Elke stap komt voort uit muziek

Een jonge man valt voor een jonge vrouw. Zij ook voor hem, maar net iets minder onvoorwaardelijk. Ze ruilt hem na een tijdje voor een ander in en schokt hem daarmee zo tot op het bot dat hij een onherroepelijke daad begaat. Hij schiet zich door het hoofd.

Dan is het tien jaar later. De man blijkt nog te leven, met een weer bijeengelapt gezicht. Hij valt weer voor een jonge vrouw en zij ook weer voor hem. Het gaat zelfs goed. Ze trouwen. Maken een kind. Hij krijgt precies wat hij verlangt en heeft dus nauwelijks reden om te doen wat hij vervolgens, met een kalmte die hem zelf verwondert, toch gaat doen. Een nieuwe destructieve daad beramen.

Wat bezielt die man?

Het is die vraag die je de weg wijst door Kreutzersonate – zoals eigenlijk door al Margriet de Moors romans. De helden uit haar werk zijn steevast mensen die op zomaar een klaarlichte dag de banden met hun wereld doorsnijden. Ze doen de deur achter zich dicht en dat is dat, geen afscheidsbrief, geen clou, ze laten iedereen en alles achter in verbijstering en dus ook jou, als lezer.

Vlijtig ga je dan op zoek naar een verklaring voor hun stap, maar dat is net het probleem van die stap, die plaatst hen buiten de coördinaten van het dagelijkse leven. Wat hun motiveert is niet te vangen in geijkte denkpatronen, met een beetje huishoudpsychologie kom je niet toe. Er is geen verklaring, zegt een koppig zinnetje dat in De Moors werk steeds weer opduikt.

Maar dat is natuurlijk niet het laatste woord, want anders was dat hele werk er niet geweest. Juist hun ongrijpbaarheid verraadt wat er met deze helden aan de hand is. Hun gedrag komt schijnbaar uit het niets. Het is geïnspireerd, het wordt hun ingeblazen, en dat betekent, hoe gek het ook klinkt, dat zij zich niet meer laten leiden door de wetten van de psychologie maar van de verbeelding.

En laten dat nou net de wetten zijn van de roman. De Moor zet de romankunst in om dat deel van de werkelijkheid te onderzoeken dat alleen de kunst goed kan bereiken. Ze laat zien hoe mensen naast de alledaagse wereld van de feiten nog een tweede wereld hebben, een van dromen, vrijheden en mogelijkheden, en dat ze daar sterker door beheerst worden dan ze beseffen. De verbeelding staat niet naast de werkelijkheid, ze ligt er middenin, au bain Marie.

Hemelgewelf

Zo ook in Kreutzersonate. Duidelijker dan ooit tevoren zelfs, want de verbeelding neemt dit keer een tamelijk concrete vorm aan. Sinds zijn schot in eigen hoofd is de gedoemde Marius van Vlooten beroofd van zijn gezichtsvermogen – liefde maakt blind. Hij scherpt daarom een ander zintuig, zijn gehoor, in het besef dat ook de oren `bemiddelen tussen jou en het hemelgewelf', en dan vooral natuurlijk bij het horen van muziek. Die meest onaardse kunst op aarde, zo abstract en toch zo werkelijk, daarin ligt alles wat hem gaat bezielen.

Dat geeft houvast als je de lijnen van zijn leven volgt. Hij gaat muziekkritieken schrijven en maakt daarin zelfs in het buitenland naam. Dat brengt hem, tien jaar na het schot, naar een kasteeltje bij Bordeaux waar een masterclass voor strijkkwartetten wordt gehouden. Daar is ook een violiste met het soort talent dat `rechtstreeks uit de kosmos' lijkt te komen, Suzanna Flier, die kort daarop zijn vrouw zal worden. En zo verder – elke stap komt voort uit de muziek.

Cruciaal vooral is het muziekstuk waarin hij Suzanne Flier voor het eerst hoort spelen, Janá^ceks Eerste Strijkkwartet, bekend geworden als de Kreutzersonate. Vier nerveuze delen, met daarin verborgen het verhaal van een verliefde vrouw en een jaloerse man dat uitloopt op totale huwelijkse waanzin. Niet de ideale muzikale begeleiding voor een liefde die nog moet beginnen, zou je denken, en je vraagt je dus af waarom het juist dit werk is, met Suzanna Flier als de verliefde vrouw op eerste viool, dat Marius van Vlooten voor de bijl doet gaan.

Maar misschien dat de muziek hem op dat ogenblik wel beter peilt dan je gezond verstand dat kan. Een paar jaar later, getrouwd en eigenlijk toch heel gelukkig, raakt er in Van Vlootens hoofd iets aan het schuiven. Hij is humeurig. Hij wordt jaloers. Hij weet steeds zekerder dat zijn Suzanna hem bedriegt, al heeft hij geen bewijzen, en je zou dat kunnen wijten aan zijn blindheid, die hem van de wereld afsluit en wantrouwig maakt. Maar als het zo eenvoudig ligt, hoe moet je dan verklaren dat hij daarmee nauwgezet het drama naspeelt uit het stuk waarmee zijn liefde voor Suzanna is begonnen?

Zo leidt de muziek je naar ongrijpbare regionen van Van Vlootens geest. Muziek, is de suggestie, geeft uitdrukking aan neigingen die altijd al in hem zaten en toch op de een of andere manier buiten hem omgaan. Sterker nog, die buiten de taal omgaan, en daarmee haalt de schrijver zich nogal wat op de hals. `Wie over muziek spreekt, spreekt nu eenmaal langs omwegen', zoals ze schrijft. Wil haar eigen Kreutzersonate slagen, dan moet De Moor een omweg vinden naar een strijkkwartet, dat zelf natuurlijk ook al een omweg was.

Verteller

Voor dat doel treedt een verteller aan die voor de lezer uitgaat in een poging door te dringen tot de wisselwerking tussen muziek en mens. Hij is musicoloog en maakt Van Vlooten twee keer mee: eerst in Bordeaux, waar hij de liefde voor Suzanna Flier ziet ontluiken, en vervolgens tien jaar later, als de jaloezie zich heeft ontladen in die nieuwe destructieve daad die hier nog maar geheim moet blijven. Hij ziet een verwoeste man en zoekt vanuit dat beeld het spoor terug.

Kreutzersonate houdt zich daardoor aan geen enkele chronologie. Je schiet vanaf het eindpunt terug naar een herinnering van de verteller aan zijn eerdere ontmoeting met Van Vlooten, naar het strijkkwartet van Janá^cek, naar een beschrijving van Suzanna Flier, naar het verhaal van de kogel door het hoofd. Je scheert langs tijden en thema's, pakt motieven op die eerder afgebroken werden, draait in steeds kleinere cirkels om het raadsel dat Van Vlooten is.

Die strategie hanteert De Moor al langer – geen schrijver in ons land die zo bedreven is in de omtrekkende beweging. Maar in Kreutzersonate gaat ze nog een stapje verder. De bewegingen zijn zo associatief, de schakelingen zo soepel, dat je ingesponnen raakt in de abstracte kwaliteit van vorm en ritme van de scènes. Het betoog wordt vrijwel letterlijk muziek, je waant je in een strijkkwartet van taal en ondergaat de macht daarvan dus zelf.

Daarnaast is er ook materiaal voor een meer beschouwelijke benadering. De verteller, niet voor niets musicoloog, denkt na over de verscherping van het oor als het gezichtsvermogen wegvalt. Over de betekenis van muziek als food of love. Over, omgekeerd, de betekenis van liefde in muziek, en of het echt wel waar is dat er in dat stuk van Janá^cek een liefdesdrama hineingeheimnist is, zodanig dat een luisteraar het er weer uit kan halen.

Veel van die gedachten komen samen aan het slot, waar de verteller het mysterie van de held in een traditie past. Werd Marius van Vlooten aangegrepen door een strijkkwartet van Janá^cek, die componist was bij het schrijven van dat stuk gegrepen door een eerdere Kreutzersonate, de novelle van Tolstoj. Die weer terugging op de Kreutzersonate van Beethoven. Van Vlooten staat in een lijn van mensen die in kunst iets onbenoembaars uit hun eigen leven terugvonden en daar op hun beurt weer een nieuwe vorm aan gaven.

De voorspelbare vraag is dan `wat de volgende halte zou zijn op deze lijn', zoals de verteller het zegt, en het voorspelbare antwoord is: het boek dat je in handen houdt. De Kreutzersonate van De Moor is een vervolg en tegelijk een lofzang op haar voorgangers. Het is een vorm van kunst over kunst, niet als verdediging van kunst-om-de-kunst, buiten de werkelijkheid, maar juist van kunst als vormgever en schepper van de werkelijkheid.

Dat is een glasheldere poëtica, die als een antwoord klinkt op de kritieken die De Moor kreeg op haar laatste twee romans, Hertog van Egypte en Zee-Binnen. Dat omcirkelen van een mysterie, elk boek weer iets fijnzinniger, het dreigde op den duur onwezenlijk te worden, onaannemelijk, gekunsteld. Raakte de werkelijkheid hier niet een beetje uit het zicht? Nee, zegt De Moor nu, dat omcirkelen benadert juist de werkelijkheid.

Duizeling

Toch denk ik niet dat Kreutzersonate de bezwaren met die helderheid verholpen heeft. Want hoe dit boek ook met de werkelijkheid bezig mag zijn, er mist nog steeds iets essentieels in de ervaring die je daarvan meekrijgt. Het is een verhaal over een man die zich tot tweemaal toe op een toch duizelingwekkende manier de ruimte in lanceert, weg van de wereld, kan niet schelen wat het allemaal kapot maakt en bij wie. Maar waar blijft bij het lezen nou die duizeling?

Om te benaderen wat zich niet laat benoemen rukt De Moor, terecht, een breed assortiment van vormen en technieken aan. Ze is subtiel in de omschrijving van de ijlste gewaarwordingen, virtuoos in de afwisseling met essayistische notities, briljant in de constructie van een samenhang waarin al die details op hun plaats vallen. Maar in al die dingen is ze tegelijk zo rationeel en zelfbewust dat er geen schijn van kans meer is dat uit de woorden nog iets loskomt wat je onverhoeds aanvalt en overrompelt, zoals een ervaring dat nou eenmaal doet.

Alles is beheersing, bij De Moor. Behalve net haar thematiek, die wil precies de andere kant op, en die tweespalt breekt haar sterker op naarmate haar meesterschap groeit. Hoe beter ze wordt, hoe slechter ze wordt. Hoe meer muziek ze maakt, hoe minder werkelijkheid die schept.

Margriet de Moor: Kreutzersonate. Contact, 141 blz. ƒ42,95 (geb.), ƒ31,95 (ingen.)