De etter en de rechter

In 1997 publiceerde een actiegroep Verontruste Burgers een zwartboek over de integriteit van de rechterlijke macht (IRM in het jargon). Een echt rapport was het eigenlijk niet, smaalde de Haagse advocaat, thans advocaat-generaal bij de Hoge Raad, mr. J.L.R.A. Huydecoper op het symposium `Schijn van partijdigheid' in het Arnhemse Paleis van Justitie vorig jaar deze tijd. Het IRM-rapport was slechts `een verzameling anekdotes en geruchten'.

Inmiddels is echter niet zoveel meer van de actiegroep vernomen, voegde de prominente jurist er tevreden aan toe. ,,In Holland waarschuwen wij graag tegen zelfgenoegzaamheid maar een beetje voldoening over het feit dat er in dit verband werkelijk geen echte gevallen van twijfelachtige onpartijdigheid aan het licht zijn gekomen, is toch op zijn plaats.''

Dat was buiten mr. Paul Ruijs gerekend. Deze beroemt zich erop met het IRM-rapport de eretitel `de grootste etter van Nederland' te hebben verworven. Zijn jongste boek Wij zien u wel in de rechtszaal. Klassejustitie in Nederland beoogt een hattrick te produceren aan de hand van kwesties die de auteur als juridisch adviseur uitvocht tegen de Consumentenbond, de ANWB en TNO. Zijn eigenlijke thema is echter dat van belangenverstrengeling binnen de juridische beroepsgroep, met als meest sprekende symbool de nevenfuncties van leden van de rechterlijke macht. Het gaat hier zowel om full time rechters met een nevenfunctie als plaatsvervangers met een ander beroep.

Het is natuurlijk alleen maar te prijzen wanneer de rechterlijke macht zich niet in een ivoren toren opsluit, zolang het maar wel een glazen huis blijft. De bereidheid volstrekte openheid te verschaffen is echter niet optimaal, constateerde het onderzoekscentrum van Justitie vorig jaar. Als de rechters-plaatsvervangers (meest advocaten) erbij worden betrokken, wordt het beeld voor de rechtszoekende helemaal onduidelijk. Verwarring is, los van het feit of de betrokken rechters inderdaad niet onpartijdig zijn, voldoende om een schending van het beginsel van een eerlijke berechting (fair trial) op te leveren – waarschuwde M. de Werd enkele jaren geleden in het tijdschrift voor de rechterlijke macht.

Enige zelfgenoegzaamheid is de doelgroep van dit blad niet vreemd. Zo ziet men bij de Hoge Raad niet wat er mis mee zou kunnen zijn dat leden van dit college in de raad voor klachtbehandeling van de verzekeringen zitten. Dat het lidmaatschap van uitgerekend een college dat het laatste woord heeft in verzekeringsgeschillen tot speciale terughoudendheid noopt kan er kennelijk niet in. Juridisch gezien gaat het om twee gescheiden functies, maar publiek vertrouwen is niet alleen een kwestie van superieure logica.

Een belangrijk wapen van de verontruste burgers is het uitpluizen van uitspraken op verdachte bijbanen van rechters. Deze inzage heeft tot bij de Hoge Raad aan toe tot gesteggel geleid. Maar nu is er de website `rechtspraak.nl' zoals minister Korthals (Justitie) met gepaste trots meldt in antwoord op vragen van het Kamerlid De Wit (SP) naar aanleiding van het boek van Ruijs. Toch is er nog een strijdpunt. Uitspraken, zeker op internet, worden geanonimiseerd in belang van de privacy. Die van de partijen, wel te verstaan. De namen van de rechters zijn gewoon te lezen. Daaraan hebben de verontruste burgers echter weinig bij tuchtuitspraken over de advocatuur waarvoor zij een begrijpelijke belangstelling hebben. De kwestie is nog in behandeling, maar één ding valt te voorspellen: u hoort nog van mr. Ruijs.

Paul Ruijs: Wij zien u wel in de rechtszaal. Klassejustitie in Nederland? Aspekt, 293 blz. ƒ39,95