Elk doel is verdacht

Tot het moment waarop Gao Xingjian een jaar geleden de Nobelprijs voor literatuur ontving, was zijn werk alleen bij een handjevol sinologen bekend. Met een keuze uit zijn verhalen, die nu onder de titel Kramp is verschenen, wordt in het Nederlandse taalgebied voor het eerst een breder publiek bereikt. De bundel kan gelezen worden als een voorproef van zijn in 1990 in Taiwan gepubliceerde roman, Berg van de ziel, waarvan de Nederlandse vertaling volgend jaar wordt verwacht.

De verhalen vormen spannende lectuur, echter alleen voor degenen die enigszins op de hoogte zijn van de moeilijke omstandigheden waaronder ze zijn geschreven. Indien ergens, dan geldt hier dat de tekst niet voor zichzelf spreekt. Wat Gao heeft bereikt is vooral opmerkelijk omdat hij het onder de meest ongunstige voorwaarden tot stand heeft gebracht. Gao heeft van zijn geboorte (1940) tot aan zijn vertrek naar Parijs in 1987 in China gewoond. Hij studeerde Franse taal- en letterkunde en begon te schrijven in een periode die ruwweg samenviel met de Culturele Revolutie (1966-'76). Hij was lid van de rode garde en werd in een latere fase – in het kader van de politieke campagne om de ontstane anarchie te bedwingen – op het platteland tewerkgesteld. Onder deze omstandigheden was het absoluut onmogelijk te publiceren en Gao moest uit zelfbehoud besluiten al zijn manuscripten te verbranden.

In de jaren tachtig kon hij kritisch werk laten uitgeven, dat echter meteen werd veroordeeld als `modernistisch' en `decadent'. Met zijn toneelstukken, die geïnspireerd waren op het absurdistische theater van Artaud en Ionesco, maakte hij furore. Het absolute teken (1982), Bushalte (1983) en De wildeman (1985) werden in Peking opgevoerd, maar spoedig verboden. Van het volgende toneelstuk, De andere oever (1986), werden de repetities afgebroken omdat het in politiek opzicht te gevoelig zou zijn. Toch bevatte het geen duidelijk politiek standpunt. Eerder gaf het uitdrukking aan het metafysische inzicht dat mensen niet in staat zijn tot perfectie, tot het bereiken van een boeddhistische Verlichting of absolute Waarheid. Mogelijk heeft het lot van De andere oever Gao definitief ervan overtuigd dat hij de Chinese Volksrepubliek beter kon verlaten. Voorzover mij bekend is Gao's toneelwerk na 1985 niet meer openlijk in China opgevoerd; wel overal in het buitenland met inbegrip van Taiwan en Hongkong, maar dan steeds in kleine avant-garde theaters.

De verhalen in de bundel Kramp experimenteren met nieuwe vormen van samenhang. Er is geen duidelijke plot en zelden een pointe. Ambiguïteit overheerst. Ik vrees dat Mark Leenhouts in zijn samenvatting van het titelverhaal `Kramp' te ver gaat, wanneer hij stelt dat beschreven wordt `hoe een zwemmer kramp krijgt en uiteindelijk opgelucht, en met hernieuwde zin in het leven, het strand bereikt.' Natuurlijk is iemand die bijna verdronken is opgelucht als hij weer vaste grond onder de voeten heeft, maar Gao zegt niets over een `hernieuwde zin in het leven'. In het mentale universum van Gao Xingjian zijn woorden als `doel' en `betekenis' verdacht. Hij onderzoekt de mogelijkheid om naar willekeur te observeren en te registreren.

De verhalen in deze bundel dateren van het midden van de jaren tachtig, met uitzondering van het laatste dat in 1990 in Parijs tot stand is gekomen. Een opmerkelijk verhaal is `In het park', dat vrijwel geheel in dialoogvorm is geschreven. Het gaat over een ontmoeting tussen twee oud-klasgenoten, een man en een vrouw, die vroeger kennelijk op elkaar gesteld zijn geweest maar die als gevolg van politieke ontwikkelingen elkaar jarenlang niet hebben gezien. Zij is inmiddels getrouwd en heeft een dochtertje. Hij vertelt dat hij zeven jaar in primitieve omstandigheden als houthakker heeft gewerkt. Plotseling breekt hij zijn relaas af en zegt: `het heeft niet zoveel zin om daar nu nog over te praten.' De dialoog wordt in toenemende mate gefrustreerd door misverstand. Uiteindelijk beseffen beiden dat de jaren die zij buiten hun wil hebben verloren niet opnieuw geleefd kunnen worden. Zij gaan uiteen zonder hoop op een nieuwe ontmoeting.

Nostalgie is een terugkerend thema in deze verhalen. Op de achtergrond zijn steeds politieke en maatschappelijke omstandigheden bespeurbaar die een bedreiging vormen voor het laatste restje privacy waarover men nog beschikt. Vanzelfsprekend is er geen ruimte voor een happy ending, maar de mineurstemming die onvermijdelijk naar onbegrip en verbijstering leidt raakt meermalen aan waarachtigheid. Op zulke momenten is Gao van een goedkoop pessimisme ver verwijderd.

Over Gao Xingjian wordt in China nauwelijks openlijk gesproken en slechts bij hoge uitzondering (en dan in negatieve zin) gepubliceerd. Het is onduidelijk op welke termijn zijn werk in betrouwbare edities in de Chinese boekhandel verkrijgbaar zal zijn.

Gao Xingjian: Kramp. Verhalen. Uit het Chinees vertaald door Michel Hockx e.a. Met een nawoord van Mark Leenhouts. Meulenhoff, 127 blz. ƒ29,75