De koran 1

In de reacties van vier geestelijke leidslieden uit de moslimorganisaties in Nederland (NRC Handelsblad, 12 oktober) naar aanleiding van soera 7, vers 81 valt op dat geen van hen homoseksualiteit weet te plaatsen als uiting van een volwaardige liefdesrelatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht.

Zij schrijven over lust en niet over liefde. Daar geeft de gekozen tekst ook alle aanleiding toe zodat zij in ieder geval zondigen in commissie en een slag in de lucht slaan.

Voor imam Haselhoef is homoseksualiteit identiek met het volgen van begeerte en is intimiteit in het openbaar blijkbaar het belangrijkste kenmerk dat hij kent. Karagül ziet homoseksualiteit als een vorm van seks buiten het huwelijk maar verder als een privé-zaak. Het moet hem goed doen dat ook homoseksuelen in Nederland nu kunnen trouwen, zou men kunnen veronderstellen. Aulad hult zich het liefst in stilzwijgen vanwege de kloof tussen `homo's als mensen' en ,,het mag in een islamitisch land niet''. Van Bommel, ten slotte, weet alleen iets te zeggen over straffen op aarde en in de hemel.

De vraag is of de krant met deze wel zeer fragmentaire interviews een bijdrage levert aan een echte discussie over islam en homoseksualiteit.

In ieder geval is het wel wat goedkoop zonder adequate vraagstelling en eigen commentaar te laten zien dat vooraanstaande moslims in Nederland nog niet veel kaas hebben gegeten van wat het betekent wanneer twee vrouwen of twee mannen elkander waarlijk liefhebben en daaraan volledig, c.q. ook seksueel, noodzakelijk en op gepaste wijze uiting geven. Alle betrokkenen zouden bij een diepgaander discussie gebaat zijn.