Palestijnen van PFLP blaken van trots

Het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina heeft de moord op de Israëlische minister Ze'evi opgeëist. De PFLP'ers in Beiroet zijn er zeer trots op.

,,Koekje bij de koffie?'' vraagt Marwan Abdel Ali, lid van het politburo van het Palestijnse Front voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) vriendelijk. ,,Neem er maar drie, eentje voor iedere kogel door het hoofd van Ze'evi!'' Abdel Ali en twee zwijgzame hulpjes in het primitieve PFLP-kantoor zonder bewaking in het vluchtelingenkamp Mar Elyas in het zuiden van de Libanese hoofdstad Beiroet, moeten hard lachen om deze verwijzing naar de Israëlische minister die woensdag door de PFLP-commando in een hotelkamer werd doodgeschoten.

Na het wegvallen van de sovjetsteun voor de PFLP, de afwijzing van de Oslo-akkoorden en een diepe organisatorische en financiële crisis, lijkt de van oudsher marxistische organisatie met de aanslag van deze week plotseling weer uit de marge. En Abdel Ali geniet ervan met volle teugen.

Cameraploegen lopen af en aan, achter hem hangt een poster met de tekst ,,Mustafa Abu Ali, de ridder der martelaren, martelaar van Palestina, van de intifadah, van de Arabische Natie en van de Islamitische Gemeenschap der Gelovigen.'' En: ,,Assamblea Nazionale Anticapitalista: Intifadah! Fino alla victoria!''

Op het moment dat de Israëlische minister Ze'evi werd doodgeschoten is onze kameraad Mustafa herboren, stelt Abdel Ali. Medio augustus werd de PFLP-voorman door een Israëlische raket gedood. Niemand wist goed waarom, want de PFLP was in die tijd nauwelijks actief. ,,Het is heel simpel,'' meent Abdel Ali. ,,Met de moord op Mustafa wilden de Israëliërs ons een signaal geven dat wij van de PFLP allemaal op de dodenlijst staan. Want ze beseffen dat wij de belangrijkste beweging zijn na Arafat. Met onze operatie hebben wij de Israëliërs nu een signaal teruggestuurd. Zij zullen niet rustig leven zolang wij dat ook niet kunnen. Ze'evi was verantwoordelijk voor de Israëlische moordpartijen tijdens deze intifadah. Wat verwachten ze van ons? Dat wij toekijken hoe ze ons afslachten? Dat wij brave slachtoffers zijn?''

Premier Sharon heeft na de aanslag gezegd dat nu ,,alles anders is'' en dat de Israëlische wraak ongekend zal zijn. Op de vraag of Abdel Ali nu voor zijn leven moet vrezen, valt hij opeens stil. Hij wil in ieder geval niet kwijt of dit kantoor in het verloederde en straatarme vluchtelingenkamp zijn vaste werkplaats is. Ook over andere persoonlijke details blijft hij uiterst vaag. Hij beseft dat Israël al ontelbare malen eerder tegenstanders in Libanon uit de weg heeft geruimd, of heeft ontvoerd. Maar Abdel Ali put hoop uit de ligging van de kantoren; middenin vluchtelingenkampen vol bewapende en strijdlustige Palestijnen. Dat bombardeer je niet zonder burgerslachtoffers, terwijl commando-operaties hoogst riskant zijn.

,,Het is een feeststemming hier'', zegt Muhammed Derwish, derde generatie vluchteling uit Nazareth en groentenboer in Mar Elyas. ,,Ik kreeg van iedereen felicitaties.''

Diplomaten menen dat hooguit twee procent van de Palestijnen het PFLP steunt – Fatah en Hamas zijn veel populairder – maar deze week stond Muhammed opeens in het centrum van de belangstelling. ,,Iedereen kwam ons gelukwensen, de communisten, de fundamentalisten, Fatah... Ze'evi is een racist en een moordenaar'', zegt hij. ,,Ik was zo blij toen ik hoorde dat hij dood is. Die man stond aan de basis van het zionisme en het racisme, van de gedachte dat alle niet-joden uit Palestina moeten worden gejaagd. Hij noemde ons insecten, die je moet verdelgen.''

De oudere buurman Marwan (,,mijn zoon woont in Amsterdam'') zegt: ,,Wij Palestijnen hebben tenminste kloten. Kijk eens hoe die Israëliërs Mustafa Abu Ali doodden. Met raketten, veilig vanuit de lucht. Wij Palestijnen gaan het gevecht aan, man tegen man. En dan winnen wij. Want wij hebben het recht aan onze kant.''