De groep van 1,3 miljoen

De gemiddelde tijd voor het schrijven van een boek is een jaar. Dat is dan een roman van een pagina of 250. We rekenen een pagina per dag daadwerkelijk schrijven, dan het kritisch overlezen, de dagen van vertwijfeling, het herschrijven, en dit alles bij een werkweek van 7 dagen. Ik heb eens uitgerekend dat een beginnend auteur bij de uitverkochte eerste druk dan ƒ28,76 per dag heeft verdiend. Niet terwijl hij schreef, maar achteraf. Om het boek te kunnen schrijven heeft hij of zij een trouwe partner nodig die voor het levensonderhoud zorgt, of een mecenas, of hij heeft het geld moeten lenen. In dat geval moet hij het met rente terugbetalen. Dat doet hij terwijl hij het volgende boek zit te schrijven. Het is duidelijk dat hij zich op zo'n manier in het moeras schrijft, afgezien van de literaire, filosofische of andere waarde van zijn woorden. Toen Nietzsche stierf waren van zijn Also sprach Zarathustra nog geen duizend exemplaren verkocht. Menno ter Braak raakte in zak en as toen hij hoorde dat zijn Politicus zonder partij nu beschouwd als het meesterwerk van de essayist driehonderd exemplaren had `gedaan'. De correspondentie van Joseph Roth met zijn uitgever gaat voor een groot deel over geld en geldgebrek. Het beste economisch advies dat we iemand die schrijver wil worden, kunnen geven is: Niet doen! Niet doen! Toch zijn er, volgens recent onderzoek (Intermediair, 8 augustus 2001) in Nederland 1,3 miljoen mensen bezig een boek te schrijven. Niet geteld zijn degenen die van plan zijn er t.z.t. aan te beginnen.

Hoe komen ze erbij? Eén veronderstelling is dat ze denken er beroemd en rijk mee te kunnen worden. Als het veel is, zullen van die 1,3 miljoen over een jaar of vijf er drie op de televisie komen, en misschien zal er één een bestseller hebben geschreven. Aan economische overwegingen kan het niet liggen.Mij dunkt dat die onafzienbare menigte `zondagsschrijvers' eerder, uit welke diepere beweegredenen dan ook, een onweerstaanbare zin heeft gehad, zichzelf in woorden op papier te zien. Zo gaat het ook met de `zondagsschilders', als ze met verf en penseel voor hun doek staan. Jan Vrijman, die het werk van zulke kunstenaars heeft verzameld, had er een optimistische theorie over. Iedereen die de drang tot scheppen voelt, zei hij, overkomt dat alleen doordat er iets geniaals in zijn geest schuilt. Het kan niet anders of dit geniale komt in het werk tot uitdrukking. Misschien zal het zijn hele oeuvre stempelen,misschien duurt het niet langer dan een paar uur. Wat hij in die paar uur tot stand brengt, valt te ontdekken. Vandaar dat Vrijman regelmatig naar het Waterlooplein ging, zich voor een paar tientjes een doek of paneel aanschafte, dit thuis bestudeerde, en dan de zijns dunkens geniale vierkante centimeters eruit knipte of zaagde. Ik heb indertijd zijn voorbeeld gevolgd. Het ontdekken viel niet mee; maar ergens moet ik nog een stukje triplex hebben, onderdeel van een winterlandschap met één mens erin, een figuurtje dat een verschrikkelijke godverlatenheid uitstraalde. De naam van de maker is verloren gegaan, maar in die geschilderde eenzaamheid leeft hij voort.

Zo gaat het ook met schrijven. Soms moet er een boek van honderden pagina's worden geschreven om één pagina, of zelfs één zin op papier te krijgen; de tekst die alles bevat. Ik ken een schrijver die over zijn inkomsten niet te klagen had en dat ook nu nog niet heeft. Op zeker moment stagneerden de verdiensten. Hij was bezig iets te schrijven dat geschreven moest worden, omdat hij anders aan de verstopping van zijn creativiteit ten onder zou gaan. Al schrijvend dreigde hij aan de bedelstaf te raken. Toen was het beslissende werk klaar. Einde. Af. En daarmee was de verschrikkelijke constipatie van al het andere opgeheven, zoals later duidelijk gebleken is.

De vrije markt daar heb je die weer, maar het is niet anders heeft veel verwarring veroorzaakt. Marketing die aan literatuur voorafgaat, angst om buiten de trends te vallen, gimmicks om de persoon voor zijn werk te schuiven, bergen onzin die je voor lief neemt omdat ze ontzettend veel geld beloven. Nee,geld valt niet te versmaden. Ik geef de literair-economische voorhoede die zich de `Groep Mak' noemt, groot gelijk. Het plukken van de dag begint met het plukken van royalties, al is dat niet strikt noodzakelijk.

Het gaat niet om geld. `De woorden van de schrijver zijn geen munten', zei Doeschka Meijsing in haar L.P. Boonlezing. Boeken schrijven en uitgeven `onder de tucht van de markt'. Het lijkt wel een economisch strafkamp. Schrijven, literatuur of niet, doe je in ernst voor je plezier, en andersom. Dat wilde ik mijn schrijvende landgenoten, de groep van 1,3 miljoen, even laten weten, voor ik weer over de oorlog begin.