Het nieuws van 19 oktober 2001

De groep van 1,3 miljoen

De gemiddelde tijd voor het schrijven van een boek is een jaar. Dat is dan een roman van een pagina of 250. We rekenen een pagina per dag daadwerkelijk schrijven, dan het kritisch overlezen, de dagen van vertwijfeling, het herschrijven, en dit alles bij een werkweek van 7 dagen. Ik heb eens uitgerekend dat een beginnend auteur bij de uitverkochte eerste druk dan ƒ28,76 per dag heeft verdiend. Niet terwijl hij schreef, maar achteraf. Om het boek te kunnen schrijven heeft hij of zij een trouwe partner nodig die voor het levensonderhoud zorgt, of een mecenas, of hij heeft het geld moeten lenen. In dat geval moet hij het met rente terugbetalen. Dat doet hij terwijl hij het volgende boek zit te schrijven. Het is duidelijk dat hij zich op zo'n manier in het moeras schrijft, afgezien van de literaire, filosofische of andere waarde van zijn woorden. Toen Nietzsche stierf waren van zijn Also sprach Zarathustra nog geen duizend exemplaren verkocht. Menno ter Braak raakte in zak en as toen hij hoorde dat zijn Politicus zonder partij nu beschouwd als het meesterwerk van de essayist driehonderd exemplaren had `gedaan'. De correspondentie van Joseph Roth met zijn uitgever gaat voor een groot deel over geld en geldgebrek. Het beste economisch advies dat we iemand die schrijver wil worden, kunnen geven is: Niet doen! Niet doen! Toch zijn er, volgens recent onderzoek (Intermediair, 8 augustus 2001) in Nederland 1,3 miljoen mensen bezig een boek te schrijven. Niet geteld zijn degenen die van plan zijn er t.z.t. aan te beginnen.