Kopieën uit de werkplaats van Brueghel

Opschriften met titel en kunstenaarsnaam, zoals particuliere verzamelaars en musea die vroeger op de schilderijlijsten lieten bevestigen, getuigen nogal eens van gemakzuchtige toeschrijvingen. Vaak lijken nuanceringen als `atelier' of `omgeving van' slechts te zijn toegevoegd als met de beste wil van de wereld niet kon worden volgehouden dat het werk eigenhandig door een kunstenaar van naam is vervaardigd.

Wat dat betreft is het op het eerste gezicht niet erg vertrouwenwekkend in de tentoonstelling De firma Brueghel in het Bonnefantenmuseum een schilderij aan te treffen met het oude bijschrift 'Pieter Brueghel III (toegeschreven aan)'. Kennelijk kon, toen het bordje werd gegraveerd, zelfs de grootste optimist niet anders dan het werk – een Aanbidding van de koningen in de sneeuw – met enige reserve toeschrijven aan Brueghel. En dan is dat niet de beroemde zestiende-eeuwse Antwerpse meester Pieter Breugel, van wie de compositie oorspronkelijk stamt, ook niet diens zoon Pieter de jonge, maar de relatief weinig begaafde kleinzoon Pieter de derde.

Het verontrustende is dat je in dit geval de tentoonstellingsmakers bijna van een ouderwetse optimisme in toeschrijvingen moet betichten, omdat zij in hun bijschrift slechts vermelden dat het schilderij met `P. BRVEGHEL' is gesigneerd. Hoewel die signatuur inderdaad linksonder op het paneel prijkt, is daarmee geenszins gezegd dat het werk inderdaad door een van de drie schilders van die naam is gemaakt.

Maar de schijn bedriegt, want deze ongewone tentoonstelling beoogt juist niet uitsluitend topwerken te laten zien, of de meesters uit de Brueghelfamilie en de soms schimmige schilders uit haar omgeving op stilistische gronden te identificeren.

Veeleer is het de bedoeling duidelijkheid te scheppen over de praktijk van het kopiëren binnen het atelier van Pieter Brueghel de jonge (1564/65-1637/38). Talloze, waarschijnlijk duizenden, reproducties van en varianten op een beperkt aantal composities, vaak van de hand van Pieter Breugel de oude, hebben de werkplaats verlaten waaraan diens zoon leiding gaf. De naam Brueghel in signaturen wordt niet beschouwd als sleutel voor een bijna altijd onzekere toeschrijving aan een bepaalde kunstenaar, maar opgevat als een garantieteken van de `firma'.

Een steeds terugkerende vraag daarbij is of atelierbaas Pieter de jonge de voltooide schilderijen van zijn vader heeft gekend. Toen deze overleed was Pieter pas vijf jaar oud, en veel werken van senior hadden toen al hun weg gevonden naar buitenlandse collecties. Naar een reeks voorstellingen die teruggaan op Pieter de oude's compositie van de Volkstelling te Bethlehem, is onderzoek gedaan.

Uit dit onderzoek blijkt dat enkele details die pas door infraroodstraling in de voortekening ónder de geschilderde voorstelling zichtbaar worden, omdat de kunstenaar ze in het uiteindelijke schilderij heeft aangepast, wèl te zien zijn in de verflaag van sommige kopieën. Daaruit volgt dat Pieter niet zijn vaders schilderijen voor ogen zal hebben gehad, maar voor zijn getrouwe kopieën wel de beschikking moet hebben gehad over diens levensgrote ontwerpen en uitgewerkte en vermoedelijk met precieze kleuraanwijzingen beschreven werktekeningen.

Zulke vragen naar de relaties van de kopieën tot het voorbeeld en tussen de reproducties onderling staan centraal in deze tentoonstelling. In de loop van de tentoonstelling zullen alle geëxposeerde werken aan een technisch onderzoek worden onderworpen, waarbij gekeken wordt naar onder meer getrouwheid in de overname van details, de aard van de gebruikte verf, de ouderdom van het hout van het paneel en de vorm van de voorbereidende tekeningen.

Een onderzoekslaboratorium maakt deel uit van deze Brueghel-expositie: door een glazen wand kan het publiek van nabij volgen hoe de schilderijen in de loop van vier maanden één voor één met allerlei apparatuur worden doorgelicht.

Een natuurwetenschappelijk-filologisch onderzoek als dit heeft weinig zin als er geen sprake is van beperking, vandaar dat ervoor is gekozen van slechts vier verschillende composities, Boerenadvocaat, Aanbidding van de koningen in de sneeuw, Volkstelling te Bethlehem en Winterlandschap met vogelknip, in totaal maar liefst veertig zeventiende-eeuwse kopieën te laten zien. Het gemeenschappelijk voorbeeld ontbreekt in alle gevallen, terwijl de kopieën sterk uiteen lopen in kwaliteit: van werken met goed getroffen atmosferische effecten en met zekere hand neergezette figuurtjes, tot mechanisch aandoende reproducties in bonte kleuren.

Voor het inrichten van deze expositie is evenveel lef nodig geweest als het vasthoudendheid van de bezoeker vergt alles nauwkeurig te bekijken. De ruimtes met veelhoekige, halfronde of slingerende wandpanelen lijken duizelingwekkende carrousels van reeksen schilderijen met een vrijwel identieke compositie. De geduldige fijnproever wordt erdoor aangespoord tot vergelijking. Maar voor de gemiddelde liefhebber zal dit spiegelpaleis van zeventiende-eeuwse schilderkunst vooral nieuwsgierig maken naar de uitkomsten van het technisch onderzoek en naar de samenvattende beschrijving ervan.

Tentoonstelling: De firma Brueghel. Bonnefantenmuseum, Avenue Céramique 250, Maastricht. T/m 17/2. Catalogus (uitg. Ludion): 191 blz., ƒ66,11. Inl. (043) 3290190.