Harem (2)

Het busje kwam voorrijden dat ons, deelnemers aan het ladies' program, naar de harem in het Topkapi-paleis zou brengen. Ik zal hier ons gezelschapje niet beschrijven, maar ik moest denken aan mijn jeugd toen de wereld overzichtelijk was en de angst voor de atoomboom eigenlijk het enige leek dat mensen kon verontrusten. Dat gold althans voor mannen. Voor jonge vrouwen bestond er echter nog een angst – de angst om als blanke slavin te worden ontvoerd naar een ver land waar men voorgoed zou worden opgeborgen in de harem van de sultan. Zo ging in onze buurt het verhaal van een alleenlopend meisje dat op een avond plotseling was beetgepakt en in een auto geworpen. Daar werd zij verblind door het licht van een zaklantaarn en hoorde zij stemmen die een onbekende taal spraken. Zij verwachte het ergste, maar ten slotte was zij tot haar ontsteltenis weer uit de auto gezet, volgens mijn buurjongen die het verhaal weer van zijn oudere broer had gehoord `omdat ze niet mooi genoeg was geweest'.

Het busje passeerde inmiddels de brug over een zijarm van de Bosporus. Een exotisch vergezicht van minaretten, kerken en paleizen ontvouwde zich, ondanks de grotestadsverontreiniging die de lucht boven Istanbul enigszins heiig maakt. Het Topkapi-paleis, gelegen op een heuvel die aan de ene kant neerkijkt op de Zee van Marmara en aan de andere kant op de Gouden Hoorn, heeft een paradijselijke ligging. Het is een enorm complex waar men urenlang kan dwalen, maar ik zal mij beperken tot de harem die in het vierde hof gelegen is.

De harem werd ook wel het Huis van de Gelukzaligheid genoemd, maar het woord harem zelf betekent polygamie. De harem van het Topkapi-paleis werd in de zestiende eeuw gesticht door sultan Süleyman I en heeft bestaan tot 1926, toen Atatürk hem afschafte. De harem is een kruising tussen een luxe hotel en een vrouwengevangenis. In de negentiende eeuw moeten er zo'n vierhonderd meisjes hebben gewoond, die vooral waren getest op een aantrekkelijk uiterlijk.

Tegenwoordig dromen mannen ervan om met hun vriend een kindje te adopteren en dan samen boven het wiegje `tata' te kunnen zeggen, maar in vroegere tijden was de harem de droom van iedere man, van iedere jongen. De harem als de ultieme combinatie van macht en seks. Maar wie door de honderden kamers en kamertjes loopt, wie de inrichting beschouwt, het systeem van bewaking en opsluiting, wordt langzaam in zijn jongensdroom geknakt. Het leven in een harem moet zwaar geweest zijn, niet alleen voor de haremslavinnen die verder niets zagen van de wereld, maar vooral ook voor de sultan zelf die door zijn omgeving toch moet zijn afgerekend op het aantal door hem verwekte kinderen.

Wat mij aan alles in de harem nog het meest opviel, was niet de luxe, de schoonheid van de architectuur en de verfijnde tapijten die overal op de vloer liggen, maar het wantrouwen dat in elk kamertje, in elke hoek of nis, in elk detail, onafwendbaar voelbaar is. De harem was er alleen voor de sultan. Hij alleen mocht er zijn vrouwen bekennen. De sultan moest daarom altijd op zijn qui vive zijn, wat extra moeilijk was omdat de harem aanvankelijk is ingesteld om de immer oorlog voerende sultans de gelegenheid te geven zich tussen het krijgsbedrijf door toch nog voort te planten.

Om de alleenheerschappij van de sultan in stand te houden, moest er een draconisch stelsel van beveiliging worden opgezet. Hiervoor had men zwarte eunuchen nodig. Ontmanning was niet genoeg. De eunuchen moesten zwart zijn, zodat men het onmiddellijk in het nageslacht kon controleren wanneer de castratie niet was gelukt. Verder bestond de harem voor een belangrijk deel uit de zogenaamde `kooien', die men nog steeds kan bezichtigen. In deze kooien zaten de prinselijke broers van de sultan. Aanvankelijk werden deze prinsen eenvoudig gedood, waarmee de dreiging van seksuele concurrentie was opgelost, maar later beperkte zich dat tot de wat humanere aanpak van levenslange opsluiting.

Maar alle tragiek van de harem komt naar mijn gevoel pas helemaal tot uitdrukking in het bad van de sultan. Dit fraaie, wit marmeren bad met zijn gouden kranen is gelegen in het midden van het haremcomplex. Er is een kleedkamer bij en een massagekamer. Maar als de sultan in bad gaat, moet hij naakt zijn en naakt is hij onbeschermd. En dat is een gevaarlijk moment dat een speciale aanpak behoeft.

(Wordt vervolgd)