Column

Feestbeest

Zo kan het niet langer. Dagelijks spoken de eerste videobeelden van Máxima door mijn hoofd. Ik zag een jonge, uitdagende studente in normale meisjeskleren een beetje dronken op een tafel dansen. Zoals het hoort op die leeftijd. Feestbeest. Partytijgerin. Ze bewoog haar lippen sensueel, de seks spatte uit haar Zuid-Amerikaanse ogen en ze had duidelijk gezonde schijt aan de hele wereld! Heerlijke beelden.

En toen? De schat is verliefd geworden op een aardige jongen. Een prins zelfs en het is de bedoeling dat ze onze koningin wordt. Leuk? Hartstikke leuk. We moeten trots zijn dat we zo'n mooie meid als staatshoofd krijgen! We moeten haar koesteren, haar glimlach inlijsten, haar oogopslag screensaven, haar verschijning tot nationaal testbeeld bombarderen. Wat een leuk mens. Niet bijzonder mooi, maar vrolijk en lekker!

Maar wat is er gebeurd? Ik zag haar afgelopen week door Rotterdam en Flevoland sjouwen. Ik zag een verpieterde tut, een degelijke voorleesmoeder uit Amstelveen en de buurvrouw van Jan Peter Balkenende. Alle erotiek is eruit geramd. Ze ziet eruit als de voorzitster van de Ermelose UVV, de vrouw van een gereformeerde ouderling, de bibliothecaresse van de zondagsschool te Hollandsche Veld, bestuurslid van het CDJA afdeling Terneuzen of bobo van de Internationale Hockeyfederatie. Die kleren, die schoenen, die steunkousen, dat haar.

Hoe kan ze nou toch zo met zich laten sollen? Was ze te sexy ten opzichte van die tuttige Petra Brinkhorst en die brave Marilène van den Broek? Is Trix jaloers? Is ze bang dat ze haar totaal overschaduwt? Dat doet ze ook. Ze veegt al die vrouwen binnen die familie in een klap op een grote grijze hoop.

Weet ze wel dat ze in een familie van mafkezen terecht is gekomen? Opa sjoemelde met vliegtuigcentjes, oma was in de ban van Maffe Greet, een toenmalige Jomanda en – wat natuurlijk veel en veel erger is – las de liefdesbrieven van de minnaars van haar dochters. Sterker nog: ze speelde dit liefdesproza door aan een zekere Van Lennep, een grafoloog. Deze moest dan controleren wat voor vlees ze in de koninklijke kuip had. Die Van Lennep was natuurlijk ook weer een derderangs charlatan. Alleen bij Claus had hij het goed. Schaamteloze Pieter ging na drie lessen bij een dove Schiedamse pianoleraar in het openbaar op een podium zitten pingelen, de man van Irene dacht serieus dat hij koning van Spanje zou worden en van de man van Marijke hebben we helemaal nooit meer wat gehoord. Die is op onze kosten de noorderzon achterna. Is allemaal niet erg, in elke familie is wel wat, maar het is natuurlijk wel zonde dat die spetterende Máxima zich aan dit zooitje ongeregeld aanpast.

Eerlijk gezegd vind ik Willem Alexander een leuke gozer en als ik iemand een spetterende vriendin gun, dan is hij het wel. Maar wat gebeurt er? De Talibaan van Trix kwam langs en ze is in de smakeloze afdankjurken van haar schoonmoeder gehesen. Veel erger is het dat ze het toelaat.

Zelden zag ik zo'n diep ongelukkige Emma Bovary door de polder sjouwen en ik verzeker u: ze smeedt een wild plan. Ze mailt al weken met een Argentijnse ex en op een ochtend is ze weg.

Ze valt in de gloeiende armen van een vurige minnaar, die die mantelpakken woedend van haar mooie lijf scheurt en ze in een klap in de open haard werpt. Hij bezorgt haar de mooiste uren. Ze schreeuwt, huilt, vonkt en geniet en ze belooft hem om nooit meer weg te gaan. Hij vergeeft haar alles.

Een ontredderde Alex doolt onderhand door het paleis, vervloekt zijn stijve hoedjesmoeder, spuugt Eef Brouwers met al zijn regeltjes recht in zijn gezicht en droogt onderhand zijn bittere tranen.

En Máxima komt niet meer terug, kickt af bij haar Don Juan, die haar alle hoeken van de liefde laat zien. Heel af en toe roept ze nog heel hard: ,,Mooi! Heel mooi! Wat woont u hier mooi in Lelystad!!!!!'' En daarna gaat ze drinken. Veel en sterk.

En Trix? Trix is opgelucht. Blij dat ze haar kwijt is. Ze heeft haar altijd al een losbol gevonden. Ze las het al in haar eerste liefdesbrief. Of dit echt gebeurt? Nee hoor, ze krijgt een aanrijding! Dus het zal wel bij een vluchtpoging blijven.