Al dat verheven gedoe

Herman Gilis speelt bij het Ro Theater in het stuk `Leonce en Lena': ,,De pseudo-doodsdrift en de inertie zijn heel herkenbaar.''

,,Als Büchner in Leonce en Lena schrijft: `de mensen die in de eeuwige zondag leven', dan heeft hij het over de aristocratie. Nu is het voor iedereen eeuwig zondag. Zelfs de proletariërs zijn rijk, iedereen kan een balletje slaan op de golfbaan. We hebben alles, maar net als Büchners personages zitten we vast in inertie. De situationisten zeiden het al in de jaren vijftig: we komen niet om van de honger, we gaan dood aan verveling.''

Herman Gilis (Antwerpen, 1951) is dertig jaar aan het toneel, als regisseur, dramaturg, maar vooral als acteur. Hij viel op als losgeslagen notaris in Karst Woudstra's Een zwarte Pool (1992); als een kwetsbare Japanner op sokken in Guy Cassiers toneelbewerking van Hiroshima, mon amour (1996); en in diens Rotjoch (1997) waarin hij de strip-achtige Pim Parel `met de trage gang van een mensaap' speelde. Voor zijn rol van incesteuze huisvader in Hugo Claus' Vrijdag (1996) kreeg hij de Louis d'Or. In 1998 volgde hij Guy Cassiers naar het Rotterdamse Ro Theater. Sindsdien speelt hij daar in regies van zijn vriendin Alize Zandwijk, als Nachtasiel, De moed om te doden, en Oresteia. Nu speelt hij in haar Leonce en Lena dat morgen in première gaat.

Gilis zit in de artiestenfoyer van de Rotterdamse Schouwburg. Met zijn zwarte bril, halflange grijze haar en tweed jasje oogt hij als een Franse intellectueel uit de jaren zestig. Hevig gesticulerend neemt hij de toestand in de kapitalistische wereld door, waarin veel niet deugt. Ook over de jonggestorven Duitser Georg Büchner (1813-1837), schrijver van Dantons Dood, Woyzeck en Leonce en Lena, weidt hij flink uit. Terwijl Gilis spreekt, schalt via de intercom een waarschuwing door de foyer: ,,Attentie, er wordt geschoten op toneel. Er komen dus een paar luide knallen.''

Kroonprins

Gilis: ,,Büchner was een premarxistische revolutionair, die de boeren aanzette tot opstand. Toen dat mislukte en hij moest vluchten, raakte hij ontgoocheld en schreef hij Leonce en Lena. Het is een anti-romantiekstuk, een pastiche op het Lustspiel, met alle ingrediënten van de romantische komedie: een opstandige kroonprins vlucht voor zijn uithuwelijking naar Italië om daar per ongeluk verliefd te worden op de prinses voor wie hij vluchtte.

,,De hoofdpersoon Leonce zit met allerlei existentiële vragen, hij lijdt aan een acuut overbewustzijn, maar altijd vanuit een luxe-positie. Ik speel Valerio, een nar-achtige satelliet-parasiet die om Leonce heen draait, hem uitdaagt, de waarheid zegt, en met een enkel woord kan sturen. Valerio weet wél wat armoede is en waarom het draait: brood op de plank. Er zit bijna geen drama in Leonce en Lena, de personages hebben geen tragisch levensgevoel, nauwelijks karakter. Büchner gebruikt het sprookje om de decadentie, de ledigheid en lamlendigheid van de aristocratie te schetsen.

,,Niet alleen de inertie, ook het narcisme, het escapisme en de pseudo-doodsdrift uit Leonce en Lena zijn voor ons zeer herkenbaar. De generatie van 1968 predikte al het recht op luiheid, tegen werken, `onder de straatstenen ligt het strand'. Wij leven in een spektakel-maatschappij, we zijn steeds op zoek naar nieuwe prikkels, we gaan zo ver mogelijk op reis, waar we dezelfde ledigheid vinden als thuis. We lijden aan gevoelsarmoede, het gevoel is verkitscht. Neem nu die reclameborden waarop op schaamteloze wijze automerken aan bepaalde emoties worden gekoppeld, zoals die Mercedes met een traan uit zijn koplamp.

,,Vroeger had je nog een soort `linkse' schroom die ons enigszins weerhield, maar sinds de Muur gevallen is in 1989, is dit kapitalistische systeem helemaal loos gegaan, en worden we overspoeld met rommel. We zijn a-politiek geworden, er is nauwelijks een tegencultuur meer. De zogenaamde opstandigheid komt van popartiesten als Eminem, die alleen maar zo snel mogelijk een Jaguar bij elkaar willen rappen.

,,Het ergste dat Leonce overkomt is dat hij een bloedneus heeft. En wij zijn ook zo kleinzerig. Wat maken wij nou voor drama mee? Vooruit, als je kind overlijdt, dan maak je iets mee. Maar verder? Dat is het politieke standpunt van deze Leonce en Lena: we maken niets mee.''

In een interview zei Alize Zandwijk over dit toneelstuk: ,,Misschien tekent het deze tijd: er gebeuren geen grote dingen.'' Sinds de aanslagen in New York en Washington van 11 september is dat moeilijk vol te houden. We leven nu juist in een tijd van angst, onzekerheid, en dreigende crisis. Iedereen volgt de buitenlandse politiek. Geldt de aanklacht tegen de inertie dan nog wel?

Gilis: ,,Ik wil het niet bagatelliseren, maar hoe die hele aanslag gebracht wordt, heeft iets kitscherigs, we worden zo gemanipuleerd. Goed, het is even een schok geweest, maar we zijn wel eens eerder even wakker geschud. Ik moet nog zien of dit inderdaad zo'n grote impact op de cultuur gaat hebben. De mensen leven nog altijd in hun luxe en overdaad. Ik heb nog niemand zien hamsteren. Er zijn ergere dingen gebeurd de afgelopen decennia, aardbevingen, oorlogen, volkerenmoorden in Afrika. Maar we zijn zo verwend, we herkennen nog zo weinig.

,,Dat een miljoen mensen naar Big Brother kijken, vind ik veel beangstigender dan de aanslag op het World Trade Center. Big Brother is een sluipend gif, een gevaar voor de mens. Zo'n tv-programma heeft succes omdat de mensen hun dagelijkse verveling herkennen. Al die pseudo-dramaatjes, kitschconflicten, plastic people. Ik heb het nog nooit gezien, overigens.''

Over de toestand in de wereld is Gilis zeer spraakzaam; gaan de vragen echter over hemzelf en over acteren, dan zoekt hij stuurs naar woorden. Vooral van vragen die beginnen met `hoe' en `waarom' slaat hij dicht. Dat is de reden waarom hij de laatste tien jaar geen interviews wilde geven. De afspraak voor dit vraaggesprek kwam ook moeizaam tot stand.

Gilis: ,,Tja, waarom doe ik dat eigenlijk, iedere avond in mijn blote kont staan? Ik weet het niet, en vind het niet interessant. Ik heb een slecht geheugen, ik zie nooit om. Ik kan niet van die prachtige anekdotes vertellen, van: als kind reeds tussen de schuifdeuren. Waarom zouden de ervaringen van een acteur boeiender zijn dan die van iemand die op het postkantoor werkt? Gisteren zag ik in een documentaire een paar astronomen die een uur lang naar een monitor zaten te kijken waar dan één stipje op verscheen. De ontroering die die astronomen voelen, heeft ook iets moois. Ik wilde vroeger astronoom worden.

Doodsangsten

,,Er hangt te veel romantiek om het theater, al dat verheven gedoe. Acteren is in zekere zin een gewone baan. Natuurlijk, acteurs staan iedere avond doodsangsten uit, zelfs nog na dertig jaar. Vóór aanvang vluchten acteurs vaak naar de wc waar ze op alle mogelijke manieren hun lichaamssappen verliezen. Maar dat zijn slechts kleine drama's. Ander mensen kennen ook doodsangst.

,,Ik speel nu dertig jaar, maar met theaterervaring moet je uitkijken. Tijdens repetities kan ik niet denken: toen heb ik dat zo gedaan, dus nu ga ik dat weer zo doen. Je moet bij een nieuw toneelstuk altijd bij nul beginnen. Ik ben wel anders, losser gaan spelen in de loop der jaren. Vroeger had ik meer de drang om vast te leggen wat ik tijdens de repetitie bedacht. Iedere avond moet nu anders zijn, anders val ik in slaap.

,,Ik speel anders doordat ik ouder ben geworden, en andere dingen meemaak, niet door de theaterervaring. Het is raar om op je vijftigste nog te spelen, op je twintigste en dertigste is de drang toch evidenter. Repeteren vind ik het mooiste, alle hoeken van een rol opzoeken. Een kind speelt toch ook niet voor publiek. Als ik de zaal in moet, zie ik daar de hele dag tegenop. Pas als ik op het toneel sta, is die afkeer weg.

,,Bij acteren moet je je niet te veel inleven, vooral uitleven. In Vlaanderen is het toneel wat wilder, volkser, basaler. In Nederland kwamen de acteurs vroeger uit de betere burgerij, dat merk je nog steeds. Ik acteer voor de lust. Ik bedoel niet seksuele lust, maar de lust van een kinderspel, de lust om iets te vertellen, over te brengen, te dialogeren met het publiek. Lust is het enige dat de doodsangst kan overwinnen. Lust heeft ook met humor te maken, de subversieve kracht van de lach. Verder gaat het om het ontwikkelen van een goede smaak. Je moet een smaakmachine zijn, zoals Stanley Kubrick zei, je moet doorlopend indrukken tot je nemen, en die verwerken.

,,Als het goed gaat, zindert het in de zaal en worden alle mensen op dezelfde wijze geraakt. Je moet de mensen bij hun ballen pakken en direct aanspreken. De kracht van het theater zit in het verdicht brengen van de grote emoties waar we naar hunkeren, maar waar we in het dagelijkse leven niet meer aan toekomen, door onze lamlendigheid.''

`Leonce en Lena' van het Ro Theater t/m 3/11 in de Rotterdamse Schouwburg. Tournee 4/1 t/m 20/3. Inl. (010) 404 6888 of www.rotheater.nl.