De vijgen van Philemon

Philemon was een dichter. Lang geleden. In Griekenland. Op zijn ezeltje reed hij door het land en onderweg schreef hij gedichten en toneelstukken. Hij stopte natuurlijk wel af en toe om iets te eten. Of te slapen. Op een dag (hij had net een mooi gedicht bedacht en daar had hij flink honger van gekregen), kwam hij een grote vijgenboom tegen. Vol met rijpe vijgen. Beter kon het niet.

Hij plukte zijn handen vol met de heerlijke vijgen. Legde ze op een groteplatte steen: dat was een mooie eettafel. Nu nog even achter de boom eenplas doen en hij was klaar voor de maaltijd!

Toen hij terugkwam was de steen leeg en Philemon zag nog net de laatste vijgtussen de tanden van zijn ezel verdwijnen. Hij moest erom lachen. Wat eenslimme ezel! Te lui om zelf vijgen te plukken, maar als ze hem netjes werdenopgediend waren ze snel weg. Philemon moest er nog harder om lachen. En nogharder. Zo enorm moest hij lachen dat zijn hart er niet meer tegen kon. Toenwas hij dood. Gelukkig maar dat hij al bijna honderd jaar was.

Wij maken zoete vijgen in siroop. Voor onszelf. Zet de steelpan op het vuur.Doe er een halve liter water in. Daarin 2 grote eetlepels suiker, 1 eetlepelhoning, 3 kruidnagels, een stukje kaneelstok en een stuk dun afgesnedencitroenschil (alleen het geel). Leg er zeven of acht of negen stevige vijgenin. Twintig minuten op een niet zo hoog vuur laten staan. Vijgen af en toeomkeren. Vijgen eruit nemen met een lepel. Af laten koelen. Intussen hetvuur hoog zetten en de siroop vijf minuten laten inkoken. Kaneelstok,kruidnagels en citroenschil eruit vissen. Vijg op de yoghurt. Siroop overde vijg. Groen muntblaadje er bovenop. Gauw opeten voordat het allerslimsteezeltje er aankomt.