Hoezo minister voor spek en bonen?

Er is grote vooruitgang geboekt in het grote stedenbeleid, maar niemand ziet het, zo meent verantwoordelijk minister Van Boxtel. ,,Eergisteren bij de begrotingsbehandeling van binnenlandse zaken, werd maar één vraag gesteld.''

Roger van Boxtel, volgens criticasters de minister voor spek en bonen van PaarsII, is boos én teleurgesteld tegelijk. Boos op ,,die ene grote gemeente'' die een rotzooi maakt van zijn geesteskind, het Grotestedenbeleid. Het te ongeduldig optreden van de Tweede Kamer doet een gedesillusioneerde minister tegenover ons zitten in de modern en functioneel ingerichte werkkamer.

De minister verwijt de Kamerleden dat zij ,,de kunst van overlaten'' niet beheersen als het om zijn grote stedenbeleid gaat. ,,We hebben met elkaar een termijn afgesproken en dat wij ook die tijd zouden nemen,'' zegt de minister. Volgens hem waart een ,,stille revolutie'' rond door de grote steden, die nauwelijks opgemerkt wordt. Hij zegt: ,,Er hebben werkelijk veranderingen plaatsgevonden. Niet alleen zijn er meer banen bijgekomen, de schooluitval en criminaliteit zijn afgenomen, maar ook de werkwijze in het openbaar bestuur is veranderd. Daar wil ik graag verantwoording over afleggen maar de echte afrekening kunnen we maken in 2003. Niet om mij of het kabinet te ontzien, maar dat is wat wij hebben afgesproken. En voor de verkiezingen kom ik sowieso met een tussenbalans.''

De onrust begon al voor de zomer. Kamerleden eisten dringend informatie over de geboekte vorderingen. ,,En na de zomer stuurde ik een volledig pakket met voortgangsinformatie dat duidelijk de winst op een aantal terreinen zichtbaar maakte. Maar er kwam nauwelijks commentaar! En eergisteren bij de begrotingsbehandeling van binnenlandse zaken, werd maar één vraag gesteld, door mevrouw Van der Hoeve. En dat was ook niet meer dan een flauwe oppositionele constatering.''

De bewindsman vertelt enthousiast en uitgebreid over zijn successen. De werkloosheid onder (,,excuseer mij voor het gebruik van het verschrikkelijke woord.'') allochtonen is enorm gedaald, de schooluitval idem dito, en de schoolprestaties nemen toe.'' Hij wil maar zeggen: hoezo minister voor spek en bonen.

Toch klagen gemeenten nog steeds. Voor elke cent moeten wij zaken doen met alle betrokken ministeries, zeggen zij.

,,Gemeenten klagen altijd, ongeacht het onderwerp. Ik kan ervoor zorgen dat geld van ministeries tijdig arriveert. Maar gemeenten krijgen ook van andere instanties geld, zoals van zorgverzekeraars. Als het daar stagneert, kan ik er ook niet veel aan doen. Gemeenten blijven zeuren over die `Haagse stroperigheid'. Maar als ik ter plekke ben en wil weten wat er aan de hand is, blijft het vaak indrukwekkend stil. Ze moeten ook vaak in eigen huis nog orde op zaken stellen, ophouden met zeuren en waarmaken wat ze echt willen. Ze hebben mogelijkheden en middelen zat.''

Dit schreeuwt om voorbeelden, waarvan de minister legio heeft, zegt hij.

,,Afgelopen voorjaar was ik op werkbezoek in Amsterdam-Zuidoost. Daar kreeg ik te horen van stadsdeelvoorzitter Hannah Belliot dat ze zo lang moesten wachten op geld uit Den Haag. Heb ik laten uitzoeken, bleek dat dat geld al een jaar daarvoor was overgemaakt, maar vervolgens een jaar lang was blijven hangen in de stroperigheid van dat Amsterdamse stadsdeelstelsel. Maar ik werd er op aangesproken. In Rotterdam hebben ze dat probleem niet. Daar hebben ze dat rare stadsdeelstelsel ook niet. In andere steden gaat het ook heel goed. In Leeuwarden krijgt het grote stedenbeleid ook handen en voeten. Voor Maastricht en Eindhoven geldt dat ook. Maar er zijn ook voorbeelden van het tegendeel.

,,Ik heb op dit moment met één stad echt problemen over hun inburgeringsbeleid,'' zegt de minister die zichtbaar zijn best doet om niet opnieuw Amsterdam met name te noemen. Alle geledingen en instanties die met inburgeringsbeleid te maken hebben, werken daar langs elkaar heen. Terwijl de bevoegdheden en de budgetten bekend zijn, samenwerking is dus alleen een kwestie van organisatie.

U heeft het over één gemeente?

,,Ja, waar fantástische geluiden vandaan komen. Het bestuur dat niet met de Regionale Opleidingscentra door de deur kan; de informatie die niet in orde is; de hulp van de taskforce die we van hieruit aanbieden, maar die niet nodig wordt geacht. Dan denk ik: dat moet niet te lang gaan duren.''

Wat kunt u doen?

,,In het uiterste geval kan ik mijn geld terugvorderen. Het gaat om bakken met geld, tientallen miljoenen. Maar het is de vraag: ben ik dan niet nog verder van huis. De vraag is of het effectief is. Ondertussen willen mensen gewoon cursussen volgen. Ik moet laveren tussen overreding en beuken.''

`Uw' staatssecretaris Gijs de Vries gaat zwarte lijsten publiceren van gemeenten die te weinig aan veiligheidsbeleid doen. Is dat ook een middel?

,,Ik ken dat mechanisme. Indertijd heb ik met de millenniumbug ook lijsten gepubliceerd van gemeenten die zich niet aan hun verantwoordelijkheden hielden. Ik hou nu ook alle mogelijkheden open. Op het moment dat het nodig is, ben ik ook in staat om op te treden. Don't push your luck, zeg ik dan alvast naar ieder die het aangaat.''

De door u geclaimde successen van dat Grote Stedenbeleid zijn nauwelijks te verifiëren.

,,We monitoren ieder twee jaar. Hoe staat het met de veiligheidsgevoelens bij burgers, met de investeringen in woningbouw. Hoe ziet het totaalpakket er uit? Eén omissie moet ik wel toegeven: we hebben verzuimd om in deze omslag de `procesinformatie' goed te regelen. Wat ik wil zeggen: ik heb veel geld kunnen weghalen uit Eurofondsen. 192 miljoen Euro voor negen steden in de komende zes jaar. We hebben afspraken gemaakt over hoe de steden dat geld gaan wegzetten. Toen ik aantrad hebben we zulke afspraken niet gemaakt. We hadden zo'n haast om gemeenten zo snel mogelijk te faciliteren. In dat proces hebben we de procedurele kant over het hoofd gezien. Dat wreekt zich nu in de communicatieverhouding met de Kamer.

,,Wat zich ook wreekt is het gegeven dat rijk, betrokken departementen en stadsbesturen intensief met elkaar in de weer zijn geweest, maar dat de gemeenteraad lang buiten spel is gebleven. Terwijl het grote stedenbeleid alleen lokaal getoetst kan worden. Die controleraak heeft daarbij helaas te weinig handen en voeten gekregen.''

Het moeizame grotestedenbeleid zit de minister kennelijk hoog. De vragen over 11 september en de gevolgen ervan voor de multiculturele samenleving, doet hij af met korte antwoorden.

Hij steekt de zoveelste sigaret aan, inhaleert diep om vervolgens een grote wolk van rook uit te blazen. Met de brandende sigaret tussen zijn vingers, vertelt hij over zijn oplossing om meer `oudkomers' te laten inburgeren. ,,Voor nieuwkomers is die inburgeringscursus wettelijk verplicht en kunnen boetes worden opgelegd. Voor `oudkomers' geldt die verplichting niet. Om die groep te stimuleren om de cursus ook af te maken overweeg ik een soort statiegeldregeling in te voeren: wil iemand die cursus volgen, dan moet hij een bepaald bedrag inleggen dat hij terugkrijgt als hij de cursus met goed gevolg afgerond heeft. Zoiets. Ik wil nadenken over een evenwicht tussen sancties en stimulansen.''