Omroep-dada

Je hebt van die dagen dat je wereldbeeld radicaal verschuift. Voor mij was dat 19 oktober 2001. Toen werd mij duidelijk wat er allemaal aan kunst is in de wereld. Het consumentenprogramma Ook dat Nog is kunst, net als de comedies Cheers, The Nanny en de ziekenhuisserie ER. Dat zeggen de omroepen zelf tenminste. En natuurlijk mogen ze dat, want is kunst niet de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie? Kunst is wat de kunstenaar maakt, ook al is het een drol op een zandhoop, en kunst is dus ook wat de omroep kunst noemt.

Voorheen dacht ik dat je alle informatie en achtergronden uit een documentaire moest wieden om als televisiemaker voor het predikaat `kunst' in aanmerking te komen. Dat je de kijker permanent in onzekerheid moest laten, zodat hij nooit precies wist wat hij zag en waar de beelden op sloegen. Dat je de commentaarstem achterwege moest laten en het gefilmde voor zichzelf moest laten spreken, ook al was er weinig uit af te leiden. Zo min mogelijk namen en functies omschrijven. Lekker puzzelen thuis. Anders viel de documentaire onder het wettelijk voorgeschreven quotum van informatie en dan is het dringen.

Maar al die stijlmiddelen zijn niet meer nodig. Ook op Blik op de weg, met wilde politie-achtervolgingen van snelheidsovertreders, past het predikaat kunst en cultuur in het nieuwe omroep-dada. Het valt niet te ontkennen dat bumperkleven onverbrekelijk onderdeel van de Nederlandse autobaancultuur is geworden. De NCRV plaatst zich hiermee in de traditie van popartiesten die blikjes Cola platdrukten om ze in een schilderijlijst te doen en aan de muur te hangen.

De emoties van adoptief-kinderen die hun ouders hervinden in Spoorloos: ook kunstzinnig. De televisietraan is zelfs deel van het Nederlandse cultuurgoed geworden. Zo vult de omroep het jaarlijks voorgeschreven quotum van 25 procent verplichte kunst en cultuur, naast 35 procent informatie en 25 procent verstrooiing.

Een Kamermeerderheid moet wennen aan dit nieuwe wereldbeeld. Op het RTL-Nieuws zag ik veel verontwaardiging over de etikettering maar voor de publieke camera kregen de Kamerleden geen gehoor. Waarschijnlijk was het informatiequotum net op toen de politieke filistijnen hun nood kwamen klagen.

Het was niet voor het eerst dat de politiek er niets van begreep, behalve dan PvdA-Kamerlid Marja Wagenaar die namens haar partij hoon had voor de elitaire ,,grachtengordelcultuur'' die bij haar boze collega's heerst. De omroep moet juist een breed publiek bereiken, vond ze. De eeuwig studentikoze staatssecretaris voor omroep en kunst, Rick van der Ploeg, woont écht in de grachtengordel en hij heeft geen probleem met de indeling, zei hij in BVD, maar hij moest nog wel aan zijn eigen verruimde kunstbegrip wennen.

,,Blik op de weg, wat is dat?'', vroeg Henk van Dorp.

,,Ik zou me haast kunnen voorstellen dat het ofwel informatief of verstrooiing is'', zei hij.

,,Wat is Ook dat Nog?'', vroeg Van Dorp.

,,Dat is waarschijnlijk cultuur'', zei Van der Ploeg die snel leerde.

Hij vouwde zijn handen samen en doceerde: ,,Alle kunst is cultuur en cultuur is een bredere categorie''. Volgens Van der Ploeg moet ook worden gelet op de kwaliteit van het programma. Waar zou dit toe leiden? Kwaliteits-karting-races in het Concertgebouw?

Volgende week, bij de behandeling van de omroepnota, zullen we de verontwaardigde Kamermeerderheid weer door de bocht zien gaan, want discussies over het etiket kunst en cultuur kunnen zich nu eenmaal niet verheugen in een breed draagvlak.

Van der Ploeg kondigde aan dat hij de kunsten gaat verlaten en hij zoekt een professoraat of een ministerschap in ,,iets waar ik op sociaal en economisch terrein gezien mijn achtergrond iets kan betekenen'', zei hij. In ieder geval geen Kamerlidmaatschap. Er zijn nieuwe beleidsterreinen op te schudden, zodat alles zoveel mogelijk het zelfde blijft.