Een mix van Broadway en Europa

Cy Coleman werkt in Amsterdam aan de muziek voor de Nederlandse musical `Grace'. Hij beperkt zijn bemoeienis niet tot de noten.

Cy Coleman, de Broadway-veteraan die musicals als Sweet Charity en Barnum schreef en songs als Hey, Big Spender en Witchcraft, woont al bijna drie maanden in een statig herenhuis aan de Keizersgracht in Amsterdam. Aan de muren van zijn royale appartement op tweehoog, met afgunstwekkend uitzicht op geboomte en de schilderachtige achterkanten van andere zeventiende-eeuwse huizen, hangen ingelijste affiches van Hitchcock-films. Op alle foto's staat de actrice Grace Kelly, die later prinses Gracia van Monaco werd. ,,Om in de sfeer te komen'', beaamt Coleman met een grijns op zijn olijk ronde hoofd. Hij is hier om de muziek voor de musical Grace te maken, die volgende week in een tijdelijk theatergebouw naast de Amsterdamse Arena in première gaat.

Terwijl zijn vrouw en de nanny voor hun bijna anderhalf jaar oude dochtertje zorgen, reageert Cy Coleman (72) geamuseerd op mijn verbazing – want wat doet iemand met zijn reputatie in vredesnaam in een land dat nog maar net begonnen is met de professionele productie van musicals op internationaal formaat? En wat denkt hij van de manier waarop hier wordt gewerkt?

,,Het is een schokkende ervaring geweest. Wederzijds'', zegt hij, maar uit zijn ogen blijkt dat hij er de humor wel van inziet. ,,Ik heb hier in heel korte tijd heel veel belangrijke beslissingen moeten nemen. Dat ben ik niet gewend. Als wij aan een musical werken, beginnen we in Pennsylvania, daarna een paar weken in Detroit, en al die tijd verandert er nog van alles. Alleen als je speelt, kun je zien wat er werkt, wat je moet omgooien en wat eruit moet omdat het een dooie plek in de show is. Pas daarna ga je naar Broadway, en ook daar heb je, als het goed is, eerst nog een paar weken de tijd vóór de première. Grace moet veel sneller beginnen. Maar toch laat ik me daardoor niet weerhouden om dingen te blijven veranderen. Hier een extra aanloop naar een nummer, daar een inkorting. Dat is de enige manier. Ook als er op het laatste moment nog allerlei nieuwe dingen moeten worden ingestudeerd. Ik heb het de cast vaak heel moeilijk gemaakt.''

Hij gaat even verzitten, neigt naar voren en voegt er op vertrouwelijke toon aan toe: ,,Ik zal je een voorbeeld geven. Vorige week heb ik nog iets nieuws geschreven, omdat ik vond dat er een overgang ontbrak. Bij een orkest van 32 man, zoals wij hier hebben, betekent dat duizend extra vel muziek. In zo'n geval kun je in New York altijd een legertje kopiïsten vinden, die dag en nacht doorwerken om het op tijd klaar te krijgen. Maar hier bleken er zoveel niet te zijn. De helft van dat werk hebben we zodoende in New York laten doen. Je kunt niet zeggen: laat maar, dat is veel te lastig. Zo werkt het niet. Als je een musical maakt, bestaan er geen minuten meer – geen uren, geen dagen en geen slaap. Vannacht is het 2 uur geworden, net als de vorige nacht, en de nacht dáárvoor was het 12 uur. Dat hebben de Nederlanders moeten leren, net zoals ik het zelf óók ooit heb moeten leren. Wij hebben niet de luxe van de film, waar je de balans pas na de opnamen maakt, tijdens de montage. Bij ons moet alles op de première-avond in evenwicht zijn. En dat kan alleen als er over geen enkel detail meer enige twijfel bestaat.''

Prinselijk paleis

Grace is een initiatief van de als musicalproducent debuterende zakenman Bert Maas. Tot dusver kostte het project hem zo'n 20 miljoen gulden. Bij de Arena bouwde hij een theater, uitgedost als het prinselijk paleis van Monaco, dat voorlopig twee jaar kan blijven staan – afhankelijk van de publiekstoeloop. De tekst is van Seth Gaaikema, de muziek van Cy Coleman. De intrige is toegespitst op een ware gebeurtenis: toen Grace allang Gracia was, heeft Alfred Hitchcock uit alle macht geprobeerd haar te verleiden tot het spelen van de hoofdrol in zijn film Marnie (1964). Zij wilde wel, en ook de prins was bereid haar toestemming te geven. Maar toen duidelijk werd dat hun prinses op het witte doek zou worden gekust door

Sean Connery, kwamen de Monegasken in opstand. En zelfs de paus liet zijn afkeuring blijken. Het ging niet door.

Coleman was in Londen, voor een gala-avond waar zijn repertoire werd gespeeld, toen het eerste telefoontje uit Nederland kwam. ,,Eén keer eerder heb ik uit Europa een verzoek gekregen om muziek te maken. Dat was Wenen, waar een musical werd gemaakt op basis van Polanski's film Dance of the Vampires. Toen kon ik geen interesse opbrengen voor het script. Maar nu was ik geïntrigeerd. Niet alleen omdat Grace Kelly een dramatisch leven had, maar vooral om wat de schrijver en de producent en de regisseur tegen me zeiden toen ze naar Londen vlogen om me te ontmoeten. Ze wilden het verhaal vertellen door de ogen van Hitchcock – en dat pakte me. Ieder onderwerp is geschikt voor een musical zolang de aanpak maar stof tot drama oplevert. Destijds werd er over West Side Story gezegd: wie wil er nou een show zien over twee vechtende straatbendes? Maar door het Romeo & Julia-motief werd het geweldig. Terwijl wij het verhaal van Grace samenballen in die Marnie-episode. Haar geboorte en haar dood komen er niet in voor; dat vult het publiek zelf wel in.''

Toch vraag ik het nog één keer: waarom gaat een man als Cy Coleman in op een voorstel uit zo'n landje als Nederland? ,,Waarom niet?'' antwoordt hij. ,,Maar ik heb natuurlijk wel ja gezegd op mijn eigen voorwaarden. Dat ik met mijn gezin een woning in Amsterdam zou krijgen, bijvoorbeeld, en dat er ook verder in mijn contract sprake is van star treatment. Per auto gehaald en gebracht, van mijn huis naar het theater. Dat houvast is nodig. Als je aan een nieuwe musical begint, spring je nu eenmaal in het diepe. En ik wilde ook uiterste bemoeienis met alles. Je kunt als componist niet, zoals hier blijkbaar vaak is gebeurd, volstaan met het inleveren van de muziek en dan maar afwachten. Ik moet er niet aan denken! Als je voor het theater componeert, ben je óók dramaturg – anders gaat het niet.''

Barbra Streisand

En vanzelfsprekend, zegt hij even later, is het niet zijn bedoeling dat Grace alleen maar een Nederlands tussendoortje in zijn imposante musical-oeuvre wordt: ,,I don't do it for the small time, I do it for the big time. Ik ga ook Engelse teksten laten maken. Alan en Marilyn Bergman, die The windows of your mind en The way we were hebben geschreven, komen naar Amsterdam om te kijken. Ik denk dat zij hier heel geschikt voor zijn. Er zou ook heel goed een hit uit kunnen komen. Als de Bergmans een tekst maken, wordt zo'n nummer namelijk al gauw gezongen door Barbra Streisand – dat is geen automatisme, maar het lijkt er wel altijd op.''

Zijn eerste grote hit, het door Frank Sinatra beroemd gemaakte Witchcraft, dateert uit de jaren vijftig. Cy Coleman had toen al een korte carrière als concertpianist achter de rug, speelde daarna met een jazz-trio, componeerde Gershwin-achtige piano-preludes en was door zijn muziekuitgever in contact gebracht met een tekstdichter. Toen hun eerste nummers prompt door Sinatra en Nat King Cole werden gezongen, wist Coleman waar zijn toekomstige fortuin te vinden was.

,,Ik heb met veel verschillende tekstdichters gewerkt'', zegt hij, ,,en nooit volgens een vaste regel. Carolyn Leigh kwam met de woorden: it's witchcraft... Meer tekst was er toen nog niet, maar ik ging vast aan de gang. Eerst zocht ik het in allerlei exotische deuntjes, en die waren best aardig, maar niet goed genoeg. Toen kwam er opeens een veel swingender melodie in mijn hoofd. Die heb ik uitgewerkt, waarna zij de rest van de tekst schreef. Een titel geeft vaak al een ritme.''

Zijn tweede grote hit volgde in 1966: Hey, Big Spender, uit de musical Sweet Charity, waarvoor Dorothy Fields de teksten schreef. ,,In die tijd werkte ik vaak samen met Peggy Lee. Maar nu had ik een nummer voor haar gemaakt waar ze weinig in zag. Als ik erover begon, zei ze: o ja, dat nummer... hoe gaat het eigenlijk verder met je? Dat werd dus niks. Ze raakte pas geïnteresseerd toen ik vertelde wat ik voor Sweet Charity aan het maken was: een nummer voor de animeermeiden in de bar, die elke avond precies hetzelfde zeggen tegen mannen met geld – en in dat nummer zou ik al die clichézinnetjes op muziek zetten. Wat ons voor ogen stond, zei ik, was verveling op muziek. En toen riep Peggy meteen: dat is iets voor mij! Ik sputterde nog tegen dat het een groepsnummer voor een show was, en dat het een showstopper moest worden. Het leek me niets voor haar. Maar ik moest en zou het haar toesturen, en zij heeft er een gigantische hit van gemaakt.''

Toen ze het idee voor Hey, Big Spender hadden, zegt Coleman, heeft hij eerst de muziek geschreven. ,,Ik had al eens eerder gewerkt met Bob Fosse, die de show zou regisseren, en daardoor wist ik dat hij de neiging had de muziek ondergeschikt te maken aan zijn choreografieën. Als dat beter uitkwam voor de dans, zette hij accenten waar ik ze helemaal niet wilde. Dus ik dacht: ik ga een nummer schrijven waarin je geen enkel accent kunt verschuiven: the minute you walked in the joint – paaa-dàm! Zeg nou zelf, dat zit toch muurvast in elkaar?''

Voor zijn samenwerking met Seth Gaaikema, wiens teksten hij niet kon lezen, moest hij een andere methode beproeven. ,,Ze hadden alles weliswaar in het Engels laten vertalen, maar een beroepsvertaler maakt zangteksten kleurloos. Het laatste wat ik wilde, was alleen maar de lettergrepen op muziek zetten. Daarom heb ik Seth gevraagd om me eerst regel voor regel fonetisch te geven, zodat ik er een ritme in kon horen, en daarna heeft hij me in zijn eigen woorden verteld waar elke regel over ging, welke emoties erin zaten, en wat hij ermee wilde zeggen. Zijn ideeën moesten de mijne worden, en daarna moesten mijn ideeën de zijne worden. Mijn muzikale ideeën komen altijd voort uit het idee, het drama. Bij deze show vind ik het aardige, dat er een combinatie is ontstaan tussen het Europese gevoel – dat ook heel goed past bij een show die deels in Monaco gesitueerd is – en de Broadway-showmuziek waar ik zelf uit voortkom. Er is zelfs een nummer dat begint als een chanson van Jacques Brel en daarna uitbarst in een soort James Brown. Het is een hybride geworden, en dat maakt het voor mij zo interessant.''

De telefoon gaat. In het theater is iedereen klaar om te repeteren en beneden staat de auto voor Cy Coleman te wachten. ,,Zin om mee te gaan?'' vraagt hij. Graag.

Melodramatisch

Onderweg blijft hij aan het woord. Over een nieuwe cd die hij heeft gemaakt met zijn eigen muziek, waarop Tony Bennett als gastsolist The colors of my life uit zijn musical Barnum zingt. Over de melodramatische mega-musicals van tegenwoordig, waarin het quasi-symfonische wordt gecombineerd met een soort semi-rock: ,,Ze hebben het publiek wijsgemaakt dat dat de moderne musical is. Maar ik denk dat de mensen daar langzamerhand een beetje moe van worden. Vooral nu is er weer veel behoefte aan het escapisme van de revue-achtige musical.'' En over de rol van de regisseur, die in Nederland kennelijk machtiger is dan bij de Amerikaanse musical: ,,Bij ons is de show het gezamenlijke werk van de componist, de tekstdichter, de producent en de regisseur. Niemand is belangrijker dan de anderen. Toen ik merkte dat dat hier anders ligt, heb ik meteen gebruik gemaakt van mijn privileges en gezegd: sorry, in dat geval ben ik morgen vertrokken.''

We steken het nu nog drassige bouwterrein over en lopen door een achterdeurtje het Grace-theater in. Binnen heerst de gebruikelijke chaos. Op het toneel staan Joke de Kruijf (Grace), Ernst Daniël Smid (prins Rainier) en Rob van de Meeberg (Alfred Hitchcock). Afwachtend kijken ze de zaal in, waar een paar uur eerder de stoelen van rood pluche zijn geplaatst. In het gangpad staat de gerenommeerde Broadway-choreografe Patricia Birch met een handmicrofoon. Op gemoedelijke, maar daarom niet minder besliste toon wijst ze iedereen zijn positie aan. Achter haar, in het donker, zoekt regisseur Frans Weisz stil een plaatsje.

Cy Coleman zet het lunchkoffertje dat hij van zijn vrouw heeft meegekregen onder zijn stoel, begroet Seth Gaaikema die naast hem komt zitten, en praat door. ,,De arrangeur had ergens een citaatje uit een bestaand stuk ingevoegd'', vertelt hij. ,,Ik haat dat, ik citeer nooit, ik maak mijn eigen muziek. Maar de hoornist en de trombonist vonden het mooi. Sorry, zei ik, jullie hebben het niet voor het zeggen, maar vooruit, voorlopig kan het er in blijven. Als het me later toch niet bevalt, gooi ik het er alsnog uit.''

Dan gaat hij onderuit zitten, want het gaat beginnen. ,,Toen ik net zelf was gestopt als pianist'', zegt hij nog snel, ,,wist ik niet goed wat mijn rol was als de repetities eenmaal begonnen. Mijn eerste musical schreef ik voor Lucille Ball, en dus was het al heel gauw háár musical. Nu weet ik wat ik in dit stadium aan iedereen te bieden heb. Ik moet mijn opvattingen overdragen aan de spelers, het orkest, de choreograaf, de regisseur. Tot er een moment komt waarop de show werkelijk van hén is.'' En op mijn vraag: ,,Nee, zo ver is het nu nog niet.''

Grace gaat op 25/10 in première in het Grace-theater, Arena Boulevard, Amsterdam, en blijft daar zolang er voldoende publiek komt. Inl. (0900) 3001250, wwww.gracethemusical.nl