`Ik ben te bang om te vervelen'

Er zijn niet veel zinnen die het uithouden in een volle zaal, zegt David Sedaris. Zijn familie is de goudmijn voor zijn verhalen: ,,Ik verzin niets. Dan zou ik wel iets beters verzinnen.''

,,Al mijn vrienden zijn dood'', antwoordt David Sedaris op de vraag of hij als New-Yorks schrijver kennissen te betreuren heeft na de verwoesting van het WTC. Het duurt een seconde voor tot me doordringt dat dit letterlijk deadpan humor is. Sedaris is dan al weer een stap verder: hij vertelt hoe hij in Parijs na de aanslagen werd opgebeld door Amerikaanse vrienden die aannamen dat hij nog van niets wist (,,Americans have no concept of the rest of the world''), en filosofeert over de verhouding tussen humor en rampen. ,,Bij dit soort terrorisme volgen de grappen na twee dagen. Was er gewoon een vliegtuig tegen een wolkenkrabber aangevlogen, dan was de bedenktijd nog geen kwartier geweest.''

Denk niet dat hier een nietsontziende stand-up comedian spreekt. David Sedaris (44) is als humorist gespecialiseerd in `vrolijke verhalen' in de geest van Gerard Reve. Nadat hij in 1992 via de Amerikaanse Public Radio beroemd werd door het voorlezen van de `SantaLand Diaries' – een tragikomisch verslag van zijn baan als kerst-elf in een groot warenhuis – publiceerde hij drie zeer succesvolle verhalenbundels. In het vier jaar oude Naked, dat deze zomer in het Nederlands vertaald werd, vertelde hij niet alleen over zijn krankjorume familie en over een vakantie in een nudistenkamp (`nudisten zijn zo ongeveer de laatsten die je naakt zou willen zien'), maar ook over zijn homoseksuele coming out en de dood van zijn moeder. Zijn laatste boek, Me Talk Pretty One Day, is wat lichtere kost en beschrijft onder meer de cultuurschokken die de schrijver krijgt als hij in het voetspoor van zijn vriend naar Frankrijk verhuist: `Hoe onthoud je dat een sandwich mannelijk is?'

Lichtpuntjes

David Sedaris, net als de `ik' in zijn verhalen een kleine man met een hoge stem en een rookverslaving, groeide op in North Carolina, als zoon van een tweedegeneratie-immigrant uit Griekenland. Van zijn multiculturele wortels heeft hij naar eigen zeggen nooit last gehad (,,in het North Carolina van de jaren zestig deed het er alleen toe of je wit of zwart was''), maar een gelukkige jeugd had hij niet: ,,I was miserable on a day-to-day basis, de enige lichtpuntjes waren mijn naaste familieleden.'' Ziedaar Sedaris' goudmijn – of zoals de titel van een van zijn verhalen luidt: `Van je familie moet je het hebben'. Vooral zijn vader, een trotse burgerman met een voorliefde voor fastfood en pesterijtjes, en zijn moeder, een cynische liefhebber van detectives, zijn onuitputtelijke bronnen voor de goed getimede en absurdistisch aandoende verhalen. ,,Geloof maar niet dat ik iets uit mijn duim heb gezogen'', zegt Sedaris in een Amsterdams café. ,,Als dat zo was, dan had ik wel wat beters verzonnen. Zo beperkt is mijn fantasie niet.''

Dat de familieverhalen in Me Talk Pretty One Day minder uitzinnig zijn dan die in Naakt, komt volgens Sedaris doordat hij de werkelijkheid in de recente bundel heeft afgezwakt: ,,Als mensen te hard lachen, letten ze niet meer op. Wie, zoals ik, zijn verhalen voor een publiek voorleest, kan daar last van hebben. Soms schaaf ik uren aan een zin, om de klank en de timing precies goed te krijgen. Daarin verschil ik ook van andere bekende verhalenvertellers uit de Amerikaanse literatuur, zoals Spalding Gray en Garrison Keillor, van de Lake Wobegon-verhalen. Zij kunnen improviseren; ik moet me aan mijn tekst houden, wil ik niet in gemompel en gestotter vervallen.''

Sedaris kwam pas laat tot de conclusie dat hij schrijver wilde worden. Hoewel hij vanaf zijn twintigste fanatiek een dagboek bijhield – de basis voor de meeste van zijn verhalen – probeerde hij het eerst als performance-kunstenaar, zoals ook te lezen valt in het verhaal `Twelve Moments in the Life of the Artist'. Sedaris: ,,Op de kunstacademie bleek al gauw dat ik hoegenaamd geen talent had. Bovendien merkte ik dat ik niet gegrepen werd door het werk van beeldend kunstenaars, maar veel meer door dat van korte-verhalenschrijvers als Tobias Wolff, Raymond Carver en Joy Williams. Dirty Realists werden ze genoemd, en die hebben me altijd meer aangesproken dan komische verhalenschrijvers als Mark Twain. Ik lees zelden humoristische teksten, ik hou van tragische dingen, zoals verhandelingen over verschrikkelijke huidziektes.''

Een paar van de geestigste verhalen in Me Talk Pretty One Day gaan over Sedaris' homoseksualiteit. In het openingsverhaal `Go, Carolina' vertelt hij niet alleen over het spraakgebrek dat hem nog steeds parten speelt en dat zijn woordenschat vertienvoudigde doordat hij synoniemen verzon voor alle woorden waar een `s' in voorkwam; maar ook over de trucs die hij en zijn homoseksuele klasgenootjes toepasten: `Wanneer ons gevraagd werd wat we later wilden worden, verborgen we de waarheid en gingen we na met wie we naar bed wilden wanneer we groot waren: ,,Een politieagent of een brandweerman''.' En in `Giant Dreams, Midget Abilities' maakt Sedaris tot huilens toe hilarisch duidelijk in hoeverre het mislukken van zijn muzikale carrière samenhing met zijn seksuele geaardheid. Niettemin ontkent Sedaris dat zijn schrijverschap beïnvloed is door zijn homoseksualiteit: ,,Maar ik zou gek zijn om niet in te zien dat het een goed onderwerp is.''

Sportief

Sedaris is in Amerika gekritiseerd om zijn `meedogenloze schildering' van andere mensen, en vooral van zijn familieleden. Zijn moeder is in zijn verhalen een weinig fijnzinnige nihiliste, en zijn vader voegt zijn vrouw de ene na de andere sarcastische opmerking toe als ze al stervende is. Toch heeft Sedaris niet het gevoel dat hij zich superieur opstelt. ,,Daarvoor veracht ik mezelf te veel. `I'd rather be anyone but me' is mijn motto, en juist daarom denk ik dat ik er wel een mening op na mag houden. Het is waar dat ons gezin er niet te best af komt, maar er schemert door dat we het goed met elkaar konden vinden. En mijn familieleden hebben mijn autobiografische verhalen altijd heel sportief opgevat.

,,Literatuur geeft zelfs de autobiografische schrijver een zekere vrijheid. De David Sedaris in mijn verhalen is een personage, en heeft andere verantwoordelijkheden dan ikzelf in het werkelijke leven. In de echte wereld ga ik naar het Anne Frank-huis en ben ik onder de indruk. In een verhaal zou ik mezelf door het Achterhuis laten lopen als een binnenhuisarchitect: `Van zo'n ruimte is toch heel wat meer te maken: hier een wandje doorbreken, daar een tussenschotje erbij – en hopla, het leven wordt zelfs in onderduik een stuk prettiger.''

Iedere dag doet Sedaris nieuwe ideeën op: ,,Zo hoorde ik gisteren een krankzinnig verhaal over de Nederlandse Santa Claus: een oude Spanjaard die vergezeld van een boot vol boze negers stoute kinderen komt kidnappen; how gross!'' Maar anders dan zijn Amerikaanse uitgever wil doen geloven zullen Sedaris' dagboekaantekeningen niet zo snel leiden tot een roman. ,,Ik ben té bang om de lezer te vervelen, een gevolg van mijn jarenlange optredens op de radio en tijdens voorleesavonden. Telkens als ik een stukje roman op proef heb geschreven, vraag ik me af of ik het uit zou houden om er in een zaal naar te luisteren. Meestal is het antwoord nee.''

David Sedaris: `Naakt'. Uit het Amerikaans vertaald door Irving Pardoen. Vassallucci, 300 blz. ƒ42,90 (geb.) `Me Talk Pretty One Day'. Abacus, 272 blz. ƒ39,95 (pbk) `SantaLand Diaries'. Victor Gollancz, 134 blz. ƒ22,95 (pbk)