Geen afkeurende blikken voor New-Yorkse Afghanen

De ruim 20.000 Afghanen in New York krijgen veel aandacht, en die is niet alleen negatief. `Nu Amerika het initiatief heeft, is een deel van de haat weg.'

Ingeklemd in een kantoortje tussen een glimmend plakkaat met de 99 namen van Allah en een onophoudelijk rinkelend faxapparaat, zit Mohammad Sherzad, imam van de grootste Afghaanse moskee van New York.

De imam, gekleed in djellaba met daaroverheen een colbertje, heeft allesbehalve een verontruste uitdrukking op zijn gezicht. Eerder lijkt hij licht geamuseerd, door de hernieuwde aandacht die hij krijgt sinds de militaire campagne in zijn vaderland.

,,Bommen en raketten zijn niets nieuws voor ons'', zegt de imam zachtjes in het Dari, een Afghaanse taal, via zijn tolk Said Guram, een Afghaanse zakenman met een grote Ray Ban zonnebril op zijn neus. De imam vindt het niet nodig extra gebedsdiensten in te lassen om te bidden voor een goede afloop van de nieuwste oorlog. Bellen met achtergebleven familie is lastig want er zijn nauwelijks telefoons.

Er wonen zo'n twintigduizend Afghanen in New York, van wie vijfduizend zijn aangesloten bij de Hazrat-I-Abubaker Sadiq moskee in Flushing, in het stadsdeel Queens. Ongeveer negenhonderd moslims komen elke vrijdag voor gebed naar de in 1999 gebouwde, vrijwel lege, smetteloze gebedsruimte.

Imam Sherzad, in New York sinds 1986, staat bekend om zijn anti-Talibaanse uitspraken. Hij steunt de Noordelijke Alliantie in diens streven om het Talibaanregime te bestrijden.

Volgens de imam is 95 procent van zijn moskeegemeenschap tegen het Talibaanregime, en dus voorstander van de militaire aanvallen door de Verenigde Staten en Groot Brittannië. ,,Alle Afghanen willen dat in hun land de democratie terugkeert, de vrede en het respect voor mensenrechten'', zegt hij. ,,Als door middel van gerichte militaire acties het terrorisme kan worden uitgeroeid en de onderdrukking gestopt, dan is iedereen daar voor.''

En hoe zit het met de resterende vijf procent, de zeg 250 Afghaanse broeders die de Talibaan steunen? Sherzad, kortaf: ,,Iedereen mag er zijn eigen ideeën op nahouden.''

Er zijn geruchten dat in de Hazrat-moskee soms zulke heftige discussies plaatsvinden tussen strenge pro-Talibaanse Afghanen en gematigde Afghanen, dat de politie eraan te pas zou moeten komen om de orde te herstellen. Volgens de imam is dat overdreven. Een naar verluidt pro-Talibaanse moslim die op dat moment in de kelder van de moskee aan het bidden is, weigert te worden geïnterviewd. De politie die voor de moskee wacht houdt, mag niets zeggen.

Is de imam niet bang dat de pro-Talibaanse minderheid in zijn moskee zich aansluiten bij een jihad tegen het Westen, zoals die waartoe Osama bin Laden heeft opgeroepen? Bij het woord jihad kijkt de imam ineens verschrikt op. Er is een bizar misverstand ontstaan. Sherzad denkt, blijkens het antwoord van de tolk, dat met jihad de strijd tegen het terrorisme wordt bedoeld. Als het misverstand is opgehelderd, zegt hij dat de dreiging van een heilige oorlog niet reeël is.

,,Terrorisme is niet wijdverbreid. Ik geloof niet in de theorie van de FBI dat er in het hele land sleepers wachten op een seintje van mensen zoals Bin Laden om in actie te komen. Veel moslims zijn de afgelopen weken ten onrechte opgepakt.'' Zelf merkt de imam dat de afkeurende blikken die hem sinds 11 september ten deel vallen zijn afgenomen sinds de aanvallen in Afghanistan. ,,Het duurde even voordat men begreep dat niet elke Arabier een moslim is, en niet elke moslim een aanhanger van Bin Laden. Nu Amerika weer het initiatief heeft, is een deel van de haat uit de lucht.''

Gevraagd naar zijn advies aan de Amerikaanse regering, zegt de imam zonder een seconde na te hoeven denken: ,,Amerika moet Pakistan dwingen zijn volledige, ondubbelzinnige steun te geven. Want het land is niet te vertrouwen. Pakistani's kussen je schoenen, maar als je even niet oplet, stoten ze een dolk in je rug.''

Eerder deze maand kwamen honderd leden van de Afghan Islamic Council of Immigrants in America, in Queens bijeen om vooraanstaande Amerikaanse Afghanen voor te dragen voor een toekomstige overgangsregering onder leiding van Mohammad Zahir Shah, de 86-jarige voormalige Afghaanse monarch, die in 1973 verbannen werd en sindsdien in Rome woont.

Imam Sherzad juicht de goede bedoelingen toe, maar is tegelijkertijd sceptisch. ,,Ik ben in 1994 ontboden in Kabul om zitting te nemen in een adviesraad voor een nieuwe regering. Maar de raad moest worden opgeheven toen de raketten van de Talibaan rebellen uit de lucht kwamen. Zelfs het Intercontinental Hotel waar ik logeerde werd geraakt.''