VVD en D66: kritiek op publieke omroep

VVD en D66 zetten vraagtekens bij de wijze waarop de publieke omroep inhoud geeft aan de wettelijke programmavoorschriften ten aanzien van hoeveelheden cultuur, kunst en verstrooiing. Zij zullen deze bezwaren volgende maand aan de orde stellen tijdens een Kamerdebat over de omroepbegroting.

PvdA en CDA hadden eerder voorgesteld om over de omroepbegroting niet apart te spreken en deze alleen in het kader van de begroting van OC&W te behandelen.

De bezwaren van VVD en D66 richten zich met name tegen de zogenaamde ,,meerjaren beleidsplanindeling'' van de omroepen, waarbij specifieke programma's worden ingedeeld in bepaalde programmacategoriën. De Amerikaanse komische serie Nanny geldt daarbij, naar het oordeel van Nicolaï (VVD) als cultuur, en het satirische programma Kopspijkers als kunst.

Nicolaï vindt het vreemd dat het Commissariaat voor de Media, dat de rapportage van de omroepen over de naleving van wettelijke voorschriften controleert, daarmee akkoord gegaan is. Bakker (D66) is dat met hem eens. Wagenaar (PvdA) vindt dat men zich bij de beoordeling van wat cultuur is en wat niet ,,niet al te zeer door de normen van de grachtengordel moet laten leiden. Cultuur is tenslotte ook wat een breed publiek als zodanig beschouwt''.

De Mediawet schrijft de publieke omroep per televisienet onder andere 25 procent cultuur voor, waarvan de helft kunst, en maximaal vijftien procent verstrooïng.

Volgens de commissaris programmatoezicht van het Commissariaat voor de media, H. van der Meulen, zijn de kritische Kamerleden ten prooi aan een misverstand. Het Commissariaat heeft met de omroepen gebakkeleid over de vraag of Nanny, thuishorend in de programmacategorie `licht buitenlands drama' wel of niet onder verstrooïng moest worden gerekend, waardoor de omroep het quotum verstrooing zou overschrijden. Voorshands heeft het Commissariaat zich op het standpunt gesteld dat van overschrijding geen sprake is.