Bestuur NOC*NSF botst met IOC over statuten

NOC*NSF wordt formeel niet erkend door het Internationaal Olympisch Comité. De statuten voldoen niet helemaal aan het olympisch handvest. IOC-lid Anton Geesink maakt zich erdruk over in zijn beleidsnota `Liever een hengel dan een vis'.

Het bestuur van NOC*NSF wordt in zijn huidige samenstelling bedreigd. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) eist namelijk dat de Nederlandse olympische sportbonden worden vertegenwoordigd in het bestuur van de nationale sportkopel. De statuten van NOC*NSF verbieden dat echter. Het IOC acht een dergelijk verbod in strijd met het olympisch handvest en verlangt dat Nederland zich aan de voorschriften houdt.

Indien het IOC vasthoudt aan de eis om op dat onderdeel de statuten te wijzigen, bestaat de kans dat het huidige bestuur van de sportkoepel in z'n geheel of gedeeltelijk moet aftreden. De bestuursleden zijn namelijk gekozen op persoonlijke titel en wegens hun onafhankelijkheid ten opzichte van de sportbonden. Zij vormen als het ware een zakenkabinet.

Het bestuur van NOC*NSF zit met de kwestie in zijn maag, omdat sprake is van een principieel verschil van mening dat bovendien de kern van de macht op Papendal raakt. De bonden werden bij de fusie tussen NOC en NSF bewust buiten het bestuur gehouden om te voorkomen dat er een club van belangenbehartigers zou ontstaan. Bestuurslid Ernst Faber, notaris te Amsterdam, heeft de opdracht gekregen om aanpassing van de statuten voor te bereiden.

De kwestie werd actueel nadat de sportkoepel besloot om de atletencommissie in de algemene ledenvergadering de status van officieel lid te geven. De wijziging van de statuten werd ter goedkeuring voorgelegd aan de juridische afdeling van IOC, die NOC*NSF op de vingers tikte.

Tot groot genoegen van IOC-lid Anton Geesink, voor wie de sportkoepel sedert de fusie tussen NOC en NSF een `illegale' organisatie is. Geesink: ,,Tot 1994 voldeed het toenmalige NOC aan het olympisch handvest, daarna niet meer. Het IOC voert ten opzichte van Nederland een gedoogbeleid, waaraan het nu een eind wil maken. Ten tijde van de fusie heb ik me niet actief met de opstelling van de statuten bemoeid. Ik stond alleen. Ik heb mijn bezwaren op papier gezet en het IOC destijds laten weten dat er zaken werden geregeld die in strijd met het handvest waren. In maart dit jaar heb ik vervolgens de vijf kandidaten voor het voorzitterschap van het IOC dezelfde informatie verstrekt.''

Een maand geleden heeft Geesink een beleidsnota, genaamd `Liever een hengel dan een vis', openbaar gemaakt. Daarin fulmineert hij uitgebreid tegen het ontbreken van olympische erkenning voor NOC*NSF. De oud-judokampioen verwijt het bestuur grove nalatigheid en vraagt zich af of alle genomen besluiten rechtsgeldig zijn.

Daarnaast is hij ervan overtuigd dat een statusloos NOC*NSF Nederlandse sportbestuurders ernstig kan hinderen. ,,Eind november is Erica Terpstra kandidaat-vice-voorzitter voor de club van Europese Olympische Comités (EOC). Maar als de concurrenten weten dat zij lid is van een niet erkende organisatie, kan dat makkelijk tegen haar gebruikt worden. Ik beschouw het daarom als mijn plicht om hier werk van te maken'', aldus Geesink, die als IOC-lid dient te waken over het olympisch gedachtegoed in Nederland. Om die reden heeft hij zich ook altijd verzet tegen een fusie van NOC met NSF, omdat er naar zijn mening sprake is van een ongewenste vermenging van olympische (NOC) en niet-olympische (NSF) bonden.

Zowel voorzitter Hans Blankert als bestuurlid Faber verwacht niet dat het zo'n vaart loopt met maatregelen van het IOC. Blankert: ,,Het is een kwestie van interpretatie. Wij denken namelijk dat onze statuten wél aan het olympisch handvest voldoen. En dat kunnen we uitleggen ook. In tegenstelling tot Geesink beschouw ik NOC*NSF allerminst als een `illegale' organisatie. En ik maak me er evenmin druk om. Als het IOC op zijn strepen blijft staan, moeten we kijken hoe we dat probleem oplossen.''

En Faber: ,,We moeten de discussie met het IOC nog maar eens stevig aangaan. Als kroonprins Willem-Alexander als IOC-lid dispensatie krijgt om ook bestuurslid van NOC*NSF te zijn, wordt die mogelijkheid ons als bestuur geboden. Ik vind namelijk dat wij met die belangenverstrengeling een sterk argument hebben om onze structuur te handhaven. De nota van Geesink leg ik positief uit. Dat hij de zaken wat scherper stelt, heeft te maken met onze gescheiden verantwoordelijkheden. Maar de punten die hij aanroert, zijn op zich juist.''

Dat NOC*NSF zeven jaar na de fusie pas in conflict komt met het IOC, is een gevolg van een nalatigheid van het toenmalige bestuur om de statuten ter goedkeuring voor te leggen aan het Internationaal Olympisch Comité. Jan Loorbach, destijds als portefeuillehouder verantwoordelijk voor het opstellen van de statuten, beweert niet van de noodzaak tot toetsing op de hoogte te zijn geweest.

Loorbach: ,,Ik kan me niet herinneren dat er door de bonden en door Geesink, vanuit zijn taak als bewaker van de IOC-belangen in Nederland, een punt van de huidige statuten is gemaakt. Als wij geweten hadden van de verplichte toetsing, zouden we het niet zo hebben gedaan. Maar dan is Geesink eveneens verantwoordelijk. Ik herinner me uit die tijd nog zijn exposés over alles en nog wat in bestuursvergadering, maar niet dat hij bezwaar maakte tegen de statuten. Ik weet wel dat de zaken dogmatisch, zuiver, harmonieus en in alle sereniteit zijn afgehandeld. Trouwens, het hoogste orgaan binnen NOC*NSF is de algemene ledenvergadering, die wordt gecontroleerd door de bonden.''

Geesink smaalt over de onwetendheid van Loorbach. ,,Als een organisatie lid wil worden van NOC*NSF, wordt eerst naar de statuten gevraagd. Dan lijkt het me ook normaal dat NOC*NSF het IOC raadpleegt. Voor mij is het onmogelijk Loorbachs verhaal te geloven. Hij was wel van meer zaken die ik aan de orde stelde niet op de hoogte. Het is trouwens niet waar dat ik mijn stem niet verhief over statuten tijdens bestuursvergaderingen. Ik heb dat wel degelijk gedaan. Het had alleen geen nut, omdat ik het gevoel had aan een dood paard te trekken.''