Jorritsma op EZ: eerst doen en dan denken

Annemarie Jorritsma blijft koningin marktwerking en privatisering, maar krijgt meer oog voor het publieke belang. Ondertussen wordt haar ministerie van Economische Zaken steeds minder zichtbaar.

De doener die zo graag wil denken. Zo is Annemarie Jorritsma (Economische Zaken) wellicht het beste te typeren. Gisteren verdedigde zij tot diep in de nacht haar laatste begroting, althans, haar laatste begroting van dit kabinet. Want de bewindsvrouwe staat in de top vijf van de kieslijst van de VVD voor de komende verkiezingen in mei volgend jaar en het is op z'n zachtst gezegd niet uitgesloten dat zij in de volgende kabinetsperiode weer terugkeert op een departement. Wellicht wordt ze zelfs Neerlands eerste vrouwelijke minister-president, menen sommigen.

De paradox van Jorritsma is inmiddels genoegzaam bekend. Inhoudelijk niet zo sterk, zeker niet vergeleken met haar voorganger Wijers, maar politiek haast niet te verslaan. Als vice-premier oogst ze dan ook lof voor haar optreden in de Trêveszaal, terwijl de kritiek op haar economische beleid maar niet wil verstommen.

Ook de afgelopen dagen bleek de Tweede Kamer zich in meerderheid weer niet te willen voegen naar de liberale ideeën van de minister. Privatisering, liberalisering, marktwerking in zijn algemeenheid – Jorritsma wordt niet moe de zegeningen van dat beleid te benadrukken. ,,Waar je kunt privatiseren, moet je het willen'', is een van haar gevleugelde uitspraken. Maar lukt haar steeds minder goed om de PvdA mee te krijgen. Die partij zoekt steeds het vaker samenwerking met de partijen buiten de coalitie bij marktwerkingsvraagstukken.

Wat enkele jaren geleden begon als een enthousiast en coalitiebreed gesteund traject van het vrijgeven van cruciale nutssectoren, is inmiddels verworden tot een vaak bikkelharde strijd tussen kabinet en Kamer. Met name de PvdA, die zich in de eerste paarse jaren vaak coöperatief opstelde bij dergelijke, in het regeerakkoord vastgelegde en door Brussel gedicteerde liberaliseringen, werd steeds kritischer en paste veel van de oorspronkelijke voorstellen van het kabinet aan, hierbij vaak gesteund door GroenLinks en het CDA.

,,De debatten daarover zijn voor mij een toonbeeld van dualisme'', zei D66'er Van Walsem gisteren met gevoel voor understatement. Jorritsma reageerde laconiek op de verkapte aanval op haar soms wat al te liberale voorstellen. ,,Dat vind ik nou ook. Ik luister goed naar u, dat blijkt maar weer. En u gaat mij dat met terugwerkende kracht toch hoop ik niet verwijten?'', voegde zij PvdA'er Witteveen toe. Witteveen had eerder geopperd dat het met name dankzij de Kamer was dat niet allerlei cruciale infrastructurele netwerken (spoor, gas, elektriciteit) in handen van private partijen was gekomen.

Economische Zaken heeft, zoveel is duidelijk, de wind tegen de laatste tijd. De woordkeuze van de minister in de vele debatten over marktwerking doet daar over het algemeen geen goed aan. Feitelijk verschillen de opvattingen van PvdA en VVD over `overheid en markt' niet zo veel van elkaar. Beide partijen willen niet dat er overheidsgeld wordt ingezet waar de markt het goedkoper en beter kan. Beide partijen wil ook niet dat monopolies in handen komen van marktpartijen. En beide partijen zijn het erover eens dat de overheid een aantal taken nooit af kan stoten omdat het publieke belang daar niet bij gebaat zou zijn. Het was niet voor niets dat Jorritsma gisteren liet weten dat ze de onlangs gepresenteerde PvdA-nota `Publieke belangen in de markt' ,,met interesse'' had gelezen.

Het is het verschil tussen een `ja, mits' (VVD) en een `nee, tenzij' (PvdA) benadering. Waar de PvdA begint te redeneren vanuit het publieke belang en de waarborging daarvan, heeft EZ de afgelopen jaren voornamelijk vanuit de marktwerking en de prijsverlaging die daarmee samengaat geredeneerd. Jorritsma erkende dit gisteravond ook, en beloofde in de toekomst ook het publieke belang als uitgangspunt te nemen, maar weigerde te spreken van ,,een verandering van toon''. Voortschrijdend inzicht heet dat in Den Haag.

We doen een heleboel en we leren een heleboel, is dan ook het adagium van EZ. Eerst doen, dan denken, geheel in de geest van de minister dus. Pas nadat er meerdere projecten zijn uitgevoerd, wordt een blueprint opgesteld. Dat gold voor de liberalisering en privatisering, dat geldt voor het omstreden instrument van veilen (van radio- en UMTS-frequenties en pompstations).

Naast de paradox van Jorritsma is er ook nog de paradox van het departement as such. Naarmate EZ meer markten ordent, en haar werk dus goed doet, wordt het departement onzichtbaarder. EZ, dat in vroeger tijden het leidende departement was als het ging om het redden van noodlijdende bedrijven (Fokker, Daf) of sectoren (scheepsbouw), heeft met ongeveer 4 miljard gulden (1,8 miljard euro) per jaar inmiddels de kleinste begroting.

Jorritsma is zelf de laatste om te ontkennen dat haar departement de afgelopen jaren onzichtbaarder is geworden. ,,We stellen onszelf af en toe die haast existentiële vragen: waar staan we, wie zijn we?'', zei ze onlangs in een interview met deze krant.

De bewindsvrouwe stelde afgelopen nacht op verzoek van CDA'er Ten Hoopen een `testament' op van haar jaren op Economische Zaken. ,,Ik zou mijzelf graag typeren als een doener op het terrein van marktordening'', zei ze. En: ,,De vele concrete resultaten van de MDW-projecten (Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit) strekken mij tot vreugde.'' En: ,,Ik sta bekend als doener maar hou ook van strategie.''

Die strategie, daar gaat het de komende tijd om bij EZ. `Denk-projecten' als het discussieforum Economie van de 21-ste Eeuw en de aanjagende rol van EZ bij de campagne www.nederlandgaatdigitaal.nl moeten dat onderstrepen. Ook de sturende rol van EZ in de marktwerkingsprojecten op andere ministeries kan daarbij helpen. Zeker nu minister Jorritsma ook het publieke belang voorop stelt, kan EZ zichzelf de komende jaren een nieuwe rol in het interdepartementale krachtenveld verwerven. Onzichtbaar, maar machtig, precies zoals Jorritsma het graag ziet.