Post 911

De kunstenaars in New York vinden hun stem terug na de aanslag op 11 september - nine eleven zoals de Amerikanen zeggen - en maken steeds luider bezwaar tegen het taboe op kritiek.,,Wij zijn de reddingswerkers van de geest.''

New York was wel een beetje voorbereid op de ramp van 11 september. In de zomer van 1999 stond op de tentoonstelling Passages in het Studio Museum in Harlem een beeld van een mannenfiguur die werd doorboord door vliegtuigjes. De maker was Michael Richards, de enige kunstenaar die om het leven is gekomen in het World Trade Center. Hij had 's nachts doorgewerkt in zijn atelier op de 92ste verdieping.

In de wijde omtrek van de plaats waar Amerika in het hart werd getroffen, lopen mensen met stofkapjes over neus en mond. Het is niet het puinstof dat zij uit hun adem willen filteren, de frisse bries over de Hudson heeft het meeste al weggeblazen. Niemand zegt het, maar het is de geur van smeulend vlees die zuidelijk Manhattan een sensatie bezorgt die op dit continent onbekend was.

New York is zwaar gewond. Amerika is beledigd en bang. Het verschil wordt geuit met de vlag. Terwijl huizen en auto's in de rest van het land onverminderd pronken met de stars and stripes, wordt die vorm van nationaal activisme in New York zichtbaar gemeden. Het bedrijfsleven adverteert er mee, om niet commercieel te lijken. In de kunst, die in het gelddistrict of in lower Manhattan wordt gemaakt, schuwt men het vlagvertoon helemaal.

De kunstwereld is bezig zich te herstellen van de totale shock. Toneelregisseuse JoAnne Akalaitis wilde het `de eerste week niet geloven', zij dacht dat het `een krankzinnige vergissing' was. Beeldhouwer Charles Long had op 8 september een tentoonstelling in Californië rond het thema `moed' geopend: ,,De tragedie van de elfde was zo groot dat het ineens volstrekt zinloos leek wat ik deed, maar na een tijdje besefte ik dat als je ergens voor leeft, het is voor schoonheid, humor en integriteit.''

David White, directeur van de Dance Theater Workshop in Chelsea, zegt ruim een maand na de klap: ,,Sinds de Burgeroorlog hebben we zoiets niet meegemaakt. Velen vroegen zich af waar dansen nog op sloeg, maar ik heb gezegd: maak wat je maken moet en zorg dat het er toe doet. Het werk van de kunstenaar begint nu pas. Wij zijn de reddingswerkers van de geest.''

Het is moeilijk in Amerika een kunstenaar te vinden die president Bush opeens bewondert of zijn oorlog vertrouwt. Het presidentiële gebruik van de begrippen Goed en vooral Kwaad wekt veel verzet op. Men verwijt de wederopgestane christen Bush een soort fundamentalisme dat noch de verhoudingen in de wereld tot hun recht laat komen noch de democratische verhoudingen binnen de Verenigde Staten goed doet.

Mark Russell, de drijvende kracht achter de Performance Space 122 in de East Village in New York City het gebouw waar de film Fame ooit werd opgenomen ziet ook pluspunten. Hij denkt dat er op den duur kunst zal voortkomen uit deze dramatische periode: ,,We zijn niet langer maagd. Amerika moet het bestaan van de rest van de wereld erkennen. Het woord van ieder individu gaat meer tellen. Dat geeft reden tot hoop, ook voor de kunst, maar niet onder druk. Beckett heeft na de Tweede Wereldoorlog zeven jaar nodig gehad voor Wachten op Godot.''

De dichteres Jorie Graham heeft in de praktijk ervaren dat haar kunst juist nu een grote rol speelt. Zij is hoogleraar retoriek aan Harvard, heeft acht bundels gedichten gepubliceerd, plus twee poëzie-bloemlezingen. Graham heeft net een punt gezet achter het laatste gedicht in een nieuwe bundel die Never gaat heten en gedragen wordt door haar afkeer van de `eco-suicide' die Amerika bezig is te plegen.

In de eerste weken na de `911'-aanslagen 911 of 9-11 staat niet alleen voor de fatale datum, september 11, het is ook het Amerikaanse alarmnummer wond de met een Pulitzer-prijs bekroonde schrijfster zich op over het verlorengaan van de vrijheid van meningsuiting doordat mensen `hun hart en hun verstand in de vlag wikkelen'. Toen nam het aantal verzoeken voor poëzie-lezingen toe. Nu kan zij de vraag niet meer aan. Tot in volgend voorjaar is zij volgeboekt met lezingen door het hele land. Maandag neemt zij, met onder anderen Susan Sontag, deel aan een poëzie-manifestatie in de roemruchte Cooper Union vakbondshal in New York.

Zoals musea in het hele land hun toeristen kwijt zijn, maar een toeloop van burgers uit de eigen streek zien die uit zijn op harmonie en overdenking, zo is de stormloop op poëzie-avonden ook een vorm van beschutting zoeken tegen de razernij. De taal biedt een heel bijzondere geborgenheid, zegt Graham: ,,Men zoekt contact met eeuwige emoties via een duizend jaar oude taal. In dit 230 jaar oude land hebben wij geen Parthenon en geen Magna Charta. Ik ben in Italië opgegroeid, daar hadden we een Romeinse fontein in de kelder. De enige archeologie in de Verenigde Staten is de taal. Het bijzondere van poëzie in het Engels is dat de regering die taal ook gebruikt, maar voor geheel andere doeleinden. Er zijn zoveel toespraken in code dat er een ware exodus op gang komt uit die taal naar de dichtkunst. Poëzie reinigt de taal. Dichters worden niet betaald, zij maken geen reclame, zij kiezen geen partij zij vertegenwoordigen alleen de taal. Amerikanen gaan op dit moment naar poëzie-lezingen zoals men naar Mandelstam ging luisteren in de Sovjet-Unie. Iedereen wist wat er was gezegd. Niemand gebruikte het regeringsvocabulaire. Dichters spreken per definitie de waarheid, of zij gelijk hebben of niet.''

Jeff Preiss en Rebecca Quaytman brachten 11 september hun dochtertje naar school vlakbij het World Trade Center toen zij rook zagen komen uit het complex dat het zuiden van Manhattan definieerde. De snel groeiende chaos dreef hen weer naar huis. Jeff, die cineast is, ging op de brandtrap van hun gebouw staan, richtte zijn lens op de torens en filmde het tweede vliegtuig en wat er op volgde. Sindsdien houdt hij een filmdagboek bij, maar hij kan zijn camera nog niet goed stil houden.

In hun tot woon- en werkruimte verbouwd pakhuis praten Jeff en Rebecca met drie collega's over `911' en wat de aanslagen voor hun kunst betekenen doorgaan of iets anders gaan doen? Dan Graham heeft net een grote tentoonstelling in Parijs gehad, Matt Mullican in Italië, zij doceren beiden in Amsterdam en beamen dat de schok zo groot is dat er een vóór en een na 11 september is, ook in hun werk. ,,Alles wat je doet lijkt minder belangrijk, je gezin staat opeens op de voorgrond'', zegt Matt. Maar hoe het werk er uit zal zien, het is nog te vroeg om dat te zeggen.

Dara Birnbaum, de derde gast, vindt de vraag te hard: ,,Ik ben nog steeds in een stemming zoals ik me die voorstel na de dood. De schok was zo immens. Reken maar dat iedere goede kunstenaar er mee bezig blijft.'' Zij heeft aan het WTC gewerkt als architecte: ,,Het was de Toren van Babel van het kapitalisme.'' Zij is het eens met Dan Graham dat het WTC-gebied een slecht gebruikte openbare ruimte was, alleen goed om omhoog te kijken. Graham: ,,Het was een symbool van de bedrijvisering van het hele leven. Ik vind Big Bad, al denkt Rem Koolhaas dat Big Better is.''

Rebecca Quaytman ervoer de aanslagen als een verkrachting. In haar ogen illustreert het vervolg `hoe naïef wij als Amerikanen zijn, hoe weinig begrip wij hebben voor de haat die wij in delen van de wereld opwekken'. Zij werkt aan een serie schilderijen die verband leggen tussen de holocaust en de gewelddadige dood van twee naar Amerika geïmmigreerde familieleden. De mathematische rust van de beelden contrasteert met het verdriet dat er aan ten grondslag ligt. Voor haar was 11 september de echte eeuwwisseling, die kunstenaars zal dwingen het meer over ideeën te hebben.

Maar wat voor ideeën? Dara hoopt dat de machtsvraag terugkomt in de kunst, het ging de laatste tien jaar wel erg veel om luxe en samenwerking met de markt. Zij wil minder zelfverheffing en meer waarden. Matt: ,,Misschien kunnen we de zeer conventionele maatstaven voor succes achter ons laten. Het ging allemaal over big show en big money.''

De theaters in New York lijden nog steeds onder het ingestorte toerisme, maar ook daar komt nieuw publiek uit de stad en de buurt bij wijze van verzetsdaad. De zalen zijn in veel gevallen al weer voller dan halfleeg. De cabaratière Reno kwam deze week in het La Mama-theater met haar nieuwste programma Rebel without a Pause. Behalve de titel was vrijwel de hele inhoud aangepast aan het 911-gegeven. President Bush kwam er genadiger af dan zonder ramp.

In sommige kranten vraagt men zich bezorgd af of The Age of Irony voorgoed voorbij is. Grote delen van het publieke debat in Amerika ontkomen ook in gewone tijden niet aan een révérence voor het opperwezen, maar nu is de druk om de eigen mening in de schaduw te stellen van het vermeende landsbelang wel erg groot. Pas deze week dringt de kritiek op Bush' nieuwe vriendenkring overzee door tot de opiniepagina's van de gevestigde kranten. In kunstenaarskringen duurde dat zo lang niet.

Voor David White van de Dance Theater Workshop was het vanaf het begin duidelijk dat in de kunsten `de strijd om waarden' moet worden gevoerd, `de politiek komt alleen maar tot het kleinste gemene veelvoud'. Hij ziet het als een betrekkelijk rechte lijn van de culture wars (conservatieven tegen alle kunsten) uit de jaren tachtig, de strijd tegen kernbewapening en die voor abortus.

Een voorzichtiger toon is die van Shirin Neshat, Iranees-Amerikaanse, die met film-, muziek- en performance-elementen de wrijving tussen de islam en het Westen onderzoekt. Toen duidelijk werd wie de hand in de 911-aanslagen had, vroeg zij zich af waar zij stond. ,,Ik kon het probleem niet simplificeren. Het is ingewikkelder dan Amerikanen graag willen. Zij staan meestal zo ver af van historische gebeurtenissen elders in de wereld. Het is een schok voor hen het conflict opeens in eigen huis te beleven. Mijn werk is een poging zoveel mogelijk lagen af te pellen van de islamitische cultuur die is niet helemaal goed of helemaal slecht. Dit zou een kans kunnen zijn voor een discussie die we al lang hadden moeten hebben.''

Neshats werk was de afgelopen week te zien in het New-Yorkse performance-theater The Kitchen. Zij wordt vertegenwoordigd door de Barbara Gladstone-galerie die haar soms simultaan te draaien korte films mee produceerde. Neshat komt uit het beeldende kunst-circuit, maar niet waardenvrij: de explosieve werelden waar zij zich tussen beweegt waren altijd al haar onderwerp. Daarom is zij nu een veel gevraagd kunstenares.

Onzekerheid en verslagenheid overheersen in de beeldende kunst. Velen hebben hun ateliers in de Tribeca-wijk, vlak boven het WTC, verloren. Kopers van moderne kunst vertonen zich niet, of het zijn musea, vertelt Frederieke Taylor-Sanders, die als galeriehoudster in Chelsea net als haar kunstenaars worstelt met de naschokken van 911. ,,Er heerst een algemene depressie. Niets smaakt goed, niets voelt goed. De meesten die langskomen, willen praten. Het enige waar je in gelooft is doorgaan, maar het is allemaal nog te rauw om te zeggen hoe.'' Het belet een groot aantal galeries niet een I Love New York-benefiet op te zetten voor de slachtoffers.

Bijna even helderziend als Michael Richards en zijn doorvlogen mens was de installatie die internet-kunstenaar Wolfgang Staehle op 6 september opende in de Postmaster Gallery in Manhattans galeriebuurt Chelsea. Daar werden permanent live videobeelden uitgezonden van drie plekken in de wereld, een verkenning van het begrip gelijktijdigheid. Staehle had ook een camera gericht op het WTC. Hij zond de ramp op 11 september als eerste live uit.

Kunst versloeg de nieuwsmedia. Sommigen willen die voorsprong vasthouden als het erom gaat herhaling in de toekomst te voorkomen. Mel Chin, conceptueel kunstenaar wiens vakgenoten zich na de ramp afvroegen hoe hij verder moet, weet wat hem te doen staat: hij wil op een creatieve manier kennis gaan verbreiden die kan helpen voorkomen dat dit soort rampen zich herhalen. Dat lijkt hem nuttiger dan `herdenkingskunst over deze tragedie' te maken in New York wordt al intensief gewerkt aan monumenten, zoals het idee twee lichtzuilen te creëren die de WTC-torens iedere nacht aan de skyline van Manhattan kunnen teruggeven.

Chin: ,,Het lijkt me beter licht te laten schijnen in de duisternis van onze eigen geschiedenis. Het is hoog tijd onze politieke geschiedenis te kennen om onze betrekkingen met de rest van de wereld beter te begrijpen. Amerikanen hebben geen schuld aan deze wandaden, maar zij hebben wel de voorwaarden helpen creëren die leidden tot de armoede en wraakgevoelens die tot uitbarsting kwamen op de elfde. De president spreekt over vastberadenheid. Daarmee vallen wij een ander land aan. Ik zou met vastberadenheid deel willen zijn van de reconstructie van de wereld. Kunstenaars kunnen met fantasie ideeën overbrengen die daar op termijn toe leiden.''

Voor JoAnne Akalaitis, eens opvolgster van Joseph Papp bij het befaamde Public Theatre in New York, nu docente en regisseuse, is de roeping van de toneelmaker niet zo helder omschreven. Als studenten haar vragen waarom je post 911 nog toneel zou maken, zegt zij: geen idee. ,,Ik geloof niet dat kunst heelt. We doen het omdat we het niet laten kunnen.'' Akalaitis peinst over een nieuwe voorstelling die de emoties van de laatste weken kan vatten, misschien wel De Perzen van Aeschylos. Tijdens de crisis moest zij zich 15 uur laten rijden naar Chicago om een andere regie af te maken: Maria Stuart van Schiller. Dat stuk noemt zij `ongelooflijk relevant'. Het gaat over de strijd tussen twee werelden, van fanate katholieken en protestanten, het is moord en doodslag op het toneel, gesanctioneerd door de priester die verzekert dat alle zonden voor het goede doel bij voorbaat zijn vergeven.

Dichters, beeldende kunstenaars en theatermakers vinden hun stem terug. Zij maken steeds hoorbaarder bezwaar tegen het inmiddels gevestigde taboe op kritiek, zij betwijfelen de wijsheid van president Bush' oproep om weer ,,te reizen en geld uit te geven''. Zoals de beeldhouwer Charles Long zegt in zijn magazijnachtige atelier in het uiterste westen van zuidelijk Manhattan: ,,Dat eindeloze consumentisme en afval produceren in dit land maakt me razend. Alsof niks er toe doet. Deze cultuur moet haar verstand hervinden. We zullen minder moeten reizen en minder giftige stoffen gebruiken, en een simpeler leven leiden. Wat dat betreft versterkt 911 alleen maar mijn overtuiging.''

Long werd bekend door zijn Amorphous Body Centre en zijn roze Bubble Gum Station, vrolijke blurpen, zoals hij ze noemt, uit het genietmaarraak-tijdperk. Het Whitney Museum voor Amerikaanse kunst nam ze op in zijn tweejaarlijkse overzichten. Voor de choreograaf Merce Cunningham maakte Long dit jaar sobere, kleurrijke decorfiguren die later dit jaar mee op tournee naar Frankrijk gaan. In zijn jongste tentoonstelling in Santa Monica heeft Long de lijn al verder doorgetrokken naar eenvoud. Hij heeft in deze verwarde dagen teruggegrepen naar Ralph Waldo Emerson (Selfreliance), Seneca en Samuel Beckett. ,,Velen zien in deze aanslagen het begin van verschrikkelijke tijden. Ik denk dat de paranoia de feiten voor veel mensen weer een beetje op een rijtje zet.''

Eén kunstenaar heeft de aanval op het World Trade Center wel aangegrepen om een speciaal werk te scheppen. Frank Bidart heeft vijf dichtbundels op zijn naam staan. Hij doceert aan Wellesley College in Massachusetts, won dit jaar de Wallace Stevens Award van de Academy of American Poets en werkt aan een uitgave van het dicht-oeuvre van Robert Lowell.

In zijn tot nog toe ongepubliceerde gedicht Curse wenst Bidart de kapers toe dat zij in de ziel van de slachtoffers moeten leven om te ervaren wat zij hebben aangericht. In de huid van hun slachtoffers kruipen moet een hel zijn voor deze bewoners van `een ballon van rechtschapenheid'. Bidart vertelt dat hij nauwelijks trots is op de vloek die hij over de daders uitspreekt in zijn gedicht. Hij noemt het een vorm van `psychische actie', maar: `je moet toch ergens heen met je woede'.

Charles Long: `De Amerikaanse cultuur moet haar verstand hervinden'