`Filippijnen proeftuin Al-Qaeda'

Moslim-extremisten steken her en der in de wereld de kop op, hier uitgroeiend tot bedreiging, daar niet meer dan een irritatie. Een korte, onregelmatig verschijnende serie. Vandaag: Maleisië en de Filippijnen.

Op 18 mei kende plotseling iedereen in Maleisië de 43-jarige beveiligingsman Abdullah Mahmood. En de bevolking leerde ook meteen Kumpulan Mujahideen Malaysia (KMM) kennen, een groep islamitische terroristen, geschoold in kampen in Afghanistan en Pakistan in het maken van bommen en boobytraps en het beroven van banken.

Zoals een kantoor van de Southern Bank in Petaling Jaya, vlakbij de hoofdstad Kuala Lumpur. De overvallers hadden de pech dat Abdullah die dag dienst had. Met twee welgemikte schoten verwondde hij twee bankrovers. De politieagenten die de twee daarop inrekenden, geloofden hun oren niet toen deze hun verklaringen aflegden. Zij maakten deel uit van de tot dan onbekende KMM, die al sinds 1988 bleek te bestaan en achter overvallen op supermarkten, liquidaties van politici, aanvallen op politiestations en bomaanslagen op hindoeïstische tempels zat. De overval op de Southern Bank was een dubbelslag, zo leerde de politie: niet alleen was het oogmerk buit, ook verzamelden de islamitische overvallers ermee naar eigen zeggen bonuspunten voor het hiernamaals. Want de bank is `niet-islamitisch'.

De schietvaardigheid van Abdullah doorkruiste vooralsnog het masterplan waar de terroristen het geld voor nodig hadden: het opzetten van Daulah Islamiah Nusantara, een `islamitische unie' bestaande uit die delen van Zuidoost-Azië waar moslimextremisme moet leiden tot moslimstaten. De KMM rekent daartoe het, nu nog, gematigde Maleisië, de `onafhankelijke islamitische gebieden' in Indonesië en op Mindanao, het meest zuidelijke eiland van de Filippijnen waar het grootste deel van de Filippijnse moslimminderheid woont.

De politie in de regio vermoedt contacten tussen de KMM en de groep van zo'n duizend zich moslimextremisten noemende Filippijnse bandieten die zich Abu Sayyaf noemt – Vader van het Zwaard. Dezen zeggen te vechten voor een onafhankelijke moslimstaat, maar sinds 1998, toen hun oprichter en Afghanistan-veteraan Abdurajak Abubakar Janjalani werd gedood, zijn ontvoeringen-voor-losgeld de kernactiviteit geworden. Vorig jaar haalden ze 18 tot 25 miljoen dollar losgeld op in ruil voor de vrijlating na vier maanden van 19 buitenlanders.

Het Filippijnse leger beloofde de groep met wortel en tak uit te roeien, maar wordt steeds verrast door Abu Sayyaf, dat keer op keer nieuwe gijzelaars maakt. ,,Omdat ze sinds 1990 gesteund worden door Bin Laden'', verzuchtte legerleider Villanueva deze maand. ,,En nog steeds.''

Voor de overwegend katholieke Filippijnen is de veiligheidssituatie sinds het begin van de Amerikaanse aanvallen in Afghanistan niet veranderd. Ze zijn de dreiging van terroristische aanslagen van moslimextremisten inmiddels gewend. Volgens Washington heeft de groep van Bin Laden, Al-Qaeda, de Filippijnen jarenlang als een soort proeftuin gebruikt. Eind 1994 probeerde zij de paus te vermoorden in Manila en daar begin 1995 ook de toenmalige Amerikaanse president Clinton.

In dezelfde periode bereidde Al Qaeda met hulp van Abu Sayyaf (verijdelde) aanslagen voor op de Amerikaanse en Israëlische ambassades in de hoofdstad. Zo'n twaalf vergeefse pogingen werden ondernomen om Amerikaanse passagiersvliegtuigen neer te schieten. Ook werd in 1995 een op de WTC-aanslagen lijkende zelfmoordactie voorkomen.

In de Filippijnen vormt het moslimextremisme een geïsoleerd probleem en staat de bevolking in meerderheid achter zowel de Amerikaanse acties in Afghanistan als het met alle beschikbare middelen uitroeien van Abu Sayyaf. In het voor 60 procent islamitische Maleisië is de situatie minder eenvoudig. Er is een moslimfundamentalistische partij, Parti Islam SeMalaysia (PAS), die zich langzaamaan heeft ontwikkeld tot de belangrijkste oppositiepartij in het land. De PAS knaagt aan de twintig jaar oude, bijna dictatoriale heerschappij van minister-president Mahathir bin Mohamad. Het streven van de PAS is om van Maleisië een islamitische staat te maken. Dat spreekt vooral Maleiers aan, hoewel de PAS ook enig succes boekte bij boeddhistische Chinezen en hindoeïstische Indiërs.

Maar sinds Amerika de Talibaan en Bin Laden aanvalt, is de politieke situatie in Maleisië sterk veranderd. Na enig treuzelen heeft de leiding van de PAS zich bij de jihad, de heilige oorlog, tegen Amerika aangesloten. De Verenigde Staten hebben immers niet de aanval geopend op het terrorisme, zo meent PAS-leider Fadzil Noor, maar op de islam. ,,Het bewijs? Israël pleegt terroristische aanslagen tegen Palestijnen, maar Israël wordt niet aangevallen door de VS.'' Elk lid van de PAS mag vanaf nu meevechten met de Talibaan en strijden tegen Amerika ,,de moeder aller terroristen''.

Zolang Amerikaanse bommen niet al te veel Afghaanse burgers raken, wordt premier Mahathir door de acties van PAS electoraal slapend rijk. Want de angst voor het omslaan van moslimfundamentalisme naar -extremisme zit er nu bij iedereen goed in. En dus ook de PAS is voor de Maleisiërs zo aantrekkelijk niet meer. Mahathir buit dat maximaal uit door de bevolking te herinneren aan wat hij sinds 18 mei steeds heeft gezegd: ,,Achter terroristische moslimextremistische organisaties als de KMM gaat in werkelijkheid de PAS schuil.''

Een hoogst twijfelachtige stelling, maar onder de huidige omstandigheden effectief om verloren kiezers terug te winnen.