Brinks `Sonneveld' is onevenwichtig

Een musical over Wim Sonneveld zou over de man kunnen gaan, over zijn werk of bij voorkeur over alletwee. Maar altijd zal het lastig zijn de hoofdpersoon zelf ten tonele te voeren, want niemand was in dat werk zo goed als Sonneveld zelf. Jos Brink, wiens nieuwe productie Sonneveld, haal het doek maar op gisteravond in première ging, komt in zijn stembuigingen en zijn pose af en toe wel in de buurt van zijn idool, en toch kan ook hij niet doen vergeten dat het hier om namaak gaat. Vooral als hij Sonneveld-achtige conferences begint af te steken, bijvoorbeeld op een Carmiggelt-achtige tekst – dan is het twee keer namaak.

Sonneveld wordt aangekondigd als een musical, maar is eigenlijk veel meer een collage. In korte scènetjes vertelt Brink het levensverhaal, en af en toe trekt hij het door in nummers uit het Sonneveld-repertoire, nieuwe liedjes van eigen hand of bewerkingen. Die laatste veroorzaakte vorige week enige publicitaire ophef, omdat de oorspronkelijke auteurs hun werk niet veranderd wilden zien. Vooralsnog is de zaak gesust, al springt Brink er inderdaad vrijmoedig mee om. Zo maakt hij in een openingsmedley het zinnetje `...en maar schommelen, en maar kijken naar de kont van...' (uit `In een rijtuigie') af door daarna over Margootje te beginnen. Smaakvol is anders. En verderop heeft hij `'t Is over' gekruist met `Ik voel dat ik haar mis', als betekenisvol duet over de breuk tussen Sonneveld en Conny Stuart.

De kern van de show wordt gevormd door de gecompliceerde driehoeksverhouding tussen Sonneveld en zijn vrienden Huub en Friso. De één wijdde hem op zijn zeventiende in het artistieke leven in, en toen de tweede kwam, heeft hij de eerste nooit de deur willen wijzen. Tussendoor tracht Brink ook Stuart als de vaste leading lady een rol te geven, maar dat is hem aanzienlijk minder goed gelukt. Zo gaf hij haar een veel te karikaturale monoloog, die geheel buiten het verhaal staat en alleen bedoeld lijkt als solonummertje voor Gerrie van der Klei. Met deze figuur weet ze dan ook geen raad; ze vervalt in een potje mal doen.

Van de rest van het tienkoppige ensemble is Frans Mulder als de oude vriend de beste; hij maakt mooi ingehouden werk van de verbittering in zijn rol. Herman Boerman blijft als de jongere rivaal veel kleurlozer, maar dat kan ook aan de tekst liggen. In de kleinere rollen wordt eleganter bewogen dan gespeeld; in elk geval zijn de geënsceneerde liedjes goeddeels in de Sonneveld-stijl uit de jaren vijftig en zestig.

Maar alles bij elkaar is Sonneveld vooral een onevenwichtige voorstelling. Er zijn nuffige grappen en er is geestige kwaadsprekerij, die met de languissante intonatie van de valse nicht des te meer doel treft. Zoals de verwensing die Annie M.G. Schmidt wordt toegevoegd: ,,Annie, als jij niet schrijft, moet er eigenlijk een hoes over je heen.'' Zulke rake zinswendingen worden echter afgewisseld met ondermaatse grollen (,,voor Wim was 't Friso of dooien'') en billenknijpersmoppen. Pregnante zinnetjes en vaardig berijmde liedjes staan naast de lolbroekerij van een potsierlijk herschreven `Catootje'.

Het is waar dat ook in de shows van Sonneveld zelf veel verschillende facetten te zien waren, maar bij hem werden ze bijeengehouden door zijn eigen wonderlijke veelzijdigheid. Hier lijken ze veel meer op de makkelijke lach te mikken, vooral als ze verder geen functie in het verhaal hebben. Dat is een telkens terugkerend euvel in het script: voor zo ver er sprake is van een intrige, moet die steeds plaats maken voor overbodige soli, lachnummertjes en losse levensfeiten die daar niets aan toevoegen.

Ten slotte speelt Brink de onbegrijpelijkste sterfscène die ik ooit heb gezien: zingend kijkt Sonneveld terug op zijn carrière (waartoe Brink een nieuwe tekst schreef op de melodie van `Zo heerlijk rustig') terwijl hij rustig een doodskist voor zichzelf in elkaar zet. Hij doet alsof hij een heel gevoelig moment speelt, maar in wezen slaat het nergens op – alsof Sonneveld zijn eigen graf gegraven heeft. Dat zou dan logisch uit het voorgaande moeten voortkomen, maar het komt uit de lucht vallen. Net als veel andere scènes in Sonneveld.

Voorstelling: Sonneveld, haal het doek maar op, van Jos Brink. Door: Tekstpierement. Muziek o.l.v. Henk Bokkinga. Decor: Jan Aarntzen. Regie: Horst Mentzel. Gezien: 19/10 in de Stadsschouwburg Haarlem. Tournee t/m 1/6. Inl. (023) 5471740, www.sonnevelddemusical.nl