Ryan

Kun je als 50-plusser nog naar een popconcert van een 26-jarige in het Amsterdamse Paradiso, zonder de verdenking op je te laden dat je te graag met je tijd meewil? Goede vraag, maar ik besloot haar gisteravond toch maar te negeren.

In Paradiso trad ene Ryan Adams op, een Amerikaanse zanger, mij sterk aanbevolen door mensen die het goed met me voor hebben. Adams niet te verwarren met de beroemde Bryan Adams – geldt als een van de grootste beloften in de popmuziek, en hij bestrijkt het genre waarvan ik houd: een mengeling van folk, country en blues.

Het was afgeladen vol, en helaas was ik vergeten dat je niet te laat naar popconcerten in Paradiso moet gaan. Je komt dan in de achterste rijen te staan, waar de voortdurende onrust van de bierophalers-bij-de-bar heerst. Maar verder blijft Paradiso een ideale rocktempel. Bij popmuziek hoort de intimiteit van een kleine, benauwde zaal met rumoer en rook. Aan concerten in steriele complexen als Ahoy' en Vredenburg heb ik zelden enig plezier beleefd.

Ik was nog maar net binnen toen ik een hand op mijn arm voelde. Het was mijn neef Fer, die onder meer als organisator van concerten sedert jaar en dag zijn brood verdient in de popmuziek. Wij zien elkaar alleen op begrafenissen, maar we besloten dit niet als een somber voorteken op te vatten en stelden ons open voor de muziek. Hij is een groot kenner aan wie ik af en toe om commentaar kon vragen ik had daarmee als het ware mijn eigen Johan Cruijff in de buurt.

Het werd een opmerkelijk concert. Ik ben in de loop van de jaren uitgeluisterd geraakt op de concerten van verwende sterren de Rod Stewarts, de Van Morrisons en de Costello's die plichtmatig hun vijf kwartier speeltijd afraffelen. Ryan Adams had nog de verzengende ambitie en vitaliteit van de jeugd. Hij had zoveel plezier in zijn muziek dat hij er zelf geen genoeg van kon krijgen. Hij begon om negen uur en hij was na middernacht nóg bezig. Toegift na toegift volgde, en als je dacht dat dit nu wel het laatste nummer moest zijn, zei hij: ,,I can't stop, you are too nice to me.''

Het bijzondere was dat zijn concert naarmate het langer duurde steeds verstilder werd. Hij had een stevige band, Lax, waarmee hij vooral in het begin zeer pittige rock maakte, maar geleidelijk kwam de rustige singer-songwriter in hem boven en begon hij steeds meer te lijken op een kruising van Neil Young en Bruce Springsteen.

Een groot talent, dat was zonneklaar, maar hoe groot? Ik wendde me weer tot mijn neef. Deskundigen zijn minder snel tevreden dan leken.

Hij kan inderdaad de Bruce Springsteen worden van de nieuwe generatie, was zijn conclusie, maar hij is er nog niet. Adams was nog wat slordig en nam te lange pauzes tussen de nummers waardoor hij de spanning er te veel uithaalde. Maar wordt hij nu groot of niet, drong ik als een ware Tom Egbers aan. Dat is niet te zeggen, zei mijn neef, het hangt er helemaal van af hoe zo'n jongen met zijn eerste succes omgaat.

Toen ik al bijna buiten stond, klonk de muziek plotseling weer op. Ryan Adams ging nog even door.