Nooit zichzelf verloren

In haar sterfjaar, 1999, verscheen Elegie voor Iris, het verslag van de onttakeling van Iris Murdoch door de ziekte van Alzheimer. Het was geschreven door haar man John Bayley, en er waren mensen die dat ongepast vonden. Waarom nu een boek van zijn hand over het contrast tussen de mysterieuze vrouw die zij was en het zielige hoopje mens dat zij werd? In dit opzicht deed het boek denken aan Adieux Sartre van Simone de Beauvoir, waarin de fenomenologie van Sartre's ondergang even onverbloemd werd weergegeven.

Iris Murdochs eerste boek was een kritische introductie tot Sartre's oeuvre. De ondertitel luidde `Romantisch Rationalist', een aardige aanduiding van Murdochs eigen intellectuele positie. `Romantisch', want haar literaire oeuvre wordt gekenmerkt door een streven de werkelijkheid te doorgronden dankzij een besef van het hogere. `Rationalist', want Iris Murdoch was te cerebraal om haar romanpersonages zomaar hun gang te laten gaan. Critici vonden die personages dan ook vaak te bedacht, te weinig levend.

Een van haar essays, `Against Dryness' (1961), behandelt een verwante tegenstelling. Murdoch plaatst, binnen de literatuur van de twintigste eeuw, de kristalheldere roman tegenover de journalistieke: de twintigste-eeuwse roman is `ofwel een klein quasi-allegorisch object dat de menselijke toestand portretteert en geen ``karakters'' bevat in de negentiende eeuwse zin, ofwel een groot vormeloos quasi-documentair object, de gedegenereerde afstammeling van de negentiende eeuwse roman, die met bleke conventionele personages een rechttoe, rechtaan verhaal vertelt dat verlevendigd is met empirische feiten.' Ze bepleit een andere romanvorm, die ons in staat stelt `om te denken in termen van de mate van vrijheid, om op een niet-metafysische, niet-totalitaire en niet-religieuze manier de transcendentie van de werkelijkheid af te beelden.' `Mate van vrijheid', Degrees of freedom, werd ook de titel van een kritisch boek van A.S. Byatt over Murdochs werk. Byatt beoordeelt daarin de eerste zeven romans van Murdoch o.a. op grond van haar eigen criterium en concludeert dat die romans in dat opzicht tekortschieten. Haar personages zijn toch nog te geconstrueerd om het ongrijpbare, het transcendente dat zich tussen mensen afspeelt te vangen in een roman.

Deze overwegingen zijn van belang voor een biograaf van Iris Murdoch, omdat ze duidelijk maken dat haar werk niet een beschrijving is van wat zij zo allemaal heeft meegemaakt. Als de werkelijkheid opduikt, dan is dat als middel om iets anders duidelijk te maken. Aan Peter J. Conradi, auteur van Iris Murdoch A Life zijn deze overwegingen niet besteed. Voortdurend in dit volumineuze boek merkt Conradi op dat meneer zus en zo, uit dat en dat boek, een portret is van een vriend of een bekende van Iris Murdoch.

Conradi lijdt aan wat Gerard Reve `symboolblindheid' heeft genoemd. Dit ziektebeeld manifesteert zich al in het eerste hoofdstuk. Met een pietluttige precisie, waarvoor in het Engels het fraaie woord `meticulous' bestaat, gaat Conradi na in hoeverre Iris Murdoch echt Iers was. Dat blijkt tegen te vallen, haar protestantse familie kwam uit Schotland. De reden waarom ze haar Ierse afkomst beklemtoonde was natuurlijk dat het begrip `Iers' in Engeland de connotatie heeft van `warmbloedig', `vol passie', `emotioneel'. Precies die eigenschappen die een Engelsman wel bezit, maar niet wil tonen.

Liefdevol gezin

Iris Murdoch groeide op als enig kind in een liefdevol gezin dat kort na haar geboorte van Dublin naar Londen verhuisde. Haar middelbare schooljaren bracht zij door op Badminton, een meisjesschool. Iris bleek een intelligente leerling, maar ze kwam pas tot bloei in Oxford, waar ze in 1939 ging studeren aan Somerville College, een meisjescollege in Noord-Oxford. Ze werd actief lid van de plaatselijke communistische partij nadat de conservatief Chamberlain naar München was gegaan om met Hitler te onderhandelen. In haar studententijd ontwikkelde zij ook haar hang naar ingewikkelde relaties. Er zijn niet alleen vrienden en vriendjes, maar ook vriendinnen, en er zijn professoren. Onder hen de hoogleraar Griekse letterkunde Fraenkel, die een uitzonderlijke kennis van Aeschylos paarde aan een voorkeur voor jonge studentes.

Relationele veelzijdigheid is een eigenschap die Murdoch haar hele leven gekend en onderhouden heeft, blijkt uit deze biografie. De vereiste energie bracht ze zonder adempauze op. Toch sloot ze ook levenslange vriendschappen, zoals die met de briljante filosofe Philippa Foot. Met haar deelde ze ook een inhoudelijke belangstelling. Beiden vonden de ethiek, zoals die in Engeland beoefend werd, dodelijk saai - en dat voor een filosofisch vak dat onmiddellijk betrekking had op het leven zelf. Aangevoerd door Philippa Foot werkten de twee aan een ethiek waarin niet het volgen van regels centraal staat, maar het ontwikkelen van deugden. Deugden kun je ontwikkelen door na te denken over wat je in problematische omstandigheden zou moeten doen, maar ook door een tragedie te lezen en te voelen wat een deugdzaam leven van je vraagt en aan je teruggeeft. Zo heeft de literatuur dus een rol te vervullen binnen de filosofie, door ertoe bij te dragen dat deugden ontwikkeld worden.

Na haar afstuderen, in 1942, verhuisde Murdoch naar Londen, waar ze in de avonduren begon te schrijven en overdag werkte voor het ministerie van Financiën, waar intelligente mensen werkten, ook al misten die `een bepaalde roodheid van het bloed, een bepaalde menselijke zachtaardigheid en gevoeligheid'. Het is een citaat uit een brief aan Frank Thompson, een studiegenoot uit Oxford, die vrijwillig in dienst was getreden en op het vasteland van Europa tegen de Duitsers vocht. Hun liefde bloeide eerst in de briefwisseling op. Het bericht van zijn dood was voor haar dan ook, meer dan wanneer zij samen geleefd zouden hebben, een verstandelijke gebeurtenis.

Na zijn dood meldde Murdoch zich aan bij de UNRRA, de eerste organisatie die de naam Verenigde Naties droeg en die tot taak had de wederopbouw van verwoest Europa te organiseren. Ze vertrok naar Brussel waar ze in contact kwam met het existentialisme en Sartre ontmoette, die in praktijk bracht wat haar voor ogen stond. Hij was niet alleen filosoof, maar ook literator. Eind 1945 werd ze naar Oostenrijk gestuurd, waar ze bevriend raakte met de Franse schrijver Raymond Queneau, die haar in aanraking bracht met de onbekende krochten van de Franse literatuur, onder andere het surrealisme, dat bij Iris Murdoch in vruchtbare aarde viel. Maar het was aarde van Angelsaksische bodem. In haar exemplaar van Nadeau's Histoire du Surréalisme onderstreepte ze, op pagina 41, de uitspraak `La pensée se fait dans la bouche', de gedachte vormt zich in de mond.

De relatie tussen taal en denken zou haar ook als filosofe bezighouden na terugkeer in Engeland. Aan de Universiteit van Cambridge ontmoette ze in 1947 Wittgenstein die zijn spullen aan het pakken was, nadat hij vrijwillig zijn hoogleraarschap had neergelegd. De vreemde machtsverhouding tussen leerling en leermeester, zoals ze die bij Wittgensteins volgelingen zag, zou later één van de thema's van haar werk vormen. Zelf werd ze in 1948 fellow in de filosofie van St. Anne's, een meisjescollege in Oxford. Haar leermeesterschap werd er met gemengde gevoelens bekeken. Ze gaf haar pupillen veel meer morele en financiële steun dan ze verplicht was, maar soms lag ze ook tijdens tutorials een uur lang op de grond met tranen in haar ogen naar het plafond te staren. Liefde en dood. Franz Baermann Steiner, een Praagse cultureel antropoloog van joodse afkomst, was haar nieuwe grote liefde. Met hem kon ze praten over Kafka, Rilke, over God. Hij stierf op 43-jarige leeftijd, toen Iris Murdoch 33 was. Steiner werd opgevolgd door Elias Canetti, die in die jaren samen met zijn vrouw Veza in Londen woonde. Met hem begon Iris Murdoch een sadomasochistische relatie. Deze zelfgekozen mentor dwong haar te graven in zichzelf, de scherpe kanten van haar persoonlijkheid te tonen in haar romans. Wie deze biografie leest kan niet anders dan concluderen dat Canetti de bepalende invloed op haar ontwikkeling als schrijfster is geweest.

Conradi zelf is overigens een andere mening toegedaan. Met afschuw citeert hij uit Canetti's memoires: `Ze schrok terug van wat echt beangstigend is, altijd op zichzelf gericht, nooit geleden als schrijver, zodat ze niet in staat was zichzelf waarachtig te verliezen. Echte terreur kent zij alleen uit de literatuur.' Conradi voegt hieraan toe: `Dit is een opmerkelijk verwijt uit de mond van iemand die zelf naar Amersham ging om de Blitz te ontvluchten!'

Loftuiting

Deze biografie is vooral een loftuiting aan het adres van John Bayley, de man met wie Murdoch uiteindelijk in 1953 trouwde, nadat hij twee jaar op haar had gewacht omdat zij zich niet kon losmaken van Canetti. Onbedoeld komt Bayley, tot 1992 hoogleraar literatuur te Oxford, uit deze biografie echter naar voren als een doetje met stiekeme, scherpe kantjes. Bayley haatte bijvoorbeeld Canetti, en onwillekeurig vraag je je af hoe het boek over het surrealisme dat Iris Murdoch blijkens een aantekening in 1947 van Cannetti had gekregen, in 1994 bij een tweedehandsboekhandel is terechtgekomen. Conradi onthult dat Bayley op het latere oeuvre meer invloed heeft uitgeoefend dan tot dusverre werd aangenomen. Als hij bezig was met een boek over Henry James, werden haar boeken `Jamesian'; toen hij over Tolstoi schreef, kwamen zijn ideeën terecht in The Nice and the Good.

In mening opzicht is dit geen goede biografie. Behalve Conradi's neiging om voortdurend `echte mensen' te zoeken achter de personages van Murdoch (zonder voorbehoud schrijft hij zelfs `Mischa Fox/Canetti', alsof de hoofdpersoon Mischa Fox uit The Flight from the Enchanter en Canetti één en dezelfde zijn), is het boek ook slecht geredigeerd. Elk hoofdstuk is verdeeld in paragrafen, waartussen de lezer telkens heen en weer moet springen. De biografie blijft verder aan de oppervlakte steken. Over Murdochs intellectuele ontwikkeling lezen we niets. Dat het desondanks fascinerende lectuur is komt door de wonderlijke persoonlijkheid die Iris Murdoch was.

Een intellectuele biografie zou om twee redenen interessant zijn. Ten eerste omdat Iris Murdoch een leidende rol speelde in de receptie van het Franse surrealisme en existentialisme in Engeland en zodoende een enorme invloed heeft gehad op de Engelse literatuur. Ten tweede zou zo'n biografie iets moeten zeggen over de relatie tussen filosofie en literatuur. Murdochs oeuvre kan gelezen worden als een poging om een filosofie en literatuur tot een synthese te brengen. Het is de vraag of die poging geslaagd is. Om haar boeken goed te begrijpen moet je ze eigenlijk twee à drie keer lezen, maar daarvoor zijn ze net niet goed genoeg. Canetti had gelijk: Iris Murdoch kon zichzelf niet verliezen, ze bleef te cerebraal.

Peter J. Conradi: Iris Murdoch. A Life. HarperCollins, 706 blz, ƒ99,95