De bestuurlijke loopgravenoorlog is begonnen

Om een einde te maken aan de gedoogcultuur en gebrek aan bestuurskracht worden plannen gesmeed voor een nieuwe overheid. Het begin van een loopgravenoorlog in bestuurlijk Nederland. ,,Ee nieuwe overheid is nodig!''

De tijd van grote concepten breekt weer aan, zei minister De Vries (Binnenlandse Zaken) donderdag tijdens het begrotingsdebat over zijn departement. Aan de orde was het immer terugkerende vraagstuk van de bestuurlijke indeling van Nederland of, in de woorden van Klaas de Vries, ,,Wat moeten wij aan met het huis van Thorbecke?''

Dat is traditioneel een debat met hoog abstractiegehalte, maar deze keer kreeg het extra lading door de gebeurtenissen van Volendam en Enschede. Nederland wordt slecht bestuurd, wees elke evaluatie van die twee rampen uit, en woordvoerders van de meeste fracties namen die conclusie afgelopen week onomwonden over. ,,Veel regels, over elkaar heen buitelende verantwoordelijkheden, gedogen is uit, handhaven in,'' vatte het Kamerlid Scheltema (D66) de gevoelens samen. ,,Een nieuwe overheid is nodig!''

Herpositionering van de overheid, was de rode draad in de betogen. Niet alleen als gevolg van Enschede en Volendam, ook de terreuraanvallen op Amerika hadden hun impact op het Kamerdebat. PvdA'er De Cloe: ,,Van de overheid wordt verwacht dat zij voorziet in de behoefte aan openbare veiligheid, ordening, bescherming van leven en tegen acute of dreigende aantastingen.''

Zijn partijgenote Barth schreef het tanende vertrouwen van de burger in de overheid niet alleen toe aan de recente gebeurtenissen, maar ook aan het twintig jaar durende bezuinigingsproces waar het ambtelijk apparaat in verwikkeld is geweest. ,,Het publieke debat ging vooral over minder overheid. (..) Het overheidsapparaat raakte door deze operatie naar binnen gekeerd, geconcentreerd als men was op begrotingssanering.''

Die nieuwe overheid moet een einde maken aan de alom heersende gedoogcultuur bij uitvoeringsorganen. De Vries kondigde zelfs aan handhavingsbeleid desnoods met sancties af te dwingen. Maar het begrotingsdebat maakte ook duidelijk dat zeven jaar Paars geen oplossing heeft geboden voor de knelpunten op lokaal en regionaal niveau. Volendam en Enschede maakten duidelijk dat de bestuurlijke reorganisatie nodig is om adequate hulpverlening mogelijk te maken, al was het maar omdat de regiogrenzen van brandweer, politie en ambulancediensten elkaar overlappen. Staatsecretaris Gijs de Vries herhaalde tijdens het debat dat hij de territoria van brandweer en ambulancediensten gaat gelijktrekken met die van de politieregio's. Een proces waarbij alleen al aan voorbereidingen twee jaar gemoeid zal zijn.

Ook de afronding van het in 1994 ingezette regionaal reorganisatieproces, dat van de stadsprovincies, is een slepend dossier waar Paars in zeven jaar tijd niet is uitgekomen. De stadsprovincies werden in 1994 absoluut noodzakelijk geacht om de teloorgang van de grote steden tegen te gaan. Maar twee referenda in 1995 waarin die stadsprovincies door een overgrote meerderheid van de Amsterdamse en Rotterdamse bevolking werden afgewezen, schoven de plannen voor die bestuurlijke reorganisatie vooruit. Het regeerakkoord van 1998 repte nog wel van mogelijke invoering van stadsprovincies, maar het onderwerp heeft daarna nooit meer serieus op de politieke agenda gestaan.

Volgende maand komt De Vries met nieuwe plannen om eigen bestuur in zeven grootstedelijke gebieden mogelijk te maken, zo kondigde hij deze week aan. Hij stelt daarin voor om die grootstedelijke gebieden `provincievrij' te maken. Inhoudelijk is dit plan nagenoeg gelijk aan het oorspronkelijke concept van de stadsprovincie. Alleen worden de kerngemeenten nu niet opgesplitst in aparte, zelfstandige gemeenten. Al was het maar om te voorkomen dat in Amsterdam en Rotterdam opnieuw het sentiment de kop opsteekt dat `de stad wordt opgeheven', indertijd bij die referenda het belangrijkste electorale argument om tegen te stemmen.

Het is zeer twijfelachtig of het nu wel lukt. De VVD liet tijdens het begrotingsdebat al blijken, ook bij dit jongste concept haar twijfels te hebben. Bovendien maakt het `provincievrij' maken van een groot deel van Nederland een herindeling van de achterblijvende provincies nodig. Want voor de provincies Noord- en Zuid-Holland, bijvoorbeeld, blijft er weinig te besturen over als de Rotterdamse en Amsterdamse regio's op eigen benen staan. De twee betrokken commissarissen, Van Kemenade en Fransen, verschillen van mening over een toekomstige provinciale herindeling. Een toegezegd beleidsplan van het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is afgeblazen, zo deelde De Vries ,,met het schaamrood op de kaken'' mee aan de Tweede Kamer.

Bij zijn afscheid, vorige maand als voorzitter van het NIPO, liet Van Kemenade onomwonden weten wat hij van het jongste wetsvoorstel vindt: ,,in strijd met het regeerakkoord, in strijd met de grondwettelijke structuur van ons binnenlands bestuur.'' De loopgravenoorlog tegen de jongste poging om bestuurlijk Nederland te reorganiseren, is begonnen. Ondanks de roep van de Tweede Kamer om een betere en andere overheid.