SER: flexibel op top wereldhandel

De Europese Unie moet zich bij de ministeriële conferentie van de WTO volgende maand flexibel opstellen op gevoelige terreinen zoals de liberalisering van de landbouw. Dat schrijft de Sociaal Economische Raad (SER) vandaag in een ongevraagd advies aan premier Kok.

Het adviesorgaan van de Nederlandse regering meent voorts dat het kabinet op de komende wereldhandelstop, die misschien wordt gehouden in de oliestaat Qatar, ,,krachtig [dient] te bevorderen dat eerder gemaakte afspraken [met ontwikkelingslanden in het kader van de WTO], ook daadwerkelijk worden uitgevoerd''. Met deze formulering duidt de SER onder meer op de liberalisering van de mondiale textielmarkt die ontwikkelingslanden naar hun zeggen tot op heden te weinig heeft opgeleverd.

Voor de SER is de Wereldhandelsconferentie aanleiding ,,uit eigener beweging zijn positie over de kansen en risico's van de globalisering te markeren''. De Leidse hoogleraar V. Halberstadt, tevens adviseur van de WTO, stelt in de brief aan Kok namens de SER dat lidstaten van de WTO de liberalisering van de wereldhandel krachtig moeten doorzetten als zij de armoede in de wereld willen bestrijden.

De SER ziet wel problemen met globalisering in zijn huidige vorm. ,,De technische vooruitgang in de wereld gaat aan naar schatting een derde van de wereld voorbij. Naar de mening van de SER is [de] toenemende kloof tussen rijk en arm niet te verklaren door de liberalisatie van handels- en dienstenverkeer. Het probleem is veeleer dat, ofschoon veel ontwikkelingslanden actief participeren in de wereldhandel, veel van de armste ontwikkelingslanden in de marge van de wereldhandel verkeren.''

Over de vraag of de WTO aan verdergaande wereldhandel ook eisen moet stellen op het gebied van milieu en arbeidsomstandigheden doet de SER geen expliciete uitspraak. De Europese Unie pleit in de aanloop naar de ministeriële conferentie van de WTO voor agendering van de relatie tussen handel en milieu, maar vindt daarvoor nauwelijks medestanders. De agendering van arbeidsnormen in het kader van de WTO lijkt geen haalbare kaart door fel verzet van met name ontwikkelingslanden die vrezen dat regels op dit terrein zullen worden misbruikt als handelsbarrières.

De raad stelt vast dat ,,liberalisering van de internationale handel de maatschappelijke welvaart [ten goede komt], indien de handel plaatsvindt binnen een kader van flankerend beleid dat is gericht op het bevorderen van duurzame ontwikkeling in drie dimensies: economisch, sociaal en ecologisch''.