Alleen Europese Unie kan Arafat uit de droom helpen

De strijd tegen het terrorisme en het Israëlisch-Palestijnse conflict zijn zowel strategisch als ideologisch nauw met elkaar verbonden. Om de eerste oorlog te winnen is een vredesregeling tussen Israël en de Palestijnen urgenter dan ooit. De Europese Unie moet zich actiever opstellen, vindt Alfred Pijpers.

De catastrofe van de elfde september en de crisis rondom Afghanistan hebben het Palestijns-Israëlisch conflict enigszins overschaduwd, maar tegelijkertijd een nadere regeling ervan meer dan ooit noodzakelijk gemaakt. De recente moordaanslag op een Israëlische minister en de vergelding door Israël hebben de kwestie op scherp gezet. De beide theaters zijn zowel strategisch als ideologisch nauw met elkaar verbonden.

Washington oefent zware druk op Sharon en Arafat uit om de wapens neer te leggen. Om de Arabische landen te paaien spreekt Bush de laatste tijd ook over de mogelijkheid van een `Palestijnse staat'. De Europese bondgenoten worden ondertussen gebruikt als loopjongen. Maar wordt het niet eens tijd dat de EU uit de coulissen treedt ? Als machtig handelsblok, met aanzetten tot een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid, beschikt Brussel toch over goede papieren voor een actiever optreden. De EU onderhoudt uitstekende contacten met de Arabische wereld, en is de grootste financiële donor van de Palestijnse Autoriteit. Van die zijde wordt herhaaldelijk aangedrongen op een meer actieve Europese bemoeienis.

Europa heeft echter nooit een echt bemiddelende rol kunnen spelen, omdat het niet in staat is Israël een geloofwaardige veiligheidsgarantie te verschaffen. Daarvoor is Europa altijd te zwak, en in Israëlische ogen ook te pro-Arabisch geweest. Jeruzalem heeft daarom weinig op met Europese bemiddeling, en vertrouwt, naast de eigen inspanningen liever op de bescherming van Amerika. Het primaat van de Verenigde Staten in de heetgebakerde regio wordt overigens door de EU niet betwist.

Allang bestaat het Europese politieke beleid inzake het Palestijns-Israëlische conflict hoofdzakelijk uit een mix van drie elementen: politieke ondersteuning van de Amerikaanse bemiddelingspogingen; ruimschoots begrip voor de staatkundige Palestijnse wensen; en een zeer kritische houding jegens Israël, onder erkenning overigens van de legitieme veiligheidsbelangen van dit land.

De Brusselse kritiek op Israël is niet mals. Zo repten de Vijftien op 1 augustus in een officiële verklaring van ,,moord'', nadat Israëlische militairen acht Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever hadden gedood. Het betrof hier een vergeldingsaanval op een kantoor van de terroristische Hamas-organisatie, waarbij ook twee kinderen om het leven kwamen. De Israëlische regering had zonder blikken of blozen de verantwoordelijkheid voor de liquidatie erkend.

Een handicap voor een slagvaardig Europees optreden vormen ook de onderlinge meningsverschillen tussen sommige lidstaten, en de byzantijnse structuur van de Europese buitenlandse politiek. In Washington begrijpt men niet goed dat de Belgische Raadsvoorzitter Louis Michel momenteel het formele aanspreekpunt van de EU is, en niet de Hoge Vertegenwoordiger voor de Europese buitenlandse politiek Solana, hoewel deze laatste veel bekender is, en ook meer in de melk te brokkelen heeft. Geen wonder dat Londen, Berlijn, of Parijs, soms zelf het heft in handen nemen.

Ondanks deze institutionele tekortkomingen kan en moet de EU meer doen om de impasse tussen Israël en de Palestijnen te doorbreken, uiteraard in nauw overleg met de VS. Het beste is dat zij een meer prominente positie probeert te verwerven bij een nieuwe ronde vredesbesprekingen. Niet zozeer om uitdrukking te geven aan een of andere Europese `identiteit' (voor zover die al bestaat), maar om de besprekingen in een evenwichtiger kader te plaatsen. Als de Palestijnen (en de Arabische landen) behoefte hebben aan een grotere Europese inbreng, waarom zou de EU daar dan geen gehoor aan geven? Wellicht valt te denken aan een vierpartijenstructuur, waarbij Amerika en de EU het co-voorzitterschap bekleden. Israël behoudt door zo'n opzet zijn veiligheidsgaranties, terwijl de Palestijnen het gevoel krijgen dat ook hun belangen tot hun recht komen. Een quadripartite formule heeft ook het voordeel dat de VS en de EU tegelijkertijd druk op de partijen kunnen uitoefenen.

De afgelopen jaren was Amerika tegelijkertijd bemiddelaar én strategisch bondgenoot van Israël. Daardoor kon Arafat uiteindelijk toch niet over de streep worden getrokken, vorige zomer in Camp David. Misschien was dat wel gelukt als namens de EU Xavier Solana, Joschka Fischer of Tony Blair rond de tafel hadden gezeten. Het zou de moeite waard zijn geweest, want de `levensvatbare' Palestijnse staat die Bush, Blair en Kok momenteel uitroepen, hadden Barak en Clinton in Camp David reeds in de aanbieding, compleet met uitgewerkte regelingen voor de omstreden joodse nederzettingen, de terugkeer van bepaalde groepen Palestijnse vluchtelingen, en zelfs met het perspectief op Palestijns gezag in delen van Oost-Jeruzalem. Hopelijk heeft Kok niet vergeten dit Arafat nog eens onder de neus te wrijven, toen deze dinsdag langskwam op het Binnenhof.

De EU zal de mythische Palestijnse aspiraties moeten terugdringen, en zich bovendien sterker moeten maken voor de totstandkoming van een `reële' Palestijnse staat. Tegelijkertijd zal zij haar toon tegen Israël moeten matigen. Want het geeft geen pas om een bevriende mogendheid als Israël van `moord' te betichten, zeker niet als je vrede in het Midden-Oosten wilt stichten.

Dr. A.E.Pijpers is verbonden aan het Instituut Clingendael in Den Haag.