Kalasnjikov! Kalasnjikov! Kalasnjikov!

In Parijs stond het publiek te dansen op de stoelen voor Goran Bregovic' band uit Belgrado. Hoe zigeunerklanken en orthodoxe kerkmuziek samenvallen.

Tubaspeler Dejan Manigodic uit Belgrado staat in de foyer van theater Cirque d'Hiver in Parijs en drinkt een kopje dubbelsterke koffie. Zijn collega's liggen op banken te slapen, roken een Gauloise of spelen kaart. Buiten, op de straten van `gay Paris' lopen politieagenten met mitrailleurs. De stad is in de ban van de angst voor aanslagen. VigiPirate heet de actie ter bescherming van de burgers.

In Joegoslavië viel, vandaag 5 oktober precies een jaar geleden, Milosevic.

Maar de oorlog, daar praten we niet over, zegt Dejan Manigodic. Over politiek trouwens ook niet. ,,Wij zijn vanmiddag de stad ingegaan om cadeautjes voor onze familieleden te kopen. En voor onszelf.''

Even later stapt Manigodic het podium op. Daar staat hij, omringd door veertig andere muzikanten, op het rijtje van de blazers. Rechts boven zijn hoofd zitten veertien zangers, linksboven staat een strijkorkest. Onder zijn voeten zitten drie Bulgaarse zangeressen geflankeerd door een drummer. Een gitarist loopt rond om aanwijzingen te geven tijdens de soundcheck. Die gitarist heet Goran Bregovic en is het brein achter dit orkest: Goran Bregovic' Wedding and Funeral Band - een gezelschap dat hij zelf omschrijft als `Frankenstein-achtig', omdat het bestaat uit onderdelen die normaal gesproken niet bij elkaar passen. Bregovic combineert zigeunermuziek met andere Balkanstijlen en orthodoxe kerkmuziek. Maar dit orkest is afkomstig uit Belgrado - daar passen wel meer dingen niet in elkaar.

Bregovic' Wedding and Funeral Band, die volgende week voor het eerst in Nederland te zien zal zijn op het Crossing Border-festival in Amsterdam, bereidt zich nu voor op drie uitverkochte concerten in Parijs. Enigszins moeizaam, dat wel. De zangeressen houden zich liever bezig met het dochtertje van Bregovic. En drummer/orkestleider Ognjan `Oggy' Radivojevic doet zijn best de geluidsniveaus van alle muzikanten op een lijn te krijgen. Oggy heeft het uiterlijk van een boeienkoning, met worstelarmen, een zwarte snor en brede stalen polsbanden. Maar hij staat te zweten op de techniek. Intussen toeteren de blazers wat voor zich uit. De veertien orthodoxe zangers zitten gemelijk te kijken. Als gestrande reizigers op plastic stoeltjes.

Dan bemoeit Bregovic zich ermee. Hij verschuift een paar microfoons en laat een nieuw nummer inzetten, waar iedereen aan meedoet. De trompet begint een melancholisch deuntje, om vervolgens te worden meegesleept in een golf van strijkers, blazers, galmende vrouwen en brommende mannen - en dat alles in een ritme dat over zijn eigen benen struikelt. De stemmen slaan losse klanken uit, totdat ze ineens iets herkenbaars roepen: `Ka-lasj-ni-kov'.

`Kalasjnikov! Kalasjnikov!' juichen alle zangers bevrijd in het refrein. Het orkest is oorverdovend. De boeienkoning glundert, de Gestrande Reizigers zijn hun lethargie vergeten en staan kaarsrecht te zingen. Alles klopt.

Massieve koorzang

Maar problemen met de techniek is nog wel het minste waar dit orkest mee te maken heeft. Want Bregovic bracht niet alleen allerlei soorten muziek samen, hij zocht ook een ongewone combinatie van mensen: zigeuners, jazzmuzikanten, klassiek geschoolde zangers en een enkel analfabeet natuurtalent. ,,Op mijn podium gebeuren dingen die in het echte leven nooit kunnen. Maar voor mij en mijn muziek werkt het'', zegt hij daarover. De verschillende invloeden versterken elkaar toch wel, al verstaan sommige muzikanten elkaar niet eens.

's Avonds blijkt weer hoe goed het werkt, als tweeduizend Parijzenaars zich door de veertig muzikanten het hoofd op hol laten brengen. Het publiek in Cirque d'Hiver, dat is opgetrokken uit triplex maar de grandeur heeft van een Moulin Rouge, wordt tussen uitersten heen en weer geslingerd. Van tere strijkjes tot massieve koorzang; van smaakvolle melancholie tot platvoers geschetter, waarbij Bregovic zijn orkest laat klinken als de Kid Creole & The Coconuts van de Balkan. Het publiek staat vanaf het tweede nummer te dansen op de stoelen.

Dejan Manigodic heeft zijn tuinbroek verruild voor een folkloristische garderobe met drollenvanger en leren sandalen; de Bulgaarsen dragen kleurige klederdracht met lovertjes langs het voorhoofd en het orthodoxe koor is monochroom in het zwart. Naast drummer/orkestleider Oggy zit Goran Bregovic, gekleed als dandy - in roomkleurig kostuum en lakschoenen. Hij speelt gitaar. Maar die gitaar is niet bedoeld voor muziek. Bregovic stuurt er, door middel van midi-software, de samples mee aan die van sommige liedjes de basis vormen. Zo klinkt er ineens het geluid van een langzaam ratelende stoomtrein, of industrieel geklop als ritmetrack. Het geeft de muziek een mooie discipline, omdat alle muzikanten zich aan de mechanisch opgelegde cadans houden.

Goran Bregovic weet hoe hij het publiek moet bespelen. Hij laat de bandleden door de zaal lopen met hun instrumenten en zijn bandleider Oggy maakt theatrale armbewegingen. Na afloop neemt Bregovic minzaam het applaus in ontvangst, terwijl hij langdurig met zijn hand op zijn borst klopt, ter hoogte van zijn hart. Goran Bregovic is wel wat gewend. Niet alleen viert hij sinds een jaar of zes triomfen met de Wedding and Funeral Band, in de jaren zeventig was hij zanger/gitarist van de populairste Joegoslavische rockgroep, Bijelo Dugme (White Button) - de Joegoslavische Beatles. Na het uiteenvallen van de groep deed Bregovic pas weer van zich spreken toen hij soundtracks ging maken voor films. Vooral die voor Emir Kusturica (Underground, uit 1995, Time of the Gypsies, 1989, en Arizona Dream, 1993) bezorgden hem faam.

Inmiddels is hij gebrouilleerd met Kusturica en wil Bregovic niets meer met het componeren voor film te maken hebben. ,,De kans dat ik voor een goede film werk is net zo groot als de kans dat jij in de bioscoop een goede film ziet. Een op de honderd, dus ongeveer'', zegt hij de volgende dag in het huis van Maria Rankov, zijn persoonlijke manager in Frankrijk. Hij is zojuist aan komen lopen door de druilerige regen van Parijs. Bregovic woont vlakbij, samen met zijn vrouw en twee dochters, van zes en bijna één. Sinds het uitbreken van de oorlog in Joegoslavië leeft het gezin Bregovic in ballingschap. ,,Toen Milosevic vorig jaar viel, hebben we overwogen om terug te gaan,'' zegt hij in soepel Engels. ,,Maar al snel bleek dat er weinig verbetering was. Nu hebben we besloten in ieder geval onze oudste dochter hier in Frankrijk naar school te laten gaan.''

Bregovic heeft, naar eigen zeggen, het geluk gehad zijn leven opnieuw te mogen beginnen, toen hij na White Button zijn Wedding and Funeral Band oprichtte. Die tweede start betekende blijkbaar ook een tweede jeugd. Met zijn eenenvijftig jaar kan Bregovic nog gemakkelijk doorgaan voor de rocker die hij ooit was. Hij is knap en een beetje zelfgenoegzaam, met lang haar dat hij tijdens het praten steeds uit zijn ogen veegt.

Nationalisme

De persoonlijke geschiedenis van Bregovic, die werd geboren in Sarajevo, is getekend door oorlog, onderdrukking en verwarring. Dat blijkt uit alles, zelfs uit de details. Neem alleen al de naam White Button, die hij ooit bedacht voor zijn rockgroep. Waarom `Witte Knoop'? Een grapje, zegt hij. ,,Dat kwam uit de tekst van een liedje waarin ik zong: `Ik wou dat ik een knoopje op je blouse was, dan zat ik stiekem altijd op je borsten.' Als tekstschrijver in communistisch Joegoslavië ging de helft van je energie nu eenmaal zitten in het aansnijden van sexy onderwerpen zonder ervoor in de gevangenis te belanden.'' En met een sneer naar zijn Westerse collega's: ,,Want in de communistische landen leefden we niet in de charmante waan dat je met een paar noten de wereld kon veranderen.''

White Button wist met succes de omwegen te vinden. Het leverde Bregovic roem en rijkdom. Eind jaren tachtig was het afgelopen: ,,Omdat we beroemd waren speelden we altijd in stadions. Daar waren de eerste tekenen van het nationalisme te zien. Toen er jongeren met hun nationale vlaggen bij mijn concerten verschenen, hoefde het voor mij niet meer.'' Hij hief de band op en kocht een huisje aan de Adriatische kust. En als er geen oorlog was gekomen, woonde Bregovic daar nu nog.

Maar de oorlog brak uit in 1991, toen hij op bezoek was in Parijs. Hij liet alles achter in Joegoslavië. ,,Ik moest weer gaan werken. Want ik had niets, en ik was gewend aan een comfortabel leven.'' In het eerste jaar schreef hij muziek voor zo'n vijftig films. ,,Maar ik had weinig plezier in het componeren in mijn eentje. Dat zal dat typische `rock `n' roll-hedonisme' wel zijn. Ik moet in groot gezelschap zijn.''

Hij verzamelde een groep muzikanten, in Belgrado, want hij vond het te ingewikkeld om zijn muzikale ideeën uit te leggen aan Fransen. Maar aan optreden moest hij nog altijd niet denken. ,,Ik had een hekel aan gekregen aan het rock `n' roll-circus waarbij je op het podium alles moet uitvergroten: het geluid, het licht, je persoonlijkheid. Pas toen ik een keer het Balanescu-kwartet, waarvoor ik wat stukken had geschreven, zag spelen, kreeg ik er weer zin in. Zij zaten gewoon op stoelen, zonder gedoe.''

Het was 1996 en Begrovic ronselde muzikanten in Belgrado. Dejan Manigodic bijvoorbeeld, studeerde tuba aan het conservatorium. De strijkers zijn Pools, en het mannenkoor kwam uit de streng orthodoxe kerk. ,,De lelijkste rafelrand uit de recente geschiedenis, alles tussen Boedapest en Instanbul, leverde mijn muzikanten.'' Alleen de belangrijkste invloed op zijn muziek is ondervertegenwoordigd: de zigeuners. ,,Ik wilde het liefst een authentiek zigeunerblaasorkest in mijn band. Maar dat zijn familie-orkestjes. En een hele familie binnenhalen is vragen om moeilijkheden.''

Zigeuners speelden van jongs af aan een rol in Bregovic' leven. ,,Zigeuners waren voor ons wat cowboys zijn bij jullie. Ze staan voor vrijheid en romantiek. Dat sprak me aan. Als jonge muzikant oefende ik al met zigeuners. Er bestaat niet zoiets als typische zigeunermuziek. De kracht van zigeuners is juist hun eclecticisme. Het zijn mensen die hun hele leven niets anders doen dan in rouw- en trouworkesten spelen. Maar waar hij ook komt, de zigeuner moet zich aanpassen aan de heersende muzikale opvattingen, anders wordt hij verstoten. Uit al die invloeden destilleert hij een eigen geluid. Bovendien hebben ze flair in hun spel. En dat is wat ik in mijn muziek wilde, ook al toen ik rock `n' roll speelde met White Button: de losheid en de folkloristische invloeden van de zigeuner. Dat kun je horen als je ons live ziet spelen. Het meeste is van bladmuziek, maar er zijn grote stukken die ter plekke worden geïmproviseerd. We zwalken van discipline naar anarchie, en weer terug.''

De oorlog in Joegoslavië heeft op allerlei manieren Bregovic' muzikale loopbaan beïnvloed. Het opkomend nationalisme leidde tot het opheffen van zijn eerste band; het uitbreken van de oorlog maakte van Bregovic een berooide balling, waardoor hij weer moest gaan componeren. Als `Joego' is het ingewikkeld om van je land te houden, zegt hij. ,,Voor een Fransman zal dat geen probleem zijn. Maar Joegoslavië vraagt te veel offers van zijn inwoners; mijn opa zat in het leger, mijn vader was een dronken kolonel. Als ik in Joegoslavië was gebleven tijdens de oorlog, was ik ook soldaat geworden.''

En de strijd in Joegoslavië heeft nog een direct effect gehad, zo blijkt als Bregovic' teksten ter sprake komen. Ten tijde van White Button was hij beroemd om die teksten, vertelt hij. Waar gaan ze nu over, vraag ik, die van Ederlezi, bijvoorbeeld, of Ya Ya (Ringe Ringe Raja). ,,Over niks'', zegt hij stellig. Over niks? ,,Ja, niks. Ik schrijf geen teksten. Ik verzin mijn eigen woorden, onzin-woorden.'' Waarom? ,,Sinds de oorlog bestaat mijn taal niet meer. Het Servo-Kroatisch. En als ik me niet kan uitdrukken in mijn eigen taal, dan hoeft het ook niet meer. Ik gebruik nu losse klanken, `prr' of `fut' of `cha-ur'. Soms, zoals in Ederlezi, laat ik het koor in `gypsy' zingen. Die taal vind ik onbesmet, als een soort Esperanto.''

Maar kunnen de koorleden die betekenisloze woorden wel onthouden? ,,Weet ik niet. Heb ik ze nooit gevraagd'', lacht Bregovic.

Dus dat bedoelde Dejan Manigodic, toen hij zei: `Over de oorlog praten we niet, en over politiek ook niet.' De oorlog maakte deze zangers monddood.

Goran Bregovic' Wedding and Funeral Band is te zien op het Crossing Border-festival, op vrijdag 26 okt. in de Stadsschouwburg in Amsterdam. De platen en soundtracks van Bregovic zijn uitgebracht door platenmaatschappij Mercury.