De kietelrobot

Wie uitsluit dat een machine verbeelding heeft, treft die ook niet aan, menen Maria Verstappen en Erwin Driessens. Deel drie van de reeks `Vergezichten' waarin Anna Tilroe op zoek gaat naar kunstoverschrijdende experimenten.

Er bestaat bij mijn weten nog geen actiegroep tegen Artificiële Intelligentie, laat staan een agressieve A.I.-opruimingsdienst zoals in de recente film A.I. van Steven Spielberg. Klaarblijkelijk zijn wij nog niet echt beducht voor een planeet vol denkende machines. En toch wordt het ongemerkt al aardig druk. Naast ingeburgerde primitieve vormen als denkende temperatuurregelaars, tandenborstels en zakagenda's, ontstaan zeer gevoelige machines die gecompliceerde menselijke taken overnemen, en niet alleen bij de militaire operaties van Amerika. In Japan bijvoorbeeld, waar in de fabrieken ruim de helft van de in totaal 750.000 industriële robots werken, is nu een prototype van een `robot-verpleegster' ontworpen. Het apparaatje, dat `mensvriendelijk' is vormgegeven (kinderen ontdekken er met gemak een gezicht in) meet de lichaamstemperatuur, de bloeddruk en de hartslag van een patiënt met een snelheid en zorgvuldigheid die geen mens constant kan opbrengen. Een andere machine met supermenselijke eigenschappen is het nieuwste type Subaru stationcar. Deze auto is, volgens de reclame, `geconstrueerd om bijna psychisch te zijn en kan moeilijkheden onderkennen en corrigeren nog voordat zijn chauffeur in de gaten heeft dat er een probleem is: het is bijna alsof de Subaru een zesde zintuig heeft'.

`Bijna psychisch': de een zal er een belofte in horen, de ander een nachtmerrie, maar feit is dat de schepping van intelligente machines op een speciale manier aan het denken zet over de `bouw' van de menselijke geest. In hoeverre liggen daar systemen aan ten grondslag die geanalyseerd en uiteindelijk misschien geïmiteerd kunnen worden? En wat betekent dat voor de kunst, voor het idee, anders gezegd, dat het artistieke scheppingsproces gebaseerd is op iets ongrijpbaars als intuïtie en inspiratie?

Ik leg die vragen voor aan Maria Verstappen en Erwin Driessens, een kunstenaarsechtpaar dat al ruim tien jaar met artificiële intelligentie werkt en de kunst het liefst wil automatiseren. Beiden zijn in de dertig, liefhebbers van designers kleding en perfect op elkaar ingespeeld. Op het moment van mijn bezoek leggen ze in hun atelier in Amsterdam-Oost de laatste hand aan werk voor een tentoonstelling in de Amsterdamse galerie Vous êtes ici.

Verstappen: ,,Voor ons is het idee dat alleen een kunstenaar tot artistieke expressie kan komen achterhaalde romantiek. De machine, in het bijzonder de gecomputeriseerde machine, is veel beter in staat om een pure beleving aan te bieden dan een direct door een mens gemaakt kunstwerk. Bij dit laatste word je altijd geconfronteerd met wat die mens heeft gedaan, gevoeld, gedacht, en dat is storend. Bij de abstract-expressionistische schilderijen van Jackson Pollock bijvoorbeeld zit de kunstenaar mij altijd in de weg. Ik wil de pure expressie van het materiaal beleven en me niet moeten bezighouden met zijn persoonlijke manier van werken en de verhalen eromheen.''

Driessens: ,,Ik leg mijn expressie bij voorkeur in een ding dat losstaat van mijzelf als mens. Dat is tenminste zuiver en helder. Met een machine kun je die afstand creëren. Bovendien produceert de machine zelf ook weer wat.''

Ze tonen een video van een door hen ontworpen computerprogramma, de Ima-traveller, een verwijzing naar Image of Imagination. De visuele reis begint bij een enkele gekleurde pixel in het midden van het scherm die zichzelf als een cel opdeelt in pixels van verschillende kleur, die zich op hun beurt weer razendsnel delen en die weer en die weer. Doordat iedere pixel zijn kleur ontleent aan zijn naaste buren en de kleur in lichtheid en verzadiging kan variëren, ontstaan uiterst kleurige beelden die zichzelf in een moordend tempo van binnenuit weer `opblazen'.

Gemakzuchtig

Driessens, de computerprogrammeur van het stel: ,,De gegevens zijn eenvoudig, en toch komt daar een heel complexe structuur uit voort met een duidelijke samenhang. Je kijkt bovendien naar een proces dat zich voor het grootste deel aan je waarneming onttrekt maar dat typisch is voor de machine.''

Wat is daar zo interessant aan?

Driessens: ,,De machine is consequent. Hij voert de opdrachten uit zoals ze gesteld zijn, zonder meer. Dat is interessant omdat je dan verder kunt komen dan een mens ooit kan. Een mens heeft maar een beperkt voorstellingsvermogen, is gemakzuchtig en geneigd van tevoren op zijn intuïtie te vertrouwen, denkend: als ik het zo doe zal er wel iets uitkomen waar ik iets mee kan. Dat vind ik jammer, want dat betekent dat je gaat werken met iets wat je al kent.''

Verstappen: ,,Je sluit dan bepaalde wegen af en dat werkt beperkend. De computer is daar vrij van, die bewandelt onbevooroordeeld alle paden.''

Ik zeg dat de machine wel consequent mag zijn, maar ook iedere verbeelding mist. Tot mijn verbazing ontstaat bij beiden enige verwarring: wat bedoel ik precies met `verbeelding'?

Verbeelding heeft, denk ik, te maken met de manier waarop een mens op grond van ervaringen, persoonlijke geschiedenis, kennis, emotionele gesteldheid, de dingen en gebeurtenissen interpreteert. Met verbeelding kun je iets aanvoelen, iets doorzien. Dat kan een machine niet.

Verstappen: ,,Als je van tevoren zegt dat hij het niet kan, kan je het ook niet zien. Dan ben je blind voor de mogelijkheid dat de machine met iets komt dat heel bijzonder is, en blijf je steken bij datgene wat jij in eerste instantie in gedachten had.''

Bij Pollock voel ik een enorme complexiteit waar ik, in tegenstelling tot een machinaal procédé, nooit op uitgekeken raak.

Verstappen: ,,Dat komt doordat je weet dat het door een mens is gemaakt.''

Niet alleen weet, je kunt het op de een of andere wijze ook zíen. Wij herkennen klaarblijkelijk het menselijke.

Verstappen: ,,Je kunt ook op zoek gaan naar de machine in jezelf. Voor ons is dat beslist niet minderwaardig.''

Een artikel in Wired komt ter sprake. Daarin wordt uitvoerig ingegaan op een verkennend onderzoek naar artificiële intelligentie en creativiteit, toegespitst op muziek. Het onderzoek, waarvoor het Oostenrijkse ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen voorlopig een miljoen dollar heeft uitgetrokken, spitst zich toe op vragen als: kan een computer piano leren spelen als Horowitz? En: valt de artistieke interpretatie van muziek te beschrijven en te verklaren aan de hand van patronen en algemene principes? Klaarblijkelijk wil men nu weten of ook het artistieke scheppingsproces te vangen is in grafieken en tabellen.

Driessens: ,,De gedachte dat iets in ons functioneert als een machine is helemaal niet gek. Ook wij zijn ontstaan door een mechanisch proces van delen en samenklonteren van cellen, misschien wel precies zo als onze Ima-traveller laat zien.''

Wij hebben bewustzijn.

Verstappen: ,,Misschien is het mogelijk om via de machine de complexiteit van het menselijke bewustzijn beter te begrijpen en krijgen we door de wijze waarop hij problemen oplost een preciezer beeld van hoe ons brein dat doet. De machine maakt het immers mogelijk om structuren en samenhangen te zien die eerder onzichtbaar voor ons waren. Uiteindelijk gaat het erom inzicht te krijgen in wat je bent en waar je staat. Daar ontwikkelen wij machines voor. Zij functioneren als een verlengstuk van ons zelf.''

Dat laatste zegt Marshall McLuhan ook in zijn beroemde boek uit 1964 Understanding Media, the Extensions of Man. Driessens en Verstappen kennen het boek niet, maar knikken instemmend als ik zeg dat hij bijvoorbeeld de elektronische technologie zag als model én verlengstuk van ons centrale zenuwstelsel.

Groeisels

Verstappen: ,,Voor ons houdt de uitspraak dat de mens ook een machine is, geen negatief oordeel in, maar juist een opening. Het betekent een manier van kijken die ruimte schept want je gaat uit van een zekere afstand en objectiviteit. Door van het machinale uit te gaan kun je onderzoek doen zonder dat het materiaal en de systemen die je gebruikt, al bij voorbaat beladen zijn met betekenis. Dan pas zijn echt nieuwe dingen mogelijk.''

Het machinale zit ook in vier kleine witte kubusjes die op een tafel in het atelier staan. Ze lijken aangevreten door een insect met gevoel voor filigrain. Driessens: ,,Dit zijn `groeisels' van een kubus die zichzelf volgens een computerprogramma in eerste instantie heeft opgedeeld in acht kleinere ruimtes. De computer kijkt vervolgens wat massief en wat hol is en splitst de massieve stukjes dan telkens weer verder op. De bouwsels die zo zijn ontstaan hebben als het ware een evolutionaire weg gevolgd, vergelijkbaar met een eerste cel die zich splitst volgens een genetische code. Deze code wordt in de loop van generaties aangepast en verbeterd om te kunnen voldoen aan de criteria die zijn gesteld. In dit geval hadden wij de opdracht ingeprogrammeerd om steeds naar een volledig samenhangende vorm te zoeken. Dat betekende dat de blokjes dwars door alle delingen heen altijd aan elkaar vast moesten zitten.''

Interesseren wetenschappers zich voor wat jullie doen?

Driessens: ,,Ja, want wij brengen iets wat zij wel in theorie kennen, maar niet visueel. In de ontstane vormen zelf zijn ze vrijwel nooit geïnteresseerd. Architecten wel, want die zoeken tegenwoordig ook met de computer naar nieuwe ruimtelijke vormen.''

Streven jullie naar samenwerking?

Verstappen: ,,Niet actief, zeker niet met de wetenschap, want dat zou betekenen dat we niet meer vrij zijn om ons onderzoek zelf te bepalen. Werken voor de wetenschap betekent dat je je baseert op bestaande software waarvan de regels worden aangepast. Bovendien bestaat het gevaar dat je dingen in je werk gaat inbrengen waar je eigenlijk niets van afweet. Wij willen wat we doen kunnen overzien. Daarom bepalen wij ons onderwerp van studie zelf en bouwen onze eigen software zodat wat wij maken een heel eigen aard heeft.''

Waar dat toe kan leiden blijkt als de Kietelrobot ter tafel komt, een uit aluminium opgetrokken rupsvoertuigje ter grootte van een hand. Op de video zie ik hoe zijn kleine rose rupsbanden op Maria's blote rug allerlei heerlijke, onverwachte wentelingen en bochten maken met een onvermoeibaarheid waaraan geen mensenhand kan tippen. Waar is dit ding te koop?

Driessens: ,,We kregen er via internet veel reacties op, maar voor productie wil niemand het risico nemen. Daarvoor zijn de kosten te hoog. Alleen zulke bedrijven als Sony zouden hem op grote schaal kunnen produceren en zo de kosten drukken.''

Is Sony benaderd?

Beiden, tegelijk: ,,Nee.''

Driessens: ,,We voelen er niets voor om rekening te houden met het belang van een firma.''Maar dat betekent wel dat het alleen in een galerie verkrijgbaar is. Moeten we het puur als kunstobject zien?

Verstappen: ,,Ach, waarom zou je het in die categorie onderbrengen? Iets kunst noemen betekent dat je je bezig moet houden met je positie als kunstenaar en met wat er allemaal in de kunstwereld speelt op strategisch en theoretisch niveau. Dat vinden we te beperkend en daar hebben we ons al lang geleden vanaf gekeerd.''

Toch exposeren jullie in de kunstwereld. Daar komen bovendien de subsidiegelden vandaan.

Verstappen: ,,Het is nu eenmaal zo dat de kunstwereld de enige plek is waar je dingen kunt maken die in principe niemand interesseren en die vanuit economisch oogpunt gezien waardeloos zijn. Dat geeft vrijheid en die vrijheid maakt het mogelijk om anders na te denken. We maken in zoverre kunst dat we een sterk beeldende interesse hebben en wat ons fascineert beeldend vorm willen geven. Maar we stellen nooit voorop dat we een mooi kunstwerk gaan maken. Voor ons is een kietelrobot gewoon een kietelrobot.''

Tunnel

In het atelier staan ook drie lange, dunne, parelmoerkleurige vormen op de grond, die doen denken aan een loodrecht gestolde plens water. De associatie blijkt zo gek nog niet, al is de vorm op een andere manier tot stand gekomen.

Verstappen: ,,Dit zijn afgietsels van het inwendige van een tunnel, de tunnel die je daar op de monitor ziet en waar je virtueel doorheen kunt vliegen. We hebben de computer een wereld laten scheppen die volkomen mechanisch is ontstaan, maar waar je echt in kan.''

Ik begeef me, al sturend met een knoppenpaneel, in wat het inwendige van een eindeloos kronkelende darm lijkt, met aan het eind een onbereikbare blauwe opening. Dit, houd ik mij voor, is een oneindige dunne lijn die volgens een bepaalde programmering continu lussen achter elkaar draait.

Driessens: ,,De lussen mogen elkaar niet doorsnijden want dan doorsnijden ze ook het vlies dat om hen heen is gespannen. Aan het einde van de tunnel is de computer bezig te berekenen hoe hij nieuwe tunnelsegmenten kan maken.''

De afgietsels van het binnenste zijn heel esthetisch met dat plastic-achtige oppervlak en die parelmoerachtige kleur. Toch een kunstvoorwerp.

Verstappen, niet helemaal op haar gemak: ,,De vorm moest iets heel natuurlijks oproepen, als gestolde vloeistof. Daarom hebben we een kleur en een materiaal gekozen die voor een immateriële uitstraling zorgen.''

Waarom gestolde vloeistof? Wat heeft dat met het denken over systemen te maken? Ik heb de vraag nog niet gesteld of Verstappen toont me 80 centimeter lange kopieën van ijspegels, uitgevoerd in polyurethaan. Ze hebben de oorspronkelijke pegels zelf `gekweekt' en weten daardoor waarom ze een ribbelstructuur vertonen.

Verstappen: ,,De ribbel ontstaat telkens op het hangpunt van de waterdruppel. Hij geeft als het ware het ritme aan van hangen en vallen. Dit soort verschijnselen fascineren ons. Net als bij het tunnel-programma van de computer treedt hierbij een generatief mechanisme op dat van tevoren niet weet hoe het resultaat eruit zal zien. Alleen betreft het hier een natuurwet. We vroegen ons af of we bij de twee systemen misschien eenzelfde onderliggende structuur konden ontdekken.''

En?

Driessens: ,,Tja. Wat we in ieder geval ontdekt hebben is dat een ijspegel tegelijk in de lengte en de breedte groeit en terwijl hij groeit van binnen vloeibaar blijft. Alleen de schil is van ijs. Er vinden hierbij ingewikkelde thermische processen plaats die op het thermodynamische vlak nauwelijks nog zijn bestudeerd. Misschien omdat men er weinig van verwacht.''

Verstappen: ,,Wij kunnen zulke ontdekkingen doen omdat wij geen specifieke belangen hebben. Wij zijn er alleen op gericht om verschijnselen zichtbaar te maken.'' Ze wijst naar een soort trekharmonica met een houten plaatje erop en een kijkglaasje ervoor. Het laatste blijkt een endoscoop te zijn, een kijkglas voor darmen. Dankzij het vouwsysteem kan het plankje langzaam voor de endoscoop heen en weer schuiven en kun je rustig een vijftal geblakerde holle pijpjes van binnen bestuderen.

Verstappen: ,,Fulguriet, ontstaan door bliksem die in zand is geslagen. Het zand is gedeeltelijk verglaasd en opgelost waardoor je tunneltjes krijgt.''

De dolksteken van de bliksem blijken er aan de binnenkant als woeste bergwanden en rotspartijen uit te zien. Ze volgen elkaar op als het kronkelende binnenste van de computertunnel.

Verstappen: ,,Wij bouwen de natuur in een systeem in en laten haar zelf ook als systeem zien, met het doel een andere visie te ontwikkelen. Dat is de uitdaging. Aan onszelf, en aan deze tijd.''

Driessens & Verstappen. www.xs4.nl/ñotnot Recent werk. Galerie `Vous êtes ici', Lijnbaansgracht 314, Amsterdam. Woe-za, 13-18 u. Zo 4 nov. 14-17 u. Tot 10 nov.