Rijk maar richtingloos

Zwitserland is ontgoocheld. De ineenstorting van Swissair heeft de nationale eer aangetast. Maar de affaire staat niet op zichzelf. `Zwitserland als geheel is een stuurloos schip geworden.'

`Het enige eiland zonder zee', stond laatst op een muur in Zürich gekalkt. Midden in de EU, maar het is er geen lid van. Midden in de wereld, maar het is geen lid van de VN. Sonderfall Schweiz.

Zwitserland neemt zijn isolement op de koop toe. Want Zwitserland is een A-merk. Met per hoofd het hoogste bruto nationaal product ter wereld en met een van de laagste werkloosheidcijfers. Met zijn multinationals, banken en horloges staat Zwitserland voor kwaliteit. Topkwaliteit.

Maar sinds 2 oktober staat Zwitserland voor iets anders. Voor mismanagement, crisis en schande. De nationale luchtvaartmaatschappij is te gronde, de nationale eer aangetast. Tienduizenden staan op straat, elke dag worden weer nieuwe toeleveranciers in het faillissement meegesleurd. Het vliegveld Kloten verliest zijn belangrijkste klant, het kanton Zürich ondergaat een explosie in werkloosheidcijfers. Dat er überhaupt een nieuwe nationale luchtvaartmaatschappij zal zijn in het winterseizoen, wordt steeds minder zeker.

Zwitserland is topzwaar. Het land staat vol hoofdkantoren van wereldspelers. Al heeft het maar 7 miljoen inwoners, van wie nog geen vijf miljoen in het Duitstalig gebied, dat economisch de toon aangeeft. De vorige generatie managers heeft niet voor goede opvolgers gezorgd, zegt consultant Klaus Stöhlker over de affaire-Swissair. Ze hebben zich vergist in de snelheid waarmee veranderingen in een globale economie zich voltrekken. Er is een hele generatie buitenlandse managers gekomen, die vanuit Zwitserland hun ondernemingen bestieren, maar die zich er nauwelijks mee identificeren. Voor hun is het land hooguit een schitterende plek om te leven. ,,Die top zit met zijn hersens in de VS, in Azië, in Latijns-Amerika. Maar ze worden omgeven door een midden- en kleinbedrijf, dat 90 procent van de bedrijvigheid in Zwitserland uitmaakt. En die hebben te maken met een enorme concurrentiedruk. Dat leidt tot frustraties.''

De affaire-Swissair staat niet op zichzelf. Ook andere Zwitserse slagschepen als Sulzer, Roche en Zurich Financial Services hebben te kampen met Altlasten, een managements- en bestuursstijl die niet meer bij deze tijd past. Hoewel deze bedrijven beursgenoteerd zijn, heeft zowel de familie Sulzer als de familie Roche een buitensporig grote invloed op het management. Een overnamepoging van een corporate raider op Sulzer liep in april van dit jaar stuk op een overmacht van de familie. Sindsdien verloor het aandeel bijna een derde in waarde. In mei verkocht de Zwitserse raider Martin Ebner zijn 20 procentsbelang in Roche. Ook daar heeft de familie, Hoffmann La Roche, met maar 10 procent van de aandelen, dankzij een ingewikkelde stemrechtconstructie, de grootste vinger in de pap. Bij de Zurich Financial Group is Rolf Hüppi, die vrijwel in zijn eentje een wereldconcern van 70.000 man leidt, een risicofactor van de eerste orde. Volgens Zwitserse krantencommentaren kan maar één stap de koers weer doen stijgen: Hüppi's vertrek.

Het Zwitserse bedrijfsleven lijdt aan gebrek aan innovatie, en dat komt door overvloed, zegt professor Derek Abelll van het International Institute of Management Development IMD in Lausanne. Het is hen altijd op een presenteerblaadje aangereikt, geld was er genoeg, de banken zaten om de hoek. Het heeft geleid tot weinig nieuwe ideeën, tot hooguit marginale veranderingen. Maar kwaliteit betekent tegenwoordig een compromisloze toewijding aan de klant, zegt Abell. Hij wijst op de marmeren paleizen die de banken aan de oevers van het Meer van Genève bouwen. ,,Marmer stond vroeger voor zekerheid, maar dat is tegenwoordig een achterhaald idee. De banken bewieroken zichzelf met deze paleizen. Wat de klant van nu wil is een gebouw op goedkopere grond, waar je makkelijk kan parkeren en waaraan je kan zien dat er verstandig wordt omgegegaan met je geld.''

Toch wordt de kwaliteit van Zwitserse producten, van het ingenieurswezen, van onderzoek & ontwikkeling, nog alom geroemd. Honderdvijftig jaar lang politieke stabiliteit, vrede en voorspoed hebben gezorgd voor het hoogste bruto nationaal product per hoofd ter wereld. Voor Swiss Made, zo luidt het in handelskringen, wordt ongezien 15 procent méér betaald dan voor een product van elders. Maar de ondernemers zijn `uitgedacht'. Klant en aandeelhouder willen tegenwoordig een hoge opbrengst bij lage kosten. En ze willen transparantie. En juist dat is niet het sterkste punt in de Zwitserse bestuursstructuur. De Zwitserse bestuurscultuur is een ondoorzichtig, naar binnen gericht en verstopt systeem, dat volgens velen opengebroken moet worden.

Voor nieuwe bestuurders wordt gevist in dezelfde, oude vijver. Elke raad van bestuur moet uit een meerderheid van Zwitsers bestaan, worden voorgezeten door een Zwitser. Volgens Sonja Buholzer, management consultant in Zürich, wordt er zo niet geselecteerd op kwaliteit, ,,maar op een Zwitsers paspoort''. Vriendjespolitiek, old boys network, zegt ook headhunter Hazeline van Swaay, eigenaar van Transearch in St. Prex. Ze wijst op conflicterende belangen als de eigen bankier in het bestuur van de onderneming zit, wat in Zwitserland doorgaans het geval is. Het Zwitserse bedrijfsleven heeft twee polen: sterke exportleiders als de farmabedrijven en de machine-industrie, die meespelen op de wereldmarkt, en een afgeschermde binnenlandse markt, waar kantonale aanbestedingsregels de boventoon voeren. De economie van het land is een mix van succesvolle multinationals en een economisch kwetsbare binnenmarkt, aldus Van Swaay. ,,Er moet meer concurrentie komen, de markt moet open.''

Het Zwitserse bedrijfsleven bevindt zich in een spagaat. Het netwerk van managers en bestuurders is ijzersterk. De korte retraites in de bergen, waarmee de anderhalf jaar durende dienstplicht over de hele professionele carrière kan worden uitgesmeerd, creëren een unieke band. Het netwerk vangt je zwakheden op, zolang je de rijen gesloten houdt. Het werkt middelmatigheid in de hand, zeggen velen, en gaat risico uit de weg. Bovendien zorgt het militaire denken voor een managementstijl waarbij te weinig wordt gedelegeerd. Het is een verkeerd uitgangspunt, zegt professor Derek Abell: ,,Je hoeft geen vijand te verslaan, je moet een klant dienen. Open staan voor innovatie, je nek uit steken.'' Maar managers van dat slag zijn in Zwitserland zeldzaam.

De cultuur van niet opvallen, je mond houden en de rijen sluiten is een nationale karaktertrek van de Zwitsers. Het is de negatieve kant van de directe democratie waarin de burgers op elk moment een referendum kunnen aanspannen. Samen is de burgerij sterk, iedereen heeft dezelfde rechten. Charismatische leiders die de koers uitzetten horen niet bij de Zwitserse cultuur, noch in het bedrijfsleven, noch bij de overheid. De verwevenheid van politiek en bedrijfsleven wordt door het democratische systeem in de hand gewerkt. Behoudens het zevenkoppige kabinet, zijn er geen fulltime beroepspolitici. Gedurende korte sessies van drie weken zijn de parlementsbanken bezet, daar tussendoor gaat men terug naar huis en oefent zijn normale beroep uit.

Op crisismomenten is het Zwitserse kabinet met zijn roulerend premierschap vleugellam. Zoals bij de affaire van de joodse tegoeden op de Zwitserse banken gebeurde, toen fout op fout werd gestapeld. En zoals begin oktober.

Met een zelfgenoegzame glimlach nam op maandag 1 oktober Marcel Ospel, topman van UBS, het woord. Het kabinet zag het op tv. Spass beiseite, sprak de bankier voor de camera's, hoewel niemand een Spass had gemaakt. Zijn bank zou samen met Credit Suisse Swissair redden. Op 2 oktober bleek ineens het krediet van de banken niet beschikbaar, net zomin als UBS-topman Ospel. Hij was onderweg naar New York in de corporate jet. Tegen vier uur 's middags moest Swissair capituleren.

Wat nog nooit is vertoond gebeurt nu: het volk keert zich tegen de banken. Klaus Stöhlker: ,,Als er nu een referendum over het bankgeheim zou worden gehouden, ben ik bang dat het zou worden afgeschaft.''

De Zwitsers hebben prima onderwijs, mooie liberale principes, mooie voorbeelden van innovatieve bedrijven, zegt Abell. ,,Maar de Zwitsers is een klap uitgedeeld. Zelfonderzoek is nodig.'' Er wordt vlijtig en serieus gewerkt, zegt ook Stöhlker, maar het Zwitsers isolement is decadent. Het verzuurt de Zwitsers en maakt ze defensief. Hij ziet de verlamming nog wel enige tijd voortduren, terwijl het drama van de Swissair zich aan de Zwitsers voltrekt. ,,Zwitserland is momenteel als een stuurloos schip. Rijk, maar richtingloos.''