeurder van de FBI. Als een levende tegenhanger van James Bonds technische man `Q' construeerde Yousef alle mogelijke ingewikkelde apparaten. Voor de aanslag op de vliegtuigen ontwierp hij miniatuurbommen op basis van allerlei onschuldig uitziende voorwerpen, zoals een contactlensdoosje met daarin een stabiele, vloeibare vorm van nitroglycerine, met een digitaal Casio-horloge als tijdschakelaar. Omdat er batterijen bij nodig waren, verstopte hij die in uitgeholde hakken – te laag voor de detectoren.

Hij wisselde met flair van identiteit en kon evengoed doorgaan voor een Marokkaanse arbeider als voor een Italiaanse diplomaat. Hij was bovendien goed in het werven van mensen voor zijn werk. Sommigen deden enthousiast mee, zoals Murad, die tegen de rechercheurs zei: ,,Amerikanen doden was mijn lievelingswerk. Ik geniet ervan.'' Anderen moesten worden bepraat. De Zuid-Afrikaanse moslim die hem uiteindelijk aangaf, vertelde dat Yousef hem eerst had uitgehoord over zijn geloofsovertuiging, en hem vervolgens met steeds gewichtiger taken had belast. Uiteindelijk liet de student zich tegen beter weten in door Yousef overhalen om ten behoeve van weer een ander misdadig plan de halve wereld met hem rond te reizen.

Toen Yousef nog vrij rondliep, hebben de Amerikaanse speurders werkelijk alles overwogen om hem te pakken te krijgen, inclusief de `poesjesval' (honeypot trap), waarbij gebruik zou worden gemaakt van zijn zwak voor mooie vrouwen. De beloning voor inlichtingen die tot zijn aanhouding zouden leiden, werd verhoogd naar twee miljoen dollar: de kranten in Pakistan, de Filippijnen en andere brandpunten werden met advertenties bestookt, en er werden zelfs lucifersdoosjes bedrukt, die hier en daar boven Pakistan en langs de grens met Afghanistan werden uitgestrooid.

Toen Yousef op 7 februari 1995, bijna twee jaar na de explosie, eindelijk werd gepakt, kwam het als een soort anticlimax. Hij werd verraden door een medewerker, de in Pakistan woonachtige Zuid-Afrikaanse moslim die door Yousef met zoveel moeite voor de zaak was gewonnen. Pakistaanse militairen en politie en Amerikaanse agenten omsingelden het schuilpand in Islamabad waar Yousef verbleef. Hij lag op bed, en toen er werd aangeklopt stond hij gewoon op en deed open.

Toen hij werd aangehouden stond hij op het punt een nieuwe onderneming ten uitvoer te brengen. In zijn kamer stond een koffer vol speelgoedauto's vol kneedbare explosieven, met een dreigbrief dat de president van de Filippijnen zou worden gedood en het drinkwater zou worden vergiftigd als zijn vriend Murad niet werd vrijgelaten. De informant, die de twee miljoen dollar beloning kreeg, woont nu met vrouw en kind in de Verenigde Staten. Hij valt niet onder het getuigenbeschermingsprogramma van de overheid, maar heeft wel een nieuwe identiteit gekregen.

In het vliegtuig terug naar de Verenigde Staten vertelde Yousef de agenten ronduit over zijn rol in de bomaanslag op het World Trade Center. Hij schetste zelfs de positie van de bestelwagen op het moment van de explosie – maar toen bedacht hij zich en at een stuk van de tekening op. Terug in New York kreeg hij onder onvoorstelbaar strenge veiligheidsmaatregelen een dubbele portie Amerikaanse gerechtigheid toegediend. In oktober 1996 werd hij schuldig bevonden aan aanklachten in verband met het vliegtuigencomplot, dat de aanklagers `48 uur luchtterreur' hadden gedoopt. In november van het jaar daarop werd hij veroordeeld voor zijn rol in de bomaanslag op het WTC.

Tijdens het eerste proces nam hij geen advocaat. Hij zag er piekfijn uit in een double-breasted maatpak, liet zich vaak van zijn charmantste kant zien en voerde zijn zaak over het geheel genomen verrassend bekwaam. Het lukte hem zelfs om getuigen à charge zich te laten tegenspreken. Tijdens het tweede proces, over de bom onder het WTC, liet hij alles aan zijn advocaat over en hield hij hardnekkig zijn onschuld vol. Eerst trok hij zijn vroegere bekentenissen in, maar nadat hij was veroordeeld tot 240 jaar hechtenis, zei hij: ,,Ik ben een terrorist en daar ben ik trots op.'' Het was zijn doel, zo zei hij, het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten te veranderen. Hij beschuldigde de Verenigde Staten ervan onschuldige mensen te doden, de Amerikaanse indianen en andere minderheden slecht te behandelen, en zelf het terrorisme te hebben uitgevonden.

Bin Laden

Terwijl Yousef zijn dagen slijt in Florence (Colorado), in iets wat praktisch neerkomt op eenzame opsluiting, zijn tal van vragen nog onbeantwoord. FBI-onderzoeker William Gavin uit New York vermoedt in de gebeurtenissen van 1993 en 2001 instinctief enige invloed van Bin Laden, hetzij ideologisch hetzij meer rechtstreeks.

,,Bedenk wel dat Bin Laden uit een familie van ingenieurs komt'', zegt Gavin. ,,Ik denk dat hij naar de tekentafel is gestapt en heeft gezegd: `Dat was niet de manier om het omver te halen.' Hij heeft gezegd: `Laat het gewicht van de verdiepingen het werk doen.' Waarschijnlijk werd het een obsessie voor hem om ze omver te halen.'' Bovendien, zegt Gavin, de aanslag uit 1993 mag dan maar zo'n twintigduizend dollar hebben gekost, dat lijkt toch wel een erg grote investering voor Ramzi alleen. En de jaren dat hij op de vlucht was moeten ook veel geld hebben gekost.

Bin Laden heeft verklaard dat hij niet de eer had Yousef te kennen vóór de bom onder het WTC afging. Zelfs als hij wat dat betreft de waarheid spreekt, lijkt het waarschijnlijk dat Yousef vóór het WTC is opgeleid en les heeft gegeven in een kamp van Bin Laden. Ook lijkt het voor de hand te liggen dat de Saoediër bij volgende gelegenheden gemene zaak heeft gemaakt met de bommenlegger. En dat hij Yousef bijvoorbeeld Filippijnse separatisten heeft laten opleiden en dat hij geprobeerd heeft hem te betrekken bij een plan om Clinton te vermoorden. Het is bekend dat de organisatie van Bin Laden hem een schuilplaats heeft geboden na zijn vlucht uit de VS. Yousef heeft in de Pakistaanse grensstad Peshawar gewoond in Bin Ladens `Huis van de Martelaren', en toen hij ten slotte in Islamabad werd opgepakt, verbleef hij daar in een schuilwoning van Bin Laden. Bovendien was Wali Khan Amin Shah, een van de mensen die samen met Yousef werden veroordeeld voor de vanuit Manila beraamde aanslagen op vliegtuigen, een tijdlang een naaste medewerker van Bin Laden geweest.

Intussen hamert de universitaire Irak-deskundige Laurie Mylroie op een theorie die de verantwoordelijkheid voor de aanslag uit 1993 zonder meer bij Saddam Hussein legt. In haar boek Study of Revenge: Saddam Hussein's Unfinished War with America ontvouwt zij een veelomvattend scenario rond de theorie dat Ramzi Yousef helemaal niet dezelfde persoon is als Abdul Basit, maar een Iraakse agent die zich uitgeeft voor Basit, die volgens haar dood is. Mylroie stelt dat er discrepanties bestaan tussen de enige twee bewijsstukken waarmee 'smans identiteit is vastgesteld: zijn vingerafdrukken en zijn handtekening.

Volgens sommige onderzoekers interpreteert Mylroie het bewijsmateriaal verkeerd, maar anderen steunen haar. Zoals James Woolsey, die ten tijde van de bomaanslag directeur was van de CIA. Volgens Woolsey zou vrijgave van essentiële stukken over Basits tijd in Engeland de identiteitskwestie kunnen helpen ophelderen en de zaak helpen oplossen. (De Britse autoriteiten hebben tot dusverre geen aanstalten gemaakt om in het openbaar duidelijk te maken wat voor informatie over Yousefs identiteit er in hun archieven zit.) Verder meent Woolsey dat Saddam volop redenen had om de aanslag te steunen. ,,Hij wil ons uit het gebied weg hebben, hij wil wraak. Hij denkt dat je alles van mensen gedaan kunt krijgen door hen aan te vallen.''

Tal van intrigerende losse eindjes zullen waarschijnlijk nooit worden opgehelderd. Te denken valt aan vermeende ontmoetingen tussen Yousef en Timothy McVeighs handlanger Terry L. Nichols voorafgaand aan de bomaanslag in Oklahoma City, en aan de theorie dat er kort voor de bomaanslag in 1993 een geheimzinnige man zou zijn gearriveerd om leiding te geven in de laatste fase. Verder wijzen verscheidene voormalige rechercheurs die nauw bij de zaak betrokken zijn geweest er op dat de aanslag van 1993 helaas geen speciale vaardigheden of specialistische kennis vereiste. Zoals een van hen zei: ,,Het trieste is dat hij eigenlijk helemaal niets ingewikkelds heeft gedaan. De explosieven waren betrekkelijk eenvoudig te maken en betrekkelijk goedkoop. Het was een grote bom, maar grote deskundigheid was niet vereist. Het meeste was heel gewoon spul. Iedereen die Tom Clancy leest, had waarschijnlijk hetzelfde kunnen doen.''

Op 26 mei 1995 werd een fontein onthuld ter nagedachtenis aan de zes slachtoffers van de explosie van 1993. Bij die ceremonie, recht boven de plek waar de huurbus was ontploft, zei burgemeester Rudolph Giuliani: ,,Het monument dat wij vandaag wijden is een kleine herinnering aan de smart van de stad. En een tastbaar eerbetoon aan hen wier leven wreed werd weggerukt door een handjevol lafaards die werden gedreven door het vergif van de haat.''

Als een verdwenen bouwval van een vroegere beschaving ligt die gedenkfontein nu onder het puin van de apocalyps van een maand geleden. De zelfmoorddaders van 11 september, die duizend keer zoveel doden op hun geweten hebben, kunnen niet meer onthullen wat zij weten. Maar Ramzi Yousef zit in een gevangeniscel, met alle tijd van de wereld om eens rustig te bedenken of er iets is dat hij zou willen zeggen.

Russ Baker is een Amerikaanse onderzoeksjournalist.

Vertaling Jaap Engelsman