Powell moet eigen `doctrine' verloochenen

Aan de hand van een voormalige generaal herontdekt Amerika de buitenlandse politiek. Colin Powell had de reputatie een politieke generaal te zijn. Hij was erbij in Vietnam wat hem recht van spreken geeft over oorlogvoeren in de praktijk. Vervolgens viel zijn geschiktheid op voor staffuncties. Hij bracht het onder meer tot nationaal-veiligheidsadviseur van president Reagan. Tijdens de Golfoorlog was hij als voorzitter van de Verenigde Chefs van Staven de hoogste militair in functie en de belangrijkste adviseur van president Bush in diens capaciteit van opperbevelhebber. Van zijn Indochinese ervaringen heeft Powell een grondige afkeer overgehouden van gedetailleerde politieke bemoeienis met het militaire handwerk, een afkeer die inmiddels kracht van doctrine heeft gekregen. In de herfst van 1990 wist hij Bush te bewegen een overmacht bijeen te brengen en generaal Schwarzkopf de vrije hand te laten bij de verdrijving van de legers van Saddam Hussein uit Koeweit.

In zijn functie van minister van Buitenlandse Zaken heeft Powell niet alleen te maken met persoonlijke en politieke rivaliteiten binnen de regering, maar meer nog met de subtiliteiten van de internationale verhoudingen. Deze week was hij op bezoek in Pakistan en India. Na de elfde september was het credo van de Amerikaanse regering betrekkelijk eenvoudig: vervolg de daders van de aanslagen in New York en Washington en hun beschermers en ,,bring them to justice''. De VS richten zich onder dat motto op een regio waarvoor zij nooit werkelijke belangstelling hebben getoond, anders dan functioneel binnen het enge raam van Amerika's nationale belangen.

Tijdens de Koude Oorlog was het islamitische Pakistan voor Amerika de natuurlijke bondgenoot en de `niet-gebonden' democratie India een verdachte handlanger van de Sovjet-Unie. Indiase diplomaten hadden in Washington weinig om handen. Pakistan figureerde in de keten van anticommunistische bondgenootschappen van Powells verre voorganger John Foster Dulles en leverde later belangrijke diensten aan de regering-Nixon bij haar pogingen connecties aan te knopen met China. Op grond van het axioma: de vijand van mijn vijand is mijn vriend onderhielden opeenvolgende Pakistaanse regimes de beste betrekkingen met Aziës communistische reus die ideologisch gezien een principieel gevaar betekende voor een land dat zijn bestaan rechtvaardigt met de religie van de meerderheid. Nixon maakte van Pakistan gebruik toen het hem uitkwam.

Pakistan was Amerika opnieuw van nut toen sovjettroepen Afghanistan binnenvielen om een minder gewaardeerde communist als leider van het land te vervangen door een Moskougetrouwe kameraad. In de oorlog die volgde ontwikkelde Pakistan zich tot een transferium voor islamitische strijders en Amerikaanse wapens. Reagan sprak van ,,vrijheidsstrijders'' in een bondgenootschap tegen het `evil empire' dat zich in zijn ogen uitstrekte van Pakistan via Afghaanse mujahedeen en Poolse dissidenten tot de contras van Midden-Amerika.

In de jaren negentig kwam de klad in de Amerikaans-Pakistaanse betrekkingen. Washington onderhield nu zelf goede relaties met China en met het postcommunistische Rusland. Het meende de Pakistaanse liaison met China en met Afghanistan niet langer nodig te hebben. Bovendien werkten Pakistaanse geleerden ondanks Amerikaanse bezwaren onverdroten voort aan de ontwikkeling van een kernwapen, door de Libiër Gaddafi eens als `islamitische bom' gekwalificeerd. Toen India en Pakistan enkele jaren geleden kort na elkaar een atoombom tot ontploffing brachten, deden de VS beide landen in de ban wegens schending van het verdrag tegen verspreiding van atoomwapens een verdrag dat sinds 1963 de kernclub beperkte tot de vijf erkende atoommogendheden in de wereld.

Op het moment dat verkeersvliegtuigen zich in de Twin Towers boorden en op het Pentagon stortten had de regering-Bush nog geen beleid ontwikkeld voor het Indische subcontinent. Wel was er sprake van een zekere toenadering tot India. Vanuit Afghanistan dreigde het internationale terrorisme van Osama bin Laden (al eens door voorganger Clinton bestookt), Pakistan onderhield nauwe betrekkingen met de in het buurland heersende extremistische Talibaan, beschermheren van Bin Laden. India leek nu de natuurlijke partner in een gebied waarin zoveel ten nadele van Amerika was veranderd. Bovendien was de regering-Bush minder dan haar voorgangers onder de indruk van de gevolgen van de Indiase en Pakistaanse kernproeven. Zij heeft tenslotte zelf moeite met het uit de Koude Oorlog overgeleverde verdragenstelsel ter beheersing van de strategische bewapening.

Na de elfde september is veel in beweging gekomen, ook op het subcontinent. Onder zware druk veranderde Pakistan van de ene dag op de andere van een verdachte in een partner bij Amerika's politieke en militaire initiatieven in en tegen Afghanistan. Pakistans relaties met de Talibaan dienden vanaf dat moment het Amerikaanse belang. Maar er moet een prijs worden betaald. Amerika's natuurlijke militaire partners binnen Afghanistan zijn niet Pakistans natuurlijke bondgenoten. Integendeel, de verschillende facties van de zogenoemde Noordelijke Alliantie zijn verbonden respectievelijk met Iran en met Rusland. Een omstandigheid die met veronachtzaming van de Powell-doctrine door Powell zelf al haar invloed zou hebben gehad op het verloop van de luchtoorlog tegen de Talibaan en Osama bin Laden.

Behalve met de politieke en etnische nuances in Afghanistan en de betrokkenheid daarbij van verschillende buurlanden wordt Amerika geconfronteerd met de historische twist tussen Pakistan en India over Kashmir, een kwestie die Washington altijd op armlengte afstand heeft gehouden. Powell probeerde de aandacht van zijn gastheren deze week te concentreren op de bestrijding van het internationale terrorisme. Dat viel hem des te zwaarder omdat India met kracht van bewijs de aandacht vestigde op het islamitische terrorisme in het Indiase deel van Kashmir. India heeft zijn eigen Twin Towers. Een zelfmoordactie bij het parlementsgebouw van de deelstaat kostte begin deze maand 36 mensen het leven. En New Delhi weet het zeker: het terrorisme in Kashmir wordt gesteund door Pakistan, wat het tot internationaal terrorisme maakt. Kashmir is immers India, vindt India.

De regering-Bush had gekozen voor een buitenlandse politiek die uitsluitend en eenzijdig Amerikaanse belangen zou behartigen. Maar andere mogendheden blijken niet te negeren. Zoals Powell de afgelopen dagen moest ervaren.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.