Afghaans persbureau AIP wil objectief blijven

Het zijn hectische dagen voor de hoofdredacteur van het Afghaans Islamitsche Persbureau in Pakistan. Ooit vocht hij aan de zijde van de mujahedeen.

Muhammad Yagoub Sharafat doet wat elke journalist wel graag zou willen: nieuwsberichten schrijven die over de hele wereld worden gelezen en gretig aftrek vinden bij gerenommeerde persbureaus en zenders als Reuters, AFP, DPA, Kyodo en de BBC. CNN staat nog niet op de klantenlijst, maar het schijnt dat ook zij binnenkort op de stoep zal staan, zegt Sharafat.

Sharafat is oprichter, hoofdredacteur en directeur tegelijk van het in totaal zes redacteuren tellende persbureau Afghan Islamic Press (AIP). Hij beschikt over iets wat veel journalisten juist in deze tijd node missen: diepgaand inzicht in Afghanistan en goede toegang tot de leiders van de Talibaan. Zo goed zelfs, dat de vraag opkomt of AIP wel onafhankelijk is.

Op zo'n nauwelijks verhulde aantijging reageert Sharafat enigszins geïrriteerd. ,,Als gewone Afghaanse burger heb ik natuurlijk mijn mening over het feit dat de Amerikanen talloze onschuldige slachtoffers maken met hun bombardementen. Maar denkt u dat al die persbureaus mijn stukjes nog zouden afnemen als ik al die jaren niet professioneel en onafhankelijk te werk zou zijn gegaan?'', luidt de tegenvraag. En over objectiviteit gesproken: hoe objectief zijn de Amerikaanse media eigenlijk?

AIP bestaat al bijna twintig jaar. Sharafat richtte zijn persbureau in september 1982 op, ruim twee jaar nadat de toenmalige Sovjet-Unie zijn land was binnengevallen. Sharafat vocht aan de zijde van de mujuhideen tegen de bezetters. Maar zijn journalistieke instinct dreef hem ertoe de buitenwereld ,,eerlijke'' en ,,realistische'' informatie te willen geven over de gebeurtenissen in Afghanistan. Hij schreef over de ,,gruweldaden'' die de sovjettroepen pleegden. Maar hij toonde zich ook kritisch over de mujahedeen, de door het Westen gesteunde islamitische strijdgroepen, en relativeerde zonodig de successen die zij claimden te hebben behaald.

Sharafat begon zijn journalistieke activiteiten in een eenvoudig onderkomen in Peshawar, de stad in het noordwesten van Pakistan waar de afgelopen twintig jaar meer dan 1,5 miljoen Afghanen naar toe zijn gevlucht. In dat kantoortje, aan een door een metalen poort afgesloten binnenplaats die uitkomt op een stoffig straatje waar meubelmakers elke ochtend hun kasten, bedden en tafels uitstallen, is AIP nog steeds gevestigd. Hier werken drie journalisten, de hoofdredacteur zelf meegerekend, en vanuit Kabul, Herat en Kandahar leveren nog eens drie correspondenten hun bijdragen. ,,Maar negentig procent van het werk doe ik zelf'', zegt Sharafat. ,,Ik heb de afgelopen dagen nauwelijks geslapen.''

In de loop der jaren heeft Sharafat een uitgebreid netwerk van informanten in heel Afghanistan opgebouwd, wat hem in staat stelt vaak als eerste met nieuws uit zijn land te komen. Ook volgt hij nauwgezet de uitzendingen van Radio Kabul, tegenwoordig Radio Shariat geheten. In september 1996 meldde AIP als eerste de inname van Kabul door de Talibaan. Toen in augsutus 1999 een autobom ontplofte bij de residentie van Mullah Omar maakte AIP als eerste melding van de aanslag. Vorige maand nog had AIP de primeur van de moordaanslag op de Tadzjiekse leider Ahmad Shah Massoud, de belangrijkste commandant van de Noordelijke Alliantie. En vorige week berichtte het over burgerslachtoffers van de Amerikaanse bombardementen.

Al die informatie vat Sharafat samen in beknopte artikelen, geschreven in het Urdu, die hij vervolgens per fax naar zijn vaste afnemers verzendt. Daar worden ze vertaald en gaan ze wereldwijd het net op als `nieuws', toegeschreven aan het in Pakistan gevestigde AIP. Fotoreportages of uitgebreide features levert het persbureau niet, zoals de grote, internationale persbureaus wel doen in hun onderlinge concurrentiestrijd.

,,Ik ontken niet dat AIP goede relaties onderhoudt met de Talibaan, maar dat verhindert niet dat wij onze eigen afwegingen maken en louter professioneel te werk gaan. We brengen nieuws pas als we het uit drie onafhankelijke bronnen bevestigd hebben gekregen'', zegt Sharafat. De goede relaties betekenen ook niet dat de Talibaan-leiders AIP altijd bevoordelen, zegt de hoofdredacteur. Vorige week liet Mullah Omar via de BBC een verklaring verspreiden over de aanvallen op zijn land. ,,We hebben hem ook proberen te krijgen, maar dat kregen we niet voor elkaar. We zijn geen propagandabureau van de Talibaan.''

Als een van de weinige journalisten in de wereld heeft Sharafat de geestelijk leider van de Talibaan een paar keer kunnen interviewen. De laatste keer was in mei van het vorig jaar. ,,Hij is een erg standvastig man'', weet de hoofdredacteur. ,,Ik ben er zeker van dat hij Osama bin Laden nooit zal uitleveren, ook al vermoorden de Amerikanen alle mensen in Afghanistan.'' Met Osama bin Laden heeft Sharafat nooit gesproken. ,,Ik zou hem graag interviewen, maar ik krijg hem niet te pakken.''